(1)en 210 over de Cross Border Lease contracten, heeft de minister zich inmiddels in het besluit op bezwaar van 20 december 2017 op het standpunt gesteld dat een hernieuwde beoordeling ertoe heeft geleid dat de niet-openbaar gemaakte onderdelen van deze documenten alsnog openbaar worden gemaakt mede omdat de looptijd van de Cross Border Lease contracten inmiddels is verstreken. Voor zover het document 102 betreft, is de minister bij zijn standpunt gebleven een koopprijs niet openbaar te maken. De Afdeling zal dat standpunt hierna in overweging 8.5 beoordelen. Het Lam heeft, voor zover voormelde documenten alsnog openbaar zijn gemaakt, geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel van het hoger beroep. 8.
- Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis te hebben genomen van de niet-openbaar gemaakte delen van de documenten met de nummers 76, 78, 100, 101, 102, 104, 105 en 107 overweegt de Afdeling als volgt. 8.
- Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3976) dient artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob naar zijn aard restrictief te worden uitgelegd. Van bedrijfs- en fabricagegegevens is slechts sprake, indien en voor zover uit die gegevens wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces dan wel met betrekking tot de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Ook gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden als bedrijfsgegevens worden aangemerkt. De weigeringsgrond neergelegd in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob is bedoeld om te voorkomen dat de bedrijfsgegevens die bedrijven met het oog op concurrentie geheim willen houden, maar wel genoodzaakt zijn aan bestuursorganen te verstrekken, openbaar moeten worden gemaakt (zie Kamerstukken II, 1986/87, 19 859, nr. 3, blz. 33). 8.
- De minister heeft in zijn besluit op bezwaar van 12 december 2014 van elke document vermeld welke gegevens zijn gekwalificeerd als bedrijfs- en fabricagegegevens. De gegevens betreffen, volgens de minister, onder meer technische informatie over gas- en elektriciteitsnetten en bedrijfsvoering, waaruit wetenswaardigheden kunnen worden afgeleid over de technische bedrijfsvoering en de afzet van producten. Het gaat daarbij om bedrijfstechnische gegevens die het zuiveringsproces van de installaties beschrijven (document 76), een bedrijfstechnisch schema van een krachtinstallatie (document 78), de verkoopprijs van het economisch eigendom overeengekomen tussen DELTIUS en Delta Netwerkbedrijf (documenten 100 en 101), een koopprijs die is voldaan door Delta Netwerkbedrijf (document 102), een bedrijfstechnische toelichting op een hoogcalorisch gastransportnet (document 104), een technische beschrijving van een elektriciteitsnet (document 104), een koopprijs die is voldaan door Delta Netwerkbedrijf (document 104), bedrijfstechnische schema’s, afbeeldingen van installaties en bedrijfstechnische beschrijvingen (document 105), een technische omschrijving van een elektriciteitsnet (document 107), een omschrijving van elektriciteitsgrenzen (document 107), diverse elektriciteitsschema’s (document 107) en een technische beschrijving van een laagcalorisch gasnet (document 107). Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat de documenten deze gegevens bevatten. Verder heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat deze gegevens, die vertrouwelijk aan de minister zijn overgelegd, bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Het Lam heeft in dit kader niet gemotiveerd waarom het oordeel van de rechtbank op dit punt onjuist is. Conclusie over het hoger beroep
- Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank komt voor vernietiging in aanmerking voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten de minister van Economische Zaken opdracht te geven nader onderzoek te verrichten naar de verzochte documenten. - Het beroep tegen het nadere besluit van 20 december 2017 De aanwezigheid van documenten
- Het Lam betoogt dat de minister met het nadere besluit van 20 december 2017 nog altijd niet alle documenten heeft verstrekt. De minister heeft bij verschillende achtereenvolgende zoekacties steeds weer nieuwe documenten gevonden en openbaar gemaakt. Op de bij het besluit van 20 december 2017 behorende inventarislijst zijn niet alle documenten opgenomen. Het besluit is daarom in strijd met de Wob, aldus Het Lam. 10.
- Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1494), is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat documenten niet of niet meer onder hem berusten en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat documenten toch onder het bestuursorgaan berusten. 10.
- De minister heeft in het besluit van 20 december 2017 overwogen dat de nieuwe documenten naar aanleiding van een nieuwe zoekactie zijn gevonden. De minister heeft informatiespecialisten ingezet die gerichter in het archiefsysteem konden zoeken. De zoekactie werd bemoeilijkt, zo heeft de minister toegelicht, door het feit dat de Wob-verzoeken zien op de periode van 1998 tot en met april 2014 en dat in deze periode netbeheerders en aanvragers zijn gefuseerd met andere netbeheerders en van naam zijn veranderd. Bovendien hebben de verschillende archiefsystemen, zowel het papieren systeem als de opvolgende digitale systemen, het zoeken niet vergemakkelijkt. Veel van de verzochte documenten zijn opgenomen in het papieren archief en vanaf 2007 bevinden de documenten zich in het digitale archief. Dat laatste archief is in 2012 vervangen, aldus de minister. De informatiespecialisten hebben meer zoekmogelijkheden in het digitale systeem en zij hebben toegang tot meer informatie uit het systeem dan andere ambtenaren. De informatiespecialisten hebben door middel van vele zoekvragen in het systeem gezocht. Die zoekvragen zijn, aldus de minister, opgesteld door medewerkers die vanuit het verleden specialistische kennis hebben opgedaan over de behandeling van aanvragen van netbeheerders tot instemmingsbesluiten. Een nieuw gespecialiseerd team van Wob-medewerkers heeft de zoekactie ondersteund. Bij deze zoekactie is ook aan de voormalige Dienst Uitvoering Toezicht Energie verzocht in de archieven te zoeken naar de documenten die op de inventarislijst stonden, maar niet zijn gevonden. Ook deze actie heeft veel nieuwe documenten opgeleverd, aldus de minister. De minister heeft het standpunt ingenomen dat grondig naar de ontbrekende, overwegend oude, documenten is gezocht door informatiespecialisten, Wob-specialisten en medewerkers met specialistische kennis over het onderwerp en dat veel tijd aan de nieuwe zoekactie is besteed. Een nieuwe zoekactie zal dan ook geen nieuwe documenten opleveren, aldus de minister. 10.
- Naar het oordeel van de Afdeling heeft de minister, gelet op deze gedetailleerde omschrijving van de wijze van onderzoek en gelet op de reikwijdte van het verzoek, nu zorgvuldig onderzoek gedaan naar de door de Wob-verzoeken bestreken documenten. Gelet op dit zorgvuldige onderzoek komt de mededeling van de minister dat een nieuwe zoekactie geen nieuwe documenten zal opleveren niet ongeloofwaardig voor. Het Lam heeft niet aannemelijk gemaakt dat toch meer documenten onder de minister berusten. Dat zij, gezien het verloop van de procedure, geen vertrouwen meer heeft in de mededelingen van de minister, is daarvoor, gezien het onderzoek dat de minister nu heeft uitgevoerd, onvoldoende. Het betoog faalt. Bedrijfs- en fabricagegegevens
- Het Lam betoogt dat de minister ten onrechte openbaarmaking heeft geweigerd van een aantal (bijlagen bij) documenten op de grond dat deze documenten vertrouwelijk zijn. Volgens Het Lam bevatten deze documenten geen vertrouwelijke informatie, omdat de ligging van de netten niet terrorismegevoelig is. 11.
- De Afdeling gaat ervan uit dat het betoog van Het Lam ziet op de weigering om onderdelen van de documenten met de nummers 104 en 105, voor zover daarin bedrijfs- en fabricagegegevens zijn opgenomen, openbaar te maken. Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis te hebben genomen van de niet-openbaar gemaakte delen van deze documenten, overweegt de Afdeling als volgt. 11.
- Over deze documenten heeft de minister overwogen dat hij een herbeoordeling van deze documenten heeft gemaakt. Deze herbeoordeling heeft ertoe geleid dat de minister alsnog is overgegaan tot openbaarmaking van documenten 104 voor zover het gaat om twee kaarten behorend bij productieblad 8 en foto’s. Hij is ook overgegaan tot openbaarmaking van document 105 voor zover het gaat om foto’s, een kaart inclusief toelichting behorend bij productieblad 9 en de titel en inhoudsopgave van document
- Wat de overige informatie uit die documenten betreft, heeft de minister zijn standpunt neergelegd in het besluit op bezwaar van 12 december 2014, dat de documenten bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten, gehandhaafd. Zoals de Afdeling hiervoor in overweging 8.5 heeft overwogen, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat deze gegevens bedrijfs- en fabricagegegevens zijn. Het betoog faalt. Persoonlijke beleidsopvattingen
- Het Lam betoogt ten slotte dat de minister ten onrechte heeft geweigerd delen van documenten openbaar te maken, omdat deze documenten persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. 12.
- Dit betoog ziet op de documenten met de nummers 254, 258, 258a, 265, 284, 312, 326, 331, 332, 334, 338, 339, 365, 366, 372, 389, 390, 391, 393, 426, 441, 459, 465, 490, 500, 512, 535, 536, 538, 539, 552, 556a en
- 12.
- Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3563) volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 11, eerste lid, van de Wob dat het doel van de daarin neergelegde bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen is de bescherming van de vrije meningsvorming, het belang om in vertrouwelijke sfeer te kunnen "brainstormen" zonder vrees voor gezichtsverlies en het kunnen waarborgen dat bij de primaire vormgeving van het beleid de betrokkenen in alle vrijheid hun gedachten en opvattingen kunnen uiten (Kamerstukken II, 19 859, nr. 3, blz. 14 en 38). Onder persoonlijke beleidsopvatting wordt verstaan een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van één of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten. 12.
- Een aantal van de in overweging 12.1 vermelde documenten is openbaar gemaakt, met dien verstande dat de daarop door ambtenaren gemaakte handgeschreven notities zijn weggelakt. Verder heeft de minister openbaarmaking geweigerd van interne nota’s aan de desbetreffende bewindslieden en interne e-mailwisselingen over bepaalde onderwerpen. De minister heeft in dit kader overwogen dat het bij deze documenten gaat om adviezen en meningen van ambtenaren en hun politieke en ambtelijke leidinggevenden met betrekking tot instemming met de aanwijzingen. De minister verstrekt hierover geen informatie, omdat hij het niet in het belang van een goede en democratische bestuursvoering acht, indien standpunten van ambtenaren zelfstandig worden betrokken in de publieke discussie. Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis te hebben genomen van de niet-openbaar gemaakte (delen van deze) documenten, stelt de Afdeling vast dat deze documenten de door de minister omschreven informatie bevatten en dat ze zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de minister zich bovendien terecht op het standpunt gesteld dat de desbetreffende informatie uit de documenten persoonlijke beleidsopvattingen, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wob bevat. Het betoog faalt. Conclusie over het beroep tegen het nadere besluit van 20 december 2017 12.
- Het beroep tegen het nadere besluit van 20 december 2017 is ongegrond. Slotsom
- Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten de minister opdracht te geven nader onderzoek te verrichten naar de verzochte documenten.
- Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 december 2016 in zaak nr. 15/620, voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten de minister van Economische Zaken opdracht te geven nader onderzoek te verrichten naar de verzochte documenten; III. verklaart het beroep tegen het besluit van 20 december 2017, kenmerk WJZ/17193938 ongegrond; IV. gelast dat de minister van Economische Zaken en Klimaat aan Het Lam Advocaten B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Grimbergen, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Grimbergen voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2018
- BIJLAGE Elektriciteitswet 1998 Artikel 10 […].
- Onze Minister wijst op verzoek een naamloze of een besloten vennootschap voor tien jaar als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan. Bij het verzoek wordt een besluit van de Autoriteit Consument en Markt overgelegd waaruit blijkt dat is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a, vierde lid, en 10b. […].
- Degene aan wie een ander net toebehoort dan het landelijk hoogspanningsnet of een landsgrensoverschrijdend net, wijst voor het beheer van dat net een of meer naamloze of besloten vennootschappen als netbeheerder aan. […]. Artikel 12 […].
- De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming, indien niet is voldaan aan de artikelen 10a, 10b, 11, 11a of 11b of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat zal zijn aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 16Aa, 18a of 78 te voldoen, een taak als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, of 16a, uit te voeren dan wel een verbod als bedoeld in artikelen 17, 17a of 18 na te leven. […]. Artikel 14 […].
- De artikelen 10 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing als netbeheerder, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. Gaswet Artikel 2 […].
- Degene aan wie een ander net toebehoort dan het landelijk gastransportnet, wijst voor het beheer van dat net een of meer naamloze of besloten vennootschappen als netbeheerder aan. […]. Artikel 4 […].
- De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Hij onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 2c, 3, 3a, 3b of 3c of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 1h en 10e te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 7a, 10, 10a, 42 of 54a uit te voeren, aan hoofdstuk 2 te voldoen of indien hij niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10b, 10c of 10d. […]. Artikel 6 […].
- De artikelen 2 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing als netbeheerder, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. Wet openbaarheid van bestuur Artikel 3
- Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. […].
- Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en
- Artikel 10 1 Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. […]. Artikel 11
- In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.
- Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.