← Nederland

ECLI:NL:RVS:2018:3036

201800020/1/A

  1. Datum uitspraak: 19 september 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 november 2017 in zaken nrs. 16/8241,16/8311,17/264 en 17/2044 in het geding tussen: [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluiten van 16 en 21 oktober 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellante] toegekende voorschotten kindgebonden budget en zorgtoeslag voor het jaar 2015 herzien, vastgesteld op nihil en een bedrag van € 1.348,00 aan kindgebonden budget van haar teruggevorderd. Bij besluiten van 29 november 2016 en 9 januari 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 21 november 2017 heeft de rechtbank de door [appellante] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2018, waar de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs. J.G.C. van de Werken, is verschenen. Overwegingen
  2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 21 november 2017 eveneens beslist op de beroepen van [appellante] tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 20 februari 2017 en tegen afwijzingen op verzoeken om herziening. Het hoger beroep richt zich daar niet tegen, maar is beperkt tot de aangevallen uitspraak voor zover daarin de beroepen tegen de besluiten van 29 november 2016 en 9 januari 2017 ongegrond zijn verklaard.
  3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen bij die besluiten de bezwaren tegen de besluiten van 16 en 21 oktober 2015 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.
  4. [appellante] verwijst in hoger beroep naar hetgeen zij eerder in de procedure heeft aangevoerd over de termijnoverschrijding. De rechtbank is op deze gronden in de overwegingen van de aangevallen uitspraak ingegaan. In hoger beroep heeft [appellante] - hoewel daartoe door de Afdeling bij aangetekend verzonden brief van 2 januari 2018 in de gelegenheid gesteld - geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende gronden en argumenten in de aangevallen uitspraak onjuist, dan wel onvolledig zou zijn. Dit betekent dat de rechtbank terecht niet is toegekomen aan een inhoudelijk oordeel over de besluiten, waaronder het in hoger beroep herhaalde betoog dat de Belastingdienst/Toeslagen het besluit van 21 oktober 2015 niet heeft gemotiveerd.
  5. Gezien het voorgaande is er geen aanleiding de aangevallen uitspraak te vernietigen.
  6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier. w.g. Sevenster w.g. De Vries-Biharie lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2018 611.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.