201807508/2/A
- Datum uitspraak: 31 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker a] en [verzoeker b], wonend te Arnhem, verzoekers, en het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 21 februari 2018 heeft het college het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers op de locatie van Heemstralaan ten hoogte van nummer 25 (locatie 20). Bij besluit van 1 augustus 2018 heeft het college het door [verzoeker a] en [verzoeker b] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben [verzoeker a] en [verzoeker b] beroep ingesteld. Vliet en [verzoeker b] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 oktober 2018, waar [verzoeker a] en [verzoeker b], vertegenwoordigd door [verzoeker a], en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C.J. Kasteel en M. Vink zijn verschenen. Overwegingen
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
- [verzoeker a] en [verzoeker b] hebben verzocht om een voorlopige voorziening te treffen omdat zij vrezen voor overlast van de ondergrondse containers. Voorts vinden zij dat zij onevenredig worden benadeeld. In dit verband wijzen zij erop dat aan de achterkant van hun perceel al een container is geplaatst en aan de voorkant twee parkeerplaatsen zijn aangewezen waar elektrische voertuigen kunnen worden opgeladen. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de ondergrondse plastic-, papier- en restafvalcontainers noodzakelijk zijn voor de bewoners van de bovenwoningen aan de Frans Halslaan zodat zij beschikken over een inzamelpunt voor deze grondstoffen in de nabijheid van hun woning. Het dichtstbijzijnde inzamelpunt bevindt zich op een afstand van ruim 250 meter. Gelet daarop is het noodzakelijk dat de containers zo snel mogelijk worden geplaatst.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan aan de door [verzoeker a] en [verzoeker b] gestelde belangen niet zodanig gewicht worden toegekend dat het door het college gestelde belang daarvoor moet wijken. Vooralsnog ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat het college gelet op de gestelde onevenredige benadeling niet in redelijkheid tot vaststelling van het plaatsingsplan heeft kunnen komen. Het college heeft ter zitting gesteld dat de container aan de achterkant van de weg zal worden verwijderd als de hier aan de orde zijnde containers zijn geplaatst. De enkele vrees voor overlast is evenmin voldoende voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot vaststelling van het plaatsingsplan heeft kunnen komen. De voorzieningenrechter acht voorts van belang dat zich geen onomkeerbare gevolgen zullen voordoen indien de containers worden geplaatst voordat een uitspraak wordt gedaan in de bodemprocedure.
- Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. de Koning, griffier. w.g. Troostwijk w.g. De Koning voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2018 712.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.