(2)g […] Een aanvrager dient: - in staat te zijn een taalkundig correct, ook voor niet vakgenoten, begrijpelijk en leesbaar rapport te schrijven en daarbij neutrale, niet onnodig diskwalificerende formuleringen te gebruiken - in staat te zijn bij de opzet en de indeling van het rapport de principes van de vigerende formats toe te passen - zich bij het rapporteren steeds bewust te zijn van de reikwijdte van het rapport, zoals de beeldvorming die de rapportage van de onderzochte kan oproepen en de consequenties daarvan voor de besluitvorming van de rechter (bijvoorbeeld in de sfeer van de bewijsvoering) - in staat te zijn op heldere wijze voorlichting over het deskundigheidsgebied en de onderzoeksbevindingen te geven aan de gerechtelijke instantie die daarom verzoekt Toelichting "Getoetst wordt of een rapporteur adequate rapporten schrijft, niet of in de rapportage wel of geen gebruik is gemaakt van een format. Formats zijn hulpmiddelen en kunnen daarmee van nut zijn voor de totstandkoming van het rapport." Beleidskader Registratie voor beperkte duur Artikel 1 Het College kan een aanvrager voor beperkte duur registreren. Registratie voor beperkte duur vindt in beginsel plaats voor een periode van maximaal twee jaar. Artikel 2 Een deskundige die niet volledig voldoet aan de eisen van artikel 12 tweede lid sub a tot en met i, niet of niet voldoende beschikt over eigen werk dan wel van wie een eerdere aanvraag door het College is afgewezen, kan worden geregistreerd voor beperkte duur. Toelichting bij artikel 2: "Het College zal in beginsel slechts tot een registratie voor beperkte duur beslissen als sprake is van de in artikel 2 van dit beleidskader bedoelde categorieën:
- Maatwerk
- Pasopgeleide rapporteur
- Aanvraag na eerdere afwijzing Ad
- Maatwerk In het huidige Brdis is de voorwaardelijke registratie geregeld in artikel 19 juncto artikel 12, tweede lid onder b. Het College kon tot op heden uitsluitend tot een voorwaardelijke registratie (hierna: registratie voor beperkte duur) beslissen als de aanvrager nog niet over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied beschikt en/of nog onvoldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin, maar wel voldoet aan overige eisen van artikel 12, tweede lid Brdis, namelijk de eisen als vermeld onder a en c tot en met i. De grens tussen de verschillende eisen van het tweede lid van artikel 12 bleek in de forensische praktijk evenwel niet altijd even scherp te trekken. Het is bovendien regelmatig voorgekomen dat naar aanleiding van een aanvraag aandachtspunten werden geconstateerd die niet direct vielen onder de b-grond van artikel 12, tweede lid Brdis. Het College kon in een dergelijk geval vrijwel niet anders dan een aanvraag afwijzen. Ook aanvragers die net buiten de reguliere paden kennis en ervaring hadden opgedaan kwamen niet zonder meer voor een volledige registratie van vier jaar in aanmerking. Dit werd door het College als te beperkend en onredelijk beschouwd. Het College heeft het wenselijk geacht in dergelijke gevallen ruimte te creëren om toch tot een registratie voor beperkte duur te kunnen beslissen. Indien een aanvrager niet volledig voldoet aan de eisen van artikel 12 tweede lid sub a tot en met i, kan het College beslissen de aanvrager voor beperkte duur te registreren. Hierdoor maakt het College het mogelijk het beslissingsinstrumentarium beter toe te spitsen op de individuele deskundige. Uiteraard blijft als uitgangspunt gelden dat een aanvrager over de hele linie voldoende niveau aan deskundigheid moet hebben om in het register te kunnen worden ingeschreven. Dat geldt ook voor de deskundige die voor beperkte duur wordt geregistreerd. Een registratie voor beperkte duur zal dan ook, in het geval van maatwerkbeslissingen, slechts in een zeer uitzonderlijk geval plaatsvinden. Het zal altijd moeten gaan om een enkel ontwikkelpunt. Het College moet bovendien de stellige overtuiging hebben dat de betrokken aanvrager op korte termijn wel aan alle geldende eisen van kennis en ervaring gaat voldoen. Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbewaking en -bevordering acht het College het noodzakelijk dat de voor beperkte duur geregistreerde deskundige na een korte en duidelijk afgebakende periode opnieuw volledig wordt getoetst. Door de registratie voor beperkte duur maakt het College het voor deze geregistreerde deskundige mogelijk om wel met de aandachtspunten aan de slag te gaan, maar houdt het College tegelijkertijd de vinger aan de pols. Dit zal een veel meer op de praktijk toegesneden instroom van deskundigen in het register bewerkstelligen."