(1965)gekregen. Niet alle eigenaren van de gronden hebben direct uitvoering gegeven aan dit bouwrecht. Tot op de dag van vandaag zijn er volgens de raad nog kavels onbebouwd. Dit verklaart volgens de raad waarom in de loop der jaren verschillende bouwvergunningen zijn verleend. De bestemming van deze percelen is sinds 1965 achtereenvolgens "Zomerhuisjes", "Zomerhuizen" en "Recreatie-recreatiewoningen". 6.
- In de Toeristische toekomstvisie uit 2007 staat dat er zich zomerhuizen buiten de kampeerterreinen bevinden in de zomerhuisgebieden, zoals onder meer De Duûnt. Voor deze gebieden is in 1990 een Beleidsnotitie Zomerhuisterreinen opgesteld. In deze notitie wordt van een conserverend beleid uitgegaan. Op basis van planologische criteria is aangegeven waar in deze gebieden nog invulmogelijkheden zijn. De Beleidsnotitie Zomerhuisterreinen is vastgesteld op 21 mei
- Deze notitie bevat de uitkomsten van een inventarisatie van de vraag of het eiland op basis van de ontwikkeling van het toerisme nog meer zomerhuizen aan kan en waar deze dan gerealiseerd kunnen worden. Perceel 1584 is daarin aangemerkt als terrein voor afschermende beplanting. Gelet hierop, heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien de bouw van een zomerwoning op het perceel van [appellante] mogelijk te maken. 6.
- [appellante] wijst erop dat de raad in 2016 nog een bestemmingsplan heeft vastgesteld waarin de bestemming van een perceel in De Duûnt is gewijzigd van "Agrarisch" naar "Recreatie". In de Staatscourant van 12 januari 2017, nr. 2091 heeft het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt dat het op 25 oktober 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Parapluherziening wijzigingsbevoegdheid Uitbreiding kampeerterreinen" (hierna: Parapluherziening) met ingang van 23 december 2016 onherroepelijk is geworden. De Parapluherziening heeft volgens de bekendmaking betrekking op de regels voor de kampeerterreinen in een aantal bestemmingsplannen, onder meer in het bestemmingsplan "Hoorn en De Duûnt". In de toelichting bij de desbetreffende Parapluherziening staat dat hiermee 8 bestemmingsplannen worden herzien. De herziening gaat alleen over de wijzigingsbevoegdheid van de bestemming "Agrarisch" naar de bestemming "Recreatie-1" (Kampeerterreinen). Over de door [appellante] gemaakte vergelijking met dit geval overweegt de Afdeling dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie omdat [appellante] op haar perceel een recreatiewoning wil realiseren en geen kampeerterrein. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de door [appellante] genoemde situatie overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie. Het betoog over het gelijkheidsbeginsel faalt.
- [appellante] voert aan dat zij met behulp van RhO adviseurs een concrete aanvraag heeft ingediend en dat dit verzoek voldoet aan de geldende vereisten voor een aanvraag voor de door haar gewenste bestemmingsplanwijziging. Volgens [appellante] zal het realiseren van een recreatiewoning op haar perceel geen onevenredige afbreuk doen aan de natuurlijke, landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Volgens de aanvraag is uit de luchtfoto op te maken dat het projectgebied in stedenbouwkundig en landschappelijk opzicht deel uitmaakt van het recreatieterrein en niet is te beschouwen als los perceel met een andere functie. 7.
- De raad stelt zich op het standpunt dat alle geschikte locaties voor recreatiewoningen reeds zijn ingevuld, dan wel voorzien van een wijzigingsbevoegdheid, en dat verdere uitbreiding van recreatiegebieden gezien de omvang van het bestand en de afbreuk aan de open ruimte niet wenselijk is. 7.
- De Afdeling overweegt wanneer een aanvraag voldoende concreet en gemotiveerd is en voldoet aan de daartoe geldende vereisten, dat dit betekent dat de raad voldoende informatie heeft om een aanvraag tot wijziging van een bestemmingsplan in behandeling te nemen en daartoe een ruimtelijke afweging te maken. Dit betekent niet dat een dergelijke aanvraag zonder meer wordt toegewezen. Dat naar de stelling van [appellante] het perceel, gezien de ligging, niet is te beschouwen als los perceel met een andere functie dan de rest van het terrein, alsmede dat het realiseren van een recreatiewoning op haar perceel geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke, landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, doet niet af aan het feit dat in de Beleidsnotitie Zomerhuisterreinen op basis van planologische criteria is aangegeven waar in De Duûnt nog invulmogelijkheden zijn en dat daarin het perceel van [appellante] is aangemerkt als terrein voor afschermende beplanting. Gelet hierop heeft de raad op goede gronden geen aanleiding hoeven zien de bouw van een zomerwoning op het perceel van [appellante] mogelijk te maken.
- [appellante] stelt dat de gemeente Terschelling haar bezwaarschrift, voorzien van haar naam en adres, tegen het bestreden besluit op het internet heeft gezet. Dit getuigt volgens haar van onbehoorlijk bestuur. 8.
- De Afdeling overweegt dat het op internet plaatsen van persoonsgegevens van [appellante] een gedraging betreft die aan de orde kan worden gesteld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit betoog kan in deze procedure niet aan de orde komen. Conclusie
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Heinen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2018 632.