(3)op Nederlandse televisiezenders reclame werd gemaakt voor de websites. [appellante] voldeden dus aan alle in het prioriteringsbeleid genoemde criteria, aldus de ksa. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is niet in geschil dat [appellante] op het moment dat zij door de ksa zijn aangeschreven in mei voldeden aan één of meer van de prioriteringscriteria. Ook is niet in geschil dat [appellante] na het verlopen van de in de aanschrijving gegeven termijn niet de .nl-extensies hadden aangepast en dat zij evenmin het gebruik van de Nederlandse taal op de websites volledig hadden verwijderd. [appellante] voldeden daarmee nog steeds aan de in het prioriteringsbeleid genoemde criteria. De ksa kon, gelet daarop, overgaan tot onderzoek naar de overtreding van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok en handhaving, zoals zij op 15 augustus 2013 aan [appellante] heeft laten weten. Dat de websites volgens [appellante] op 8 september 2013 niet meer raadpleegbaar waren in de Nederlandse taal, doet hier niet aan af. Voor de vraag of artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok is overtreden, is namelijk, anders dan [appellante] hebben aangevoerd, niet relevant of het aanbod primair is gericht op Nederland. De door [appellante] uit het arrest van de Hoge Raad van 18 februari 2005 in zaak nr. ECLI:NL:HR:2005:AR4841 afgeleide verplichting voor de ksa om voor het vaststellen van een overtreding van de Wok aan te tonen dat de via een website aangeboden kansspelen daadwerkelijk vanuit Nederland zijn gespeeld, getuigt van een onjuiste lezing van dat arrest en leidt dan ook niet tot het oordeel dat de ksa niet over kon gaan tot nader onderzoek naar de overtreding van de Wok. In punt 3.3 van zijn arrest van 18 februari 2005 heeft de Hoge Raad immers overwogen dat "…van hier te lande gelegenheid geven in evenbedoelde zin sprake is wanneer via internet door middel van een mede op Nederland gerichte website de toegang tot kansspelen wordt geboden aan potentiële deelnemers in Nederland en dezen via hun computer rechtstreeks aan het spel kunnen deelnemen, dat wil zeggen zonder dat andere handelingen zijn vereist dan die op de computer kunnen worden verricht." Hieruit volgt dat indien het voor een consument uit Nederland mogelijk is om door middel van een mede op Nederland gerichte website deel te nemen aan een onlinekansspel, artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok is overtreden, zonder dat daarvoor vereist is dat de kansspelen in kwestie daadwerkelijk in Nederland zijn gespeeld. De enkele omstandigheid dat de websites van [appellante] niet meer in de Nederlandse taal raadpleegbaar zouden zijn, dwingt niet tot de conclusie dat die websites niet meer mede waren gericht op Nederland. Het daderschap van de Ltd
- Artikel 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) luidt: […]
- Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.
- […]. De overtreden norm is in dit geval het gelegenheid geven online kansspelen te spelen. De ksa heeft de Ltd. daarvoor mede verantwoordelijk gehouden omdat zij de merkregistraties voor de merken [website A] en [website B] en het logo [website B] op haar naam heeft staan en zij ook de domeinnaam van de website [website B] heeft geregistreerd. In september 2013 werd de Ltd. als eigenaar en exploitant van de website [website A] vermeld en in februari 2014 stond in artikel 46 van de algemene voorwaarden van die website dat de site in eigendom is van en wordt beheerd door de N.V. in samenwerking met haar zusteronderneming de Ltd. Voorts is blijkens het "Verslag met betrekking tot vastlegging van informatie omtrent Handelsregister Engeland" van de ksa de N.V. de enige aandeelhouder van de Ltd. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat gezien de hiervoor genoemde registraties van de Ltd., haar vermelde betrokkenheid bij de exploitatie van de websites van [website B] in september 2013, die door [appellante] niet worden betwist en de verwevenheid tussen de Ltd. en de N.V., die blijkt uit het hiervoor vermelde Verslag, de ksa aannemelijk heeft gemaakt dat de Ltd. in samenwerking met de N.V. gelegenheid heeft gegeven om in strijd met de Wok via die websites kansspelen te spelen. De Ltd. heeft derhalve mede artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok overtreden en daarom heeft de ksa dus terecht deze rechtspersoon als overtreder aangemerkt. Evenredigheid boetes
- Het gaat bij het opleggen van een boete wegens overtreding van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok om de aanwending van een discretionaire bevoegdheid van de ksa. Het bestuursorgaan moet bij de aanwending van deze bevoegdheid, ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb, de hoogte van de boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. De ksa kan omwille van de rechtseenheid en rechtszekerheid beleid vaststellen en toepassen inzake het al dan niet opleggen van een boete en het bepalen van de hoogte daarvan. Ook indien het beleid als zodanig door de rechter niet onredelijk is bevonden, dient de ksa bij de toepassing daarvan in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is. De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit van het bestuur met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie. 7.
- Voor de bepaling van de hoogte van de boete, heeft de ksa een boetebeleidsregel Boeterichtsnoer aanbieden kansspelen online zonder vergunning (hierna: de Boeterichtsnoer) vastgesteld. Daarin gaat de ksa ten tijde van belang uit van een basisboete van ten minste € 100.000,
- De basisboete is afhankelijk van het aantal websites, het aantal spellen, de maximale prijs die kan worden gewonnen, de hoogte van de eerste storting en de maximale deposit per tijdseenheid. Per geval bepaalt de ksa of de basisboete moet worden verhoogd of niet. Daarnaast zijn in de Boeterichtsnoer boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden genoemd. 7.
- De ksa heeft in dit geval de basisboete vastgesteld op € 130.000,
- De ksa heeft daarbij de ernst van de overtreding, het aantal spellen, de hoogte van de prijzen en bonussen en het belonen van hoge stortingen met bonussen mee laten wegen. De ksa heeft geen boeteverhogende omstandigheden van toepassing geacht voor de N.V. en de Ltd. maar voor de Ltd. wel een boeteverlagende omstandigheid in verband met de geringere rol bij de overtreding. De rechtbank heeft terecht overwogen dat dus de duur van de overtreding, een boeteverhogende omstandigheid, anders dan [appellante] veronderstellen, geen rol heeft gespeeld bij de vaststelling van de hoogte van de boete. Het standpunt van [appellante] dat andere ondernemingen die meer spellen aanboden lagere boetes hebben gekregen, leidt niet tot het oordeel dat de boetes in dit geval onevenredig zijn, nu voor de hoogte van de boete niet alleen het aantal spellen bepalend is. De ksa heeft bovendien ter zitting in hoger beroep met concrete cijfers onderbouwd dat in de door [appellante] genoemde gevallen andere omstandigheden dan het aantal spellen hebben geleid tot lagere boetes. Verder heeft de ksa terecht het standpunt ingenomen dat het inmiddels niet meer voldoen aan de prioriteringscriteria geen reden is om de boete te matigen, omdat die criteria alleen relevant zijn voor de vraag welke overtredingen met voorrang dienen te worden aangepakt. Voorts valt niet in te zien waarom boetematiging ter zake van een overtreding op zijn plaats zou zijn op de grond dat de dader na de constatering van de overtreding is opgehouden met het plegen van het desbetreffende delict. Met het instellen van een helpdesk en de ter beschikkingstelling van informatie over de mogelijkheid tot directe blokkering van het spelersaccount, heeft [appellante] niet zodanige beschermingsmaatregelen voor consumenten getroffen dat die hadden moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die aanleiding hadden moeten geven de basisboete te verlagen. 7.
- Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank terecht de opgelegde boetes niet onevenredig geacht. [appellante] hebben weliswaar terecht aangevoerd dat uit de laatste zin van overweging 4.
- van de aangevallen uitspraak blijkt dat de rechtbank de evenredigheid van de hoogte van de boetes niet vol heeft getoetst, maar de Afdeling ziet daarin geen aanleiding de aangevallen uitspraak te vernietigen, nu alsnog in hoger beroep een dergelijke toets is toegepast zonder dat dit [appellante] kon baten. Conclusie boetebesluiten
- Gezien al het vorenstaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat de ksa bevoegd was handhavend op te treden omdat [appellante] hebben gehandeld in strijd met artikel 1, aanhef en onder a, van de Wok en dat de ksa terecht de boetes heeft opgelegd. Besluit openbaarmaking boetebesluit
- Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie. Ingevolge artikel 8, eerste lid, verschaft het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede democratische bestuursvoering. Ingevolge artikel 10, tweede lid, onder g, blijft het verstrekken van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
- Het boetebesluit is een bevoegd genomen besluit in het kader van een aan de ksa door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 november 2010 in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2010:BO3468) past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Ook in het geval van een voorgenomen spontane openbaarmaking ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Wob is een nadere afweging van belangen geboden. Deze nadere afweging houdt in dit geval in dat het algemene belang dat door de openbaarmaking wordt gediend, wordt afgewogen tegen het belang van [appellante] geen onevenredig nadeel te lijden als gevolg van de publicatie, waarbij aan het algemeen belang een groot gewicht moet worden toegekend. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat [appellante] de door hen gestelde reputatieschade niet met concrete gegevens heeft gemotiveerd. Gelet hierop heeft de ksa in dit geval het belang van transparantie en het verstrekken van informatie in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van [appellante] bij het uitblijven van reputatieschade. Hierbij acht de Afdeling ook van belang dat [appellante] de gelegenheid hadden een voorlopige voorziening te vragen alvorens daadwerkelijk tot publicatie werd overgegaan en dat zij van deze mogelijkheid geen gebruik hebben gemaakt. Conclusie openbaarmakingsbesluit
- De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de ksa tot openbaarmaking kon overgaan. Conclusie hoger beroep
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Proceskostenveroordeling
- De ksa heeft verzocht om [appellante] te veroordelen tot vergoeding van de kosten die zij stelt te hebben gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. 13.
- De Afdeling acht geen termen aanwezig om [appellante] te veroordelen in de proceskosten omdat van een kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht niet is gebleken.
- Ook bestaat geen aanleiding voor een veroordeling van de ksa in de door [appellante] gemaakte proceskosten. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J.W. van de Gronden en mr. R.J. Koopman, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier. w.g. Borman w.g. Van Tuyll van Serooskerken voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2017 290.