201602241/1/A1. Datum uitspraak: 22 maart 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: KWS Infra B.V., gevestigd te Vianen, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 december 2015 heeft het college KWS Infra B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming na te leven door werkzaamheden in een verontreinigde bodem pas uit te (laten) voeren, nadat daarvan melding is gedaan bij het bevoegd gezag. Bij besluit van 19 februari 2016 heeft het college het door [persoon A] beweerdelijk namens KWS Infra B.V. hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft KWS Infra B.V. beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 februari 2017, waar KWS Infra B.V., vertegenwoordigd door mr. B.O. Deege, en het college, vertegenwoordigd door F. Warendorf, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het college heeft het door [persoon A] namens KWS Infra B.V. tegen het besluit van 9 december 2015 gemaakte bezwaar bij besluit van 19 februari 2016 niet-ontvankelijk verklaard. Alvorens daartoe te besluiten heeft het college [persoon A] bij brief van 19 januari 2016 in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 16 februari 2016 aan te tonen dat [persoon A] bevoegd was namens KWS Infra B.V. bezwaar te maken. Volgens het college blijkt uit het uittreksel van het handelsregister van KWS Infra Managementdiensten B.V. niet dat de twee ondertekenaars van de volmacht gezamenlijk en met uitsluiting van andere bestuurders bevoegd zijn de volmacht aan [persoon A] te verlenen. Om dat te kunnen vaststellen, hadden ook de statuten binnen de gestelde termijn moeten worden overgelegd, aldus het college. 2. KWS Infra B.V. betoogt dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe voert zij aan dat een rechtsgeldige volmacht is overgelegd. Uit het uittreksel van het handelsregister van KWS Infra Managementdiensten B.V. blijkt al dat de twee ondertekenaars bevoegd zijn een dergelijk volmacht te ondertekenen. Uit de letterlijke bewoordingen van de omschrijving van de bevoegdheid kan worden opgemaakt dat een bestuurder samen met één andere bestuurder de besloten vennootschap kan vertegenwoordigen. De zogenoemde meervoud ‘s’ in die omschrijving staat immer tussen haakjes. Zij wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 18 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5665, waarin een gelijkluidende zinsnede aan de orde was en het niet nodig was om ook de statuten over te leggen. Verder voert KWS Infra B.V. aan dat die verplichting ook niet uit de brief van 19 januari 2016 volgt. Subsidiair stelt KWS Infra B.V. zich op het standpunt dat het college niet gehouden was het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Deze niet-ontvankelijkverklaring heeft, gelet op de geringe ernst van de beweerdelijk geconstateerde tekortkoming, onevenredig verstrekkende gevolgen voor de rechtsvinding. Het college had volgens KWS Infra B.V. behulpzamer moeten zijn nadat het had geconstateerd dat de volmacht naar zijn stelling niet voldeed. Daarvoor was na het indienen van de gegevens op 5 februari 2016 tot 16 februari 2016 voldoende tijd en gelegenheid, aldus KWS Infra B.V.. 3. Artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt: "Het bezwaar-of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener;" Artikel 6:6 luidt: "Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn." 4. In de brief van 19 januari 2016 heeft het college verzocht de volgende informatie of gegevens over te leggen: "een recent uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel (<1 jaar) en statuten of enig ander bewijs waaruit blijkt dat u zelfstandig bevoegd bent namens het bedrijf een bezwaarschrift in te dienen. Uit de door u toe te zenden stukken dient duidelijk te blijken dat de ondertekenaar(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.