(2009), Addiction, 104:2041-2048), blijkt dat de concentratie aan THC na het roken van cannabis zeer snel daalt. [appellant] heeft de juistheid van dit standpunt niet bestreden. Gelet hierop is aannemelijk dat het gehalte aan THC in het bloed van [appellant] op het moment van staandehouding aanmerkelijk hoger is geweest dan de bij onderzoek van het bloedmonster aangetroffen waarde, omdat het bloedmonster pas enige tijd na de staandehouding is afgenomen. De rechtbank heeft gezien het voorgaande terecht geconcludeerd dat het CBR terecht een onderzoek heeft gelast en het rijbewijs terecht heeft geschorst.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, griffier. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van der Zijpp voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2017 262.