201803424/1/V2 en 201803424/2/V
- Datum uitspraak: 30 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 april 2018 in zaak nr. NL18.6302 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 19 april 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen
- De vreemdeling heeft de als productie 2 bij het hogerberoepschrift gevoegde stukken, voor het eerst in hoger beroep in het geding gebracht. Nu deze stukken dateren van voor de aangevallen uitspraak en hij geen verklaring heeft gegeven waarom hij deze stukken niet reeds ten tijde van het beroep had kunnen overleggen, worden deze stukken niet bij de beoordeling van het hoger beroep betrokken. Ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 is de aangevallen uitspraak immers dwingend als object van hoger beroep aangewezen.
- Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.
- Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Graat voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2018 307-806.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.