201708855/1/R3. Datum uitspraak: 21 november 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellante], gevestigd te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en andere (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante]), appellanten, en de raad van de gemeente Papendrecht, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 14 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Noordhoek" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 juni 2018, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde a] en [gemachtigde b], en de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Asgar en H.J.D. Nienhuis, zijn verschenen. Buiten bezwaren van partijen heeft de raad nog stukken in het geding gebracht. Overwegingen 1. Artikel 8:51d van de Awb luidt, voor zover thans van belang: "Indien de bestuursrechter in hoogste aanleg uitspraak doet, kan hij het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen." Inleiding 2. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het gebied aan de noordwestelijke rand van het bedrijventerrein Het Nieuwland in Papendrecht. Het plangebied bestaat uit een deel van het bedrijventerrein De Noordhoek en uiterwaarden van de rivier de Noord. 3. [ appellante] is eigenaar van het terrein aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Papendrecht. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Waterbergend gebied 5. Het plan kent onder meer aan stroken grond aan en nabij de rivier de Noord de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" toe. 5.1. [appellante] voert aan dat de raad ten onrechte de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" heeft toegekend aan gronden van het bedrijventerrein De Noordhoek in plaats van aan het water van de rivier de Noord. [appellante] voert aan dat die gronden niet als primair waterbergend gebied zijn aangewezen door Rijkswaterstaat. Daarnaast betoogt [appellante] dat op het bedrijventerrein De Noordhoek ook helemaal geen ruimte is om water te bergen. Zo wijst [appellante] erop dat in het voorheen geldende bestemmingsplan "Aan de Noord" de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" ook niet was opgenomen, terwijl Rijkswaterstaat al ruim voor die tijd waterbergende gebieden had vastgesteld. Daarbij is volgens [appellante] in 2012 een bouwvergunning verleend voor de bouw van keermuren, trechters en transportbanden en is in 2015 een bouwvergunning verleend voor de bouw van een betoncentrale, waarbij niet is getoetst aan het waarborgen van de waterbergende functie. Verder bevreemdt het [appellante] dat in het bergend regime rekening wordt gehouden met het veilig functioneren van de Afgedamde Maas, aangezien deze ver weg ligt en geen afvoerende rivier is. Voor zover de raad stelt dat bij uitbreiding van het bedrijf in het water moet worden voldaan aan de vereisten van de dubbelbestemming, voert [appellante] aan dat een dergelijke uitbreiding in het geheel niet aan de orde is, omdat daar een loswal ligt. 5.2. De raad stelt dat hij overeenkomstig het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: het Barro) het waterbeleid van het Rijk, zoals neergelegd in de Beleidsregels grote rivieren, heeft gewaarborgd in het bestreden plan. Een deel van het plangebied is gelegen in het bergend regime van de Noord. De desbetreffende gronden zijn voorzien van de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime". Het betreft hier het groengebied ten noorden van het bedrijventerrein De Noordhoek en het water van de Noord. Volgens de raad heeft de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" dan ook geen gevolgen voor de huidige bedrijfsactiviteiten op de gronden van [appellante]. In het vorige bestemmingplan is per abuis geen rekening gehouden met deze beleidsregels, maar dit is hersteld in het bestreden plan, aldus de raad. 5.3. Artikel 2.4.3 van het Barro luidt: "1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: […] c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en […] 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd." Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Beleidsregels grote rivieren, zoals deze golden ten tijde van belang, luidt: "In dit besluit wordt verstaan onder bergend regime: het afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed aangegeven op de bij dit besluit behorende detailkaart." Artikel 4 luidt: "Voor activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het bergend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid, toestemming gegeven." Artikel 2, tweede lid luidt: "De artikelen 3 tot en met 7 zijn niet van toepassing op de in bijlage 2 bij dit besluit aangewezen activiteiten of locaties." Bijlage 2, aanhef en onder g, luidt: "De Beleidsregels grote rivieren zijn niet van toepassing op de navolgende activiteiten of locaties: […] g. Polder Nieuwland en Noordhoek (Papendrecht)." Op de detailkaart 62 bij de Beleidsregels grote rivieren is een gebied aangeduid als "Bergend regime". 5.4. De Afdeling stelt vast dat het plangebied is gelegen aan de Noord. Om te voldoen aan het Barro heeft de raad een waterbergend regime in het plan opgenomen. Uit de plantoelichting blijkt dat de raad bij de toekenning van de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" aansluiting heeft gezocht bij de Beleidsregels grote rivieren. 5.5. Ter zitting is gebleken dat het geschil zich toespitst op de vraag of de raad terecht aan een stuk grond in de vorm van een driehoekje grenzend aan de Noord de dubbelbestemming "Waterstaat - Bergend regime" heeft toegekend. 5.6. De Afdeling merkt op dat de raad te kennen heeft gegeven dat hij in het vorige bestemmingsplan "Aan de Noord" abusievelijk geen rekening heeft gehouden met de Beleidsregels grote rivieren, maar deze beleidsregels in het bestreden plan wel heeft toegepast. 5.7. Uit detailkaart 62 bij de Beleidsregels grote rivieren blijkt dat het in het geding zijnde stuk grond als "Bergend regime" is aangeduid. Op grond van artikel 2, tweede lid, in samenhang gelezen met bijlage 2 van de Beleidsregels grote rivieren, zijn deze beleidsregels echter niet van toepassing op het bedrijventerrein De Noordhoek. 5.8. De Afdeling ziet zich daarom gesteld voor de vraag of het stuk grond deel uitmaakte van het bedrijventerrein De Noordhoek op het maatgevende tijdstip voor de aanwijzing van De Noordhoek als locatie waarop de beleidsregels niet van toepassing zijn. Daarvoor is van belang welke bestemming het stuk grond toen had. 5.9. Artikel 9 (Overgangsrecht) van de Beleidsregels grote rivieren luidde bij de inwerkingtreding van deze beleidsregels op 14 juli 2006: "Dit besluit is niet van toepassing op: […] b. op de door de Staatssecretaris vóór 1 januari 2008 aan te wijzen activiteiten of locaties gelegen in het onder a bedoelde gebied." 5.10. In de toelichting op dit artikel (Stcrt. 2006, 133) staat: "In het tweede lid is aangegeven dat de Staatssecretaris de mogelijkheid heeft om het overgangsrecht ook van toepassing te laten zijn op een aantal met name te noemen activiteiten of locaties. Deze lijst zal in ieder geval in de Staatscourant worden gepubliceerd. Met name in die gevallen waarin het vigerende bestemmingsplan een bouwtitel verschaft voor de voorgenomen activiteiten, zullen onnodige belemmeringen voor de uitvoering van deze plannen moeten worden voorkomen. Deze lijst zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor 1 januari 2008, in de Staatscourant worden gepubliceerd. Daaraan voorafgaand zal een beoordeling plaatsvinden van de activiteiten en locaties die in aanmerking komen voor vermelding op de lijst." 5.11. In het Besluit tot aanwijzing van activiteiten of locaties, bedoeld in artikel 9, aanhef en onder b, van de Beleidsregels grote rivieren, van 13 december 2007 (gepubliceerd op 20 december 2007) heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat besloten: "De Beleidsregels grote rivieren zijn niet van toepassing op de navolgende activiteiten of locaties: […] f. Polder Nieuwland en Noordhoek (Papendrecht); […]". 5.12. In de toelichting op dit besluit (Stcrt. 2007, 247) staat: "Verschillende gemeenten hebben projecten aangemeld voor de lijst. Bij de totstandkoming van de lijst is uitgegaan van de toelichting van de Beleidsregels grote rivieren. Deze geeft expliciet aan dat met name in die gevallen waarin het vigerende bestemmingsplan een bouwtitel verschaft voor de voorgenomen activiteiten, onnodige belemmeringen voor de uitvoering van deze plannen voorkomen moeten worden. De activiteiten of projecten genoemd onder b), c), e),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.