(2009); 1.61 nieuwvestiging vestiging op een locatie die volgens het geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een (bouwvlak op een) bestaand bouwperceel of de (af)splitsing van een (bouwvlak op een) bestaand bouwperceel; 1.76 ruimtelijke ontwikkeling bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is; 1.85 uitbreiding vergroting van een bestaand bouwperceel of bestaand bestemmingsvlak". Artikel 3 Bevordering ruimtelijke kwaliteit 3.1 Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit
- De toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling bevat een verantwoording dat: a. het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid; b. toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
- Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat: a. een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied gebruik maakt van een bestaand bouwperceel, tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; […]; d. een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd; […]. 3.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap
- Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving;
- De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording: a. van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de in het eerste lid bedoelde verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied.
- De in het eerste lid bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones.
- Indien een kwaliteitsverbetering als bedoeld in het eerste lid niet is verzekerd, wordt het bestemmingsplan slechts vastgesteld indien een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd en wordt over de werking van dat fonds regelmatig verslag gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Artikel 5 Natuur Netwerk Brabant 5.1 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Een bestemmingsplan gelegen in het Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. bepaalt dat zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteit zijn toegelaten. Artikel 6 Groenblauwe mantel 6.3 Veehouderijen
- Een bestemmingsplan gelegen in de groenblauwe mantel kan voorzien in een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar een veehouderij, mits: a. is geborgd dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan; b. het bouwperceel ten hoogste 1,5 hectare bedraagt. 6.4 Afwijkende regels veehouderij […];
- In afwijking van artikel 6.3, eerste lid onder b, kan een bestemmingsplan bepalen dat de omvang van het bouwperceel met ten hoogste 0,5 hectare wordt vergroot indien: a. het bedrijf vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; b. de ruimte binnen het bouwperceel niet aanwezig is; c. het bestemmingsplan borgt dat deze 0,5 hectare uitsluitend gebruikt wordt ten behoeve van voorzieningen -geen gebouwen zijnde- voor de opslag van ruwvoer. 6.10 Niet-agrarische functie
- Een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel kan voorzien in een vestiging van een niet-agrarische functie, anders dan bepaald in de artikelen 6.7 tot en met artikel 6.9 mits: […]; d. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een bedrijf, behorend tot de milieucategorie 3 of hoger. Artikel 7 Gemengd landelijk gebied 7.7 Wonen
- Een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. 7.16 Kleinschalige voorzieningen
- Een bestemmingsplan dat is gelegen in de kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone, in gemengd landelijk gebied kan voorzien in de nieuwvestiging of uitbreiding van voorzieningen voor veldsporten, volkstuinen, schuilhutten en andere kleinschalige vrije-tijdsvoorzieningen mits: a. de beoogde ontwikkeling slechts kleinschalige bebouwing met zich brengt; b. het bestemmingsplan borgt dat de voorziening inclusief de toegelaten bebouwing, kleinschalig blijft; c. er sprake is van een beperkte publieksaantrekkende werking.
- Artikel 3.1, tweede lid onder a (verbod nieuwvestiging), is niet van toepassing op een kleinschalige voorziening als bedoeld in het eerste lid. Artikel 8 Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling 8.2 Regels voor kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties
- In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, onder a (verbod op nieuwvestiging), artikel 6.7, eerste lid, en artikel 7.7, eerste lid (wonen), kan een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling' in een bebouwingsconcentratie voorzien in de bouw van één of meer woningen mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a. het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen te verzekeren; b. er geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling; c. geen inbreuk wordt gemaakt op de toepassing van de regeling bedoeld in artikel 6.8 en artikel 7.8 (ruimte-voor-ruimte).
- Artikel 3.1, tweede lid, onder a (verbod nieuwvestiging), is niet van toepassing. Planregels bestemmingsplan "Buitengebied Waalre" uit 2017 Artikel 1 Begrippen 1.59 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: grondgebonden veehouderijen, akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.99 sierteeltbedrijf: een (vollegronds)teeltbedrijf gericht op het telen siergewassen zoals laan- en parkbomen, heesters, coniferen, vaste planten en dergelijke. 3.3 Afwijken van de bouwregels Mits, en voor zover van toepassing, a. wordt voldaan aan de 'Uitwerking Rood-met-groeninstrumentarium', zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels en; b. wordt voldaan aan de volgende randvoorwaarden:
- er maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij;
- de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in artikel 3.1, derde lid, onder b en c, inpasbaar is in de omgeving;
- is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
- is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3;
- een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling, kan het bevoegd gezag door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: [..]; 3.3.6 Bouwen buiten het bouwvlak artikel 3 lid 1.1 sub a ten behoeve van: a. de overschrijding van het bouwvlak, al dan niet in combinatie met de afwijking als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 en/of artikel 3 lid 3.2:
- met 10% van de breedte en/of de diepte van het bouwvlak ten behoeve van vergroting van bestaande bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak;
- met 25 meter ten behoeve van de in artikel 3 lid 1.5 sub b bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits wordt voldaan aan de 'Uitwerking Rood-met-groeninstrumentarium', zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels en voor zover inpasbaar binnen de waarden als bedoeld in de dubbelbestemmingen Waarde - Cultuurhistorie akkercomplex, Waarde - Cultuurhistorie dorpsgezicht Loon, Waarde - NNB of Waarde - Open landschap; b. de vervanging van voor 1992 gerealiseerde bebouwing binnen de op dat moment aanwezige maatvoering, zonodig met een geringe afwijking van de maatvoeringen indien dit noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit; c. de bouw van een nieuwe of kleinschalige voorziening ten behoeve van het stallen van hobbyvee, mits:
- de locatie is gelegen binnen de op de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied kernrandzone';
- de locatie niet is gelegen binnen de dubbelbestemmingen Waarde - Cultuurhistorie akkercomplex, Waarde - Cultuurhistorie dorpsgezicht Loon, Waarde - NNB de bijbehorende perceelsoppervlakte minimaal 0,3 hectare bedraagt;
- de voorziening uit milieutechnisch oogpunt aanvaardbaar is;
- de onderlinge afstand tussen twee voorzieningen minimaal 100 m bedraagt;
- de oppervlakte niet meer dan 30 m² bedraagt, de goothoogte niet meer dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt. Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik, waaronder medebegrepen agrarisch natuurbeheer; b. de instandhouding, herstel en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende danwel daaraan eigen landschappelijke en natuurlijke waarden; c. de instandhouding, herstel en ontwikkeling van het watersysteem; d. de uitoefening van een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf; e. een grondgebonden veehouderij; alleen ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij'; f. een intensieve veehouderij; alleen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; g. een paardenhouderij; alleen ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij'; h. een sierteeltbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'sierteelt'; i. de uitoefening van een recreatiebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepskamperen'; j. het gebruik als sportveld ter plaatse van de aanduiding 'sportveld'; k. de uitoefening van een ondergeschikt activiteitenbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - activiteitenboerderij'; l. de uitoefening van de kanosport ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - kanosport'; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. bestaande onverharde wegen; o. recreatieve wandel- en fietspaden; en ondergeschikt aan een bedrijf als bedoeld onder 'd' t/m 'h': a. bed & breakfastvoorzieningen in de bedrijfswoning; b. dagbesteding voor zorgvragers; c. extensief dagrecreatief medegebruik met bijbehorende voorzieningen, zoals RUST-punten met ondersteunende horeca; d. een dierenpension ter plaatse van de aanduiding 'dierenpension'; alsmede voor bij deze bestemming, tussen het bouwvlak en de openbare weg gelegen, behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, perceelsontsluitingen, (onderhouds)paden en parkeervoorzieningen conform de CROW; met dien verstande dat; a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; b. bijbehorende tuinen, erven en parkeervoorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak zijn toegestaan. 4.3 Afwijken van de bouwregels Mits, en voor zover van toepassing, a. de kenmerkende waarden van het gebied niet onevenredig worden aangetast; b. wordt voldaan aan de 'Uitwerking Rood-met-groeninstrumentarium', zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels en; c. wordt voldaan aan de volgende randvoorwaarden:
- er maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij;
- de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in artikel 3.1, derde lid, onder b en c, inpasbaar is in de omgeving;
- is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert;
- is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3;
- een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling, kan het bevoegd gezag door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: […]; 4.3.6 Bouwen buiten bouwvlak artikel 4 lid 2.1 sub a ten behoeve van: a. de overschrijding van het bouwvlak, al dan niet in combinatie met de afwijking als bedoeld in artikel 4 lid 3.1 en/of artikel 4 lid 3.2:
- met 10% van de breedte en/of de diepte van het bouwvlak ten behoeve van vergroting van bestaande bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de naar de weg gekeerde zijde van het bouwvlak;
- met 25 meter ten behoeve van de in artikel 4 lid 2.5 sub b bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits wordt voldaan aan de 'Uitwerking Rood-met-groeninstrumentarium', zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels en voor zover inpasbaar binnen de waarden als bedoeld in de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beekdal', Waarde - Cultuurhistorie akkercomplex, Waarde - Cultuurhistorie dorpsgezicht Loon, Waarde - NNB of Waarde - Open landschap; b. de vervanging van voor 1992 gerealiseerde bebouwing binnen de op dat moment aanwezige maatvoering, zonodig met een geringe afwijking van de maatvoeringen indien dit noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit; c. de bouw van een loods, ter plaatse van de aanduiding 'sierteelt' aan de [locatie 11], binnen het op de verbeelding aangegeven maatvoeringsvlak, waarbij de goot- en bouwhoogte en oppervlakte moeten voldoen aan de op de verbeelding aangegeven maten; d. de bouw van een kleinschalige voorziening ten behoeve van het stallen van hobbyvee, mits:
- de locatie is gelegen binnen de op de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied kernrandzone';
- de locatie niet is gelegen binnen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beekdal', 'Waarde - Cultuurhistorie akkercomplex', 'Waarde - Cultuurhistorie dorpsgezicht Loon' of 'Waarde - NNB'
- de bijbehorende perceelsoppervlakte aan grasland minimaal 0,3 hectare bedraagt;
- de onderlinge afstand tussen twee voorzieningen minimaal 100 m bedraagt;
- de oppervlakte niet meer dan 30 m², de goothoogte niet meer dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt. In afwijking van het onder d gestelde (stallen van hobbyvee) kan onder dezelfde voor waarden ten aanzien van goot- en bouwhoogte, zoals genoemd onder het laatste aandachtspunt, ook een omgevingsvergunning verleend worden voor de vervanging van de bestaande kleinschalige voorziening ten behoeve van de vlindertuin aan de Blokvenlaan. Artikel 11 Horeca 11.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden, met in acht name van het bepaalde in artikel 42, de volgende regels: 11.2.1 Algemeen: […]; d. gebouwen aan de [locatie 13] mogen niet eerder gerealiseerd worden dan nadat de op het perceel overeengekomen en aangegeven Natuur is gerealiseerd. 11.3 Specifieke gebruiksregels: Voor het gebruik geldende de volgende regels: […]; f. de terreinuitbreiding aan de [locatie 13] mag niet eerder in gebruik genomen worden dan nadat de op het perceel overeengekomen en aangegeven Natuur is gerealiseerd. Planregels bestemmingsplan "Buitengebied" uit 2013 Artikel 1 Begrippen 1.49 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: grondgebonden veehouderijen, akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde […]; b.de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag buiten het bouwvlak niet meer dan 1 meter bedragen, met dien verstande dat: […]. 2.bouwwerken voor mestopslag, voeropslag, sleuf- en andere silo's, mest- en andere bassins en andere aan het bouwvlak gerelateerde voorzieningen niet zijn toegestaan. Artikel 5 Agrarisch met waarden - Natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.de uitoefening van een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf.