(2020)in de directe omgeving van het plangebied respectievelijk 15 μg/m3 en 20 μg/m3 bedragen, en daarmee ruim onder de grenswaarden voor jaargemiddeldeconcentraties van 40 μg/m3 liggen. Vervolgens concludeert de raad dat, als de toename wordt afgezet tegen de huidige jaargemiddelde concentraties, geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Hetgeen [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2A] hebben aangevoerd geeft geen aanleiding om eraan te twijfelen dat er wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor het vaststellen van het bestemmingsplan. De betogen slagen niet. Wegverkeerslawaai
- [appellant sub 2A] en [appellant sub 1] en anderen betogen dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar het wegverkeerslawaai als gevolg van het gebruik van de nieuwe ontsluitingsroute. 9.
- De raad heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de nieuwe weg door het sportlandschap op 310 m van de woning van [appellant sub 2A] is voorzien en dat een maximumsnelheid van 30 km/u op deze weg zal gaan gelden, zodat geen aanleiding bestaat voor de verwachting dat onaanvaardbare hinder als gevolg van wegverkeerslawaai ter plaatse van de woning van [appellant sub 2A] zal optreden. Voorts heeft de raad aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de verkeersintensiteit op de Garnwerderweg weliswaar zal toenemen, maar dat vanwege de verlaging van de maximumsnelheid een verbetering van de geluidsituatie zal optreden. Ter nadere onderbouwing van zijn standpunt heeft de raad het door WMA opgestelde rapport "Akoestisch onderzoek Wegverkeer Sportpark Winsum-West" van 20 juni 2018 (hierna: het WMA-rapport) overgelegd. Hierin wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting van het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg van het sportpark op de gevel van de woning van [appellant sub 2A] maximaal 32 dB Lden is, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Voorts wordt ten aanzien van de woningen aan de Garnwerderweg geconcludeerd dat de geluidsbelasting met 1,5 dB zal afnemen bij een verlaging van de maximumsnelheid tot 30 km/u. 9.
- [appellant sub 2A] en [appellant sub 1] en anderen hebben de inhoud van het WMA-rapport niet betwist. Gelet op de inhoud van dit rapport bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat het plan zal leiden tot een onaanvaardbare geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai ter plaatse van hun woningen. Het betoog faalt. Inrichtingslawaai
- [appellant sub 2A] betoogt dat ten onrechte een onderzoek naar de geluidhinder als gevolg van de uitbreiding van de sportvelden ontbreekt. Deze geluidhinder treft zowel [appellant sub 2A] als de in het gebied aanwezige weidevogels. 10.
- De raad heeft bij zijn besluit de door de VNG opgestelde handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (hierna: VNG-handreiking) gehanteerd. In de VNG-handreiking is als richtafstand tussen woningen en een veldsportcomplex (met verlichting) een afstand van 50 meter opgenomen. De afstand tussen de woning en het plangebied waarbinnen een veldsportcomplex (met verlichting) is toegelaten is meer dan 60 meter. De feitelijke afstand tot de sportvelden zal groter zijn. Vanwege de aanbevolen richtafstand van 50 meter, voldoet het plan dus aan de in de VNG-handreiking aanbevolen richtafstand. [appellant sub 2A] heeft niet geconcretiseerd waarom deze aanbevolen richtafstand in dit geval niet toereikend is om onaanvaardbare geluidhinder ter plaatse van zijn woning te voorkomen. Wat betreft de verstoring van weidevogels stelt de Afdeling vast dat aan het besluit het door Mertens opgestelde rapport "Quick scan Natuur, Sportlandschap Winsum" van februari 2017 (hierna: de Quick scan) ten grondslag ligt, waarin wordt geconcludeerd dat effecten op beschermde diersoorten, waaronder de weidevogels ten westen van het sportlandschap, kunnen worden voorkomen. Nu [appellant sub 2A] daartegen niets heeft aangevoerd, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de effecten van het geluid van het sportlandschap op de weidevogels. Het betoog faalt. Conclusie
- De beroepen zijn ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier. w.g. Minderhoud w.g. Boer lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2019 745.