(020)406 2201 of e-mail adres FSC@lvnl.nl. Hierdoor kan LVNL een bericht aan luchtvarenden laten uitgeven. Wanneer de licthen zijn gerepareerd of vervangen meldt de exploitant dit ook bij LVNL zodat zij het bericth aan luchtvarenden in kunnen trekken.
- Regeling lichtintensiteit -
- Indien de zichtbaarheid tijdens de schemer- en nachtlichtperiode meer bedraagt dan 5000 meter, mag de nominale lichtintensiteit van de obstakellichten tijdens de schemer- en nachtlichtperiode tot 30% worden verlaagd, indien de zichtbaarheid tijdens de schemer- en nachtlichtperiode meer bedraagt dan 10 kilometer mag de lichtintensiteit tijdens de schemer- en nachtlichtperiode tot 10% worden verlaagd. -
- De zichtbaarheid bedoeld in onderdeel 7 lid 1 van dit informatieblad dient te worden bepaald als een metereologische zichtbaarheid in overeenstemming met de bepalingen en aanbevelingen van de World Meteorological Organization (WMO, zie internetsite www.wmo.ch) met een toestel waarvan kan worden aangetoond dat het daarmee in overeenstemming is. Voor de windparken bedraagt de afstand tussen de turbines die uitgerust zijn met apparatuur om de zichtbaarheid te meten en die turbines die daarmee niet zijn uitgerust maximaal 1500 meter. De meettoestellen voor de zichtbaarheid moeten dicht bij de gondel worden aangebracht. De meest ongunstige waarde die door één van de apparaten binnne het gehele windpark wordt gemeten, dient voor het gehele windpark te worden aangehouden. -
- In geval van defect van een meetapparaat voor de zichtbaarheid worden alle obstakellichten ingeschakeld op een intensiteit van 100%. -
- De exploitant dient aan te kunnen tonen dat bovenstaande criteria worden nageleefd.