(2017)gewijzigd met het oogmerk de laddertoets te vereenvoudigen zonder dat het instrument aan effectiviteit inboet. Met deze wijzigingen is derhalve niet beoogd het doel van de regeling te wijzigen. 6.
- De Afdeling stelt vast dat de raad het bestaande aanbod, waaronder de beschikbare plancapaciteit, inzichtelijk heeft gemaakt en dat de locatie "Huize Scherpenzeel" deel uitmaakt van het bestaande aanbod. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd over de W. van de Sluisstraat en een eventueel braakliggend terrein, ziet de Afdeling geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het door de raad overgelegde overzicht aan beschikbare plancapaciteit. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] en anderen ook overigens naar voren hebben gebracht, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet ervan heeft mogen uitgaan dat er een behoefte aan woonzorgeenheden bestaat. 6.
- Voor zover [appellant] en anderen hebben aangevoerd dat is vereist dat wordt onderzocht of het toevoegen van bebouwing kan worden voorkomen door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie en dergelijke en dat dit ten onrechte niet is gebeurd, overweegt de Afdeling dat deze beroepsgrond faalt. Op grond van het sinds 1 juli 2017 geldende artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro behoeft de raad alleen te motiveren, indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand gebied, waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Die situatie is hier niet aan de orde. In stand laten rechtsgevolgen
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen naar aanleiding van de motiveringsnotitie en de brief van 15 februari 2018 van de raad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van 31 mei 2016 geheel in stand blijven. Dit betekent dat het bestemmingsplan van kracht blijft. De mogelijkheden waarin het plan voorziet, kunnen worden gerealiseerd. In dit geval betreft dit onder meer de bouw van maximaal 24 wooneenheden in samenhang met centrale voorzieningen ten behoeve van verzorging en verpleging op afroep en 14 (aanleun)woningen. Proceskosten
- Ten aanzien van [appellant] en anderen is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van Hof van Twente van 31 mei 2016 waarbij het bestemmingsplan "de Whee e.o., herziening Scherpenzeelseweg ong." is vastgesteld; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven; IV. gelast dat de raad van Hof van Twente aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier. w.g. Uylenburg w.g. Heinen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2018 632.