(2016)is aangegeven dat na jaren van stagnatie de woningbouwmarkt weer begint aan te trekken, maar dat het woningtekort intussen is opgelopen. Daarbij geldt dat Zaandam-centrum bewoners aantrekt uit Amsterdam. Zaanstad faciliteert de verwachte huishoudensgroei op korte en lange termijn door het bouwen van minstens 600 woningen per jaar. Los van de kwantitatieve doelstelling voor woningbouw is er een kwalitatieve doelstelling gericht op het toevoegen van woningen in het hogere segment waarvan op dit moment het aanbod nog te gering is. Het plan draagt aan het woonbeleid bij door de realisatie van 40 appartementen in de middeldure (middensegment) en dure sector (momenteel gering aanbod) zowel kwantitatief als kwalitatief aan de ontwikkeling van Inverdan, waar een bijzonder stedelijk woonmilieu is en wordt gerealiseerd. 7.
- Naar het oordeel van de Afdeling past de ontwikkeling van de Rozengrachttoren in het provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarbij heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat vanwege zowel vraag uit de gemeente als uit de regio er voor de komende jaren daadwerkelijk behoefte is aan de met de Rozengrachttoren te realiseren woningen. Mede in aanmerking genomen dat het gaat om een beperkt aantal woningen en de toelichting ter zitting, is dit standpunt voldoende onderbouwd aan de hand van de gegevens die aan het beleid ten grondslag liggen en de actuele ontwikkeling van de woningmarkt in de regio. De beroepsgrond faalt. Stedenbouwkundige inpassing
- [appellant sub 2] voert aan dat de stedenbouwkundige inpassing van de Rozengrachttoren onvoldoende is gemotiveerd. Hoewel in de plantoelichting naar de nota Zaans afwegingskader hoogbouw (hierna: nota hoogbouw) wordt verwezen, ontbreekt volgens haar een positief advies van het Adviesteam Hoogbouw. 8.
- De raad heeft ter zitting erop gewezen dat het plan geen nieuwe hoogbouw mogelijk maakt. Immers de beheersverordening "Inverdan" maakte een woontoren met een hoogte van 30 m mogelijk op de locatie waar nu de Rozengrachttoren is voorzien. De raad wijst er voorts op dat het stedenbouwkundig ontwerp van de Rozengrachttoren samen met de gemeente tot stand is gekomen. De supervisor voor stedenbouwkundige aspecten is nauw bij de uitvoering betrokken. 8.
- Niet weersproken is dat de planlocatie zoals [appellant sub 2] aangeeft, ligt in het gebied op kaartbeeld II waarin onder meer Inverdan ligt. Hiervoor geldt het uitgangspunt "Ruimte bieden waar het kan". In het stappenschema procedure hoogbouwinitiatieven uit de nota hoogbouw is voor gebieden gelegen in kaartbeeld II aangegeven dat in geval visie en supervisie aanwezig is, geen advies van het Adviesteam Hoogbouw nodig is. In dat geval volstaat advisering en begeleiding. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat een advies van het Adviesteam aan de orde kan zijn bij de verlening van de omgevingsvergunning. In hetgeen [appellant sub 2] aanvoert ziet de Afdeling geen grond dat het besluit van de raad zich niet verdraagt met de nota hoogbouw. Het betoog faalt. Daglichttoetreding en bezonning
- Gembira en anderen betogen, dat de beoordeling van de gevolgen voor daglichttoetreding en bezonning onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. [appellant sub 2] betoogt dat de bezonningsstudie een te gunstig beeld geeft. Volgens haar is er meer schaduwwerking en liggen woningen langer in de schaduw dan volgt uit de bezonningsstudie. 9.
- De raad verwijst in de eerste plaats naar het rapport daglichthinder en het rapport bezonning. Voorts stelt hij zich op het standpunt dat Gembira en anderen wat betreft daglichttoetreding en bezonning geen concrete informatie naar voren brengen die tot andere resultaten of conclusies kunnen leiden. 9.
- Uit de bezonningsstudie blijkt dat de gevolgen voor de bezonning zich met name voordoen ten zuiden van de Rozengrachttoren. Gembira en anderen zijn gevestigd dan wel woonachtig zuidelijk, zuidwestelijk dan zuidoostelijk van de Rozengrachttoren. [appellant sub 2] is woonachtig ten zuiden van de Rozengrachttoren. De bezonningsstudie vergelijkt de feitelijke situatie zonder toren en de beoogde situatie met de Rozengrachttoren van 54 m. De bezonningsstudie geeft aan dat in de zomer zuidwestelijk van de Rozengrachttoren er minder ochtendzon is. Verder is er in de zomer zuidoostelijk van de Rozengrachttoren minder avondzon. De bezonningsstudie geeft geen aanleiding om ervan uit te gaan dat in andere periodes er een relevante vermindering is van de bezonning. In het rapport daglichthinder worden de feitelijke situatie zonder toren (scenario 1), de situatie met een toren overeenkomstig de vorige planologische regeling (scenario 2) en de situatie met de Rozengrachttoren (scenario 3) met elkaar vergeleken. De conclusie voor scenario 3 is dat binnen een straal van 30 m van de toren er sprake is van een behoorlijke vermindering van daglicht. Dit verlies is echter minder dan in scenario
- Buiten de straal van 30 m heeft de Rozengrachttoren nauwelijks vermindering van daglicht tot gevolg. 9.
- In hetgeen Gembira en anderen en [appellant sub 2] hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het rapport daglichthinder en het rapport bezonning zodanige tekortkomingen of onjuistheden bevatten dat de raad zich daar niet in redelijkheid op kon baseren. De rapporten geven voldoende inzicht in de gevolgen van de realisering van de Rozengrachttoren. Ten opzichte van de bestaande situatie zonder bebouwing op de planlocatie heeft de realisering van de Rozengrachttoren nadelige gevolgen. De gevolgen uit een oogpunt van daglichttoetreding en bezonning bij realisering van de Rozengrachttoren zijn ongeveer gelijk, maar in elk geval niet aanzienlijk groter dan in geval van realisering van de bouwmogelijkheden van de beheersverordening "Inverdan" voor een toren op de planlocatie. De raad heeft de bouwmogelijkheden uit de beheersverordening "Inverdan" in aanmerking kunnen nemen. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking genomen de stedelijke omgeving heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen voor de daglichttoetreding en de bezonning aanvaardbaar zijn. De betogen falen. Windhinder
- Gembira en anderen betogen dat de Rozengrachttoren windhinder tot gevolg heeft. [appellant sub 2] betoogt dat de raad gezien de uitkomsten van het onderzoek naar windhinder zich in redelijkheid niet op het standpunt heeft kunnen stellen, dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 10.
- De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat realisatie van de Rozengrachttoren geen slecht windklimaat tot gevolg heeft. De raad heeft dit standpunt gebaseerd op het door adviesbureau Peutz opgestelde rapport "Rozengrachttoren Zaandam - Windklimaatonderzoek met behulp van de windtunnel", gedateerd 7 oktober 2016 (hierna: windklimaatonderzoek). 10.
- In het windklimaatonderzoek is aangegeven dat het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de norm NEN 8100 Windhinder en windgevaar in de bebouwde omgeving. In het rapport is de omgeving van de Rozengrachttoren beoordeeld op windgevaar en op windhinder voor loopgebied en voor slentergebied. Uit het windklimaatonderzoek blijkt dat de realisatie van de Rozengrachttoren een toename van windhinder tot gevolg heeft vanwege de hoogte van de toren, de ligging aan een plein en de afstand tot bestaande bebouwing. Volgens het windklimaatonderzoek kan de hinder worden teruggebracht indien de volgende maatregelen worden getroffen: het aanbrengen van een luifel aan drie zijden van het gebouw, het plaatsen van een scherm op twee hoeken van het gebouw en het planten van drie volwassen bomen. In het rapport wordt geconcludeerd dat na het treffen van deze maatregelen er geen overschrijding is van de norm voor windgevaar of een beperkt risico op windgevaar. Voorts is er na het treffen van deze maatregelen slechts op enkele plaatsen een matig windklimaat voor een loopgebied of slentergebied. Op enkele plaatsen is er volgens het rapport een slecht windklimaat voor slentergebied. 10.
- In hetgeen Gembira en anderen en [appellant sub 2] hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het windklimaatonderzoek zodanige tekortkomingen of onjuistheden bevat dat de raad zich daar niet in redelijkheid op kon baseren. Het windklimaatonderzoek geeft voldoende inzicht in de gevolgen van de realisering van de Rozengrachttoren. Hoewel op enkele plaatsen sprake is van een matig windklimaat voor loopgebied en een matig dan wel slecht windklimaat voor slentergebied, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen van de Rozengrachttoren uit een oogpunt van windhinder aanvaardbaar zijn. De betogen falen. Evenementen
- Gembira en anderen betogen dat de realisatie van de Rozengrachttoren tot gevolg heeft dat geen evenementen ter plaatse kunnen worden gehouden. Zij vrezen hierdoor omzetverlies. 11.
- De raad stelt zich op het standpunt dat het plein ter plaatse van de Rozengrachttoren voldoende gelegenheid biedt om evenementen te houden. Het deel van het plein waar de Rozengrachttoren is voorzien, was in de beheersverordening "Inverdan" en in het voordien geldende bestemmingsplan "Inverdan" bestemd voor de bouw van een toren met een vergelijkbare footprint als die van de Rozengrachttoren. 11.
- Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen, dat er voldoende ruimte is om evenementen in de omgeving van de Rozengrachttoren te organiseren. Het betoog faalt. Zichtbaarheid voor het publiek
- Gembira en anderen betogen dat een hogere toren de zichtbaarheid van hun winkels voor het publiek vermindert. 12.
- De raad stelt zich op het standpunt dat de mogelijke zichtbaarheid van de winkels niet wijzigt door het plan, omdat de beheersverordening "Inverdan" op de locatie ook voorziet in een toren. Dat het plan een verhoging van de toren van 30 m tot 54 m mogelijk maakt, is volgens hen niet van invloed op het uitzicht op de winkels. 12.
- Naar het oordeel van de Afdeling is dit standpunt juist. De raad heeft in redelijkheid de gevolgen van het realiseren van de Rozengrachttoren voor de zichtbaarheid van de winkels aanvaardbaar kunnen achten. Het betoog faalt. Privacy
- Gembira en anderen betogen dat inkijk vanuit de Rozengrachttoren hun privacy zal beperken. Zij zijn van mening dat de raad geen rekening heeft gehouden met de gevolgen van de verhoging van de maximale bouwhoogte van 30 m naar 54 m. 13.
- In beroep noch ter zitting hebben Gembira en anderen kunnen aangeven waarom verhoging van de Rozengrachttoren van 30 m tot 54 m hun privacy nadelig beïnvloedt. Gelet op de stedelijke omgeving waarin de Rozengrachttoren is gelegen heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen uit een oogpunt van privacy. Het betoog faalt. Bereikbaarheid
- Gembira en anderen betogen dat de bereikbaarheid voor bezoekers moeilijker wordt gemaakt, omdat er geen goede openbaar vervoerverbindingen op loopafstand zijn. Volgens hen wordt verder de bereikbaarheid van hun winkels bemoeilijkt door de door de gemeente geplaatste pollers (palen in het wegdek om autoverkeer te reguleren). 14.
- De raad stelt zich op het standpunt dat er voldoende openbaar vervoervoorzieningen in de nabijheid zijn. In dit verband wijzen zij op een bushalte op 175 m van het plangebied en op het spoorstation en het regionale busstation op 500 m afstand. De raad is verder van mening dat de aanwezigheid van pollers in het centrum van Zaandam niets te maken heeft met het plan. 14.
- Hetgeen Gembira en anderen hebben aangevoerd, doet niet af aan de genoemde voorzieningen voor openbaar vervoer. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de openbaar vervoervoorzieningen met het oog op het beoogde bouwplan toereikend zijn. Verder is de plaatsing van pollers niet een gevolg van dit plan. Het betoog faalt. Parkeren
- [appellant sub 2] betoogt dat de realisatie van de Rozengrachttoren een onevenredige parkeerdruk in de Czaar Peterstraat tot gevolg heeft. Zij wijst erop dat bewoners van de toren gebruik dienen te maken van parkeergarage De Rozenhof. Zij vreest dat de bewoners ook elders zullen parkeren omdat de parkeergarage niet altijd via de kortste weg kan worden bereikt. Zij voert hierover aan dat de kruising van de Czarinastraat en de Czaar Peterstraat dagelijks tussen 12.00 en 18.00 uur en op koopavonden tot 21.00 uur is afgesloten. Parkeergarage De Rozenhof is dan slecht bereikbaar. 15.
- De raad stelt zich op het standpunt dat de parkeergarage De Rozenhof altijd toegankelijk is voor de bewoners van de Rozengrachttoren. In de parkeergarage zijn voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor bewoners van de Rozengrachttoren en deze is in beginsel altijd bereikbaar. Voorts heeft de raad betoogd dat in de buurt sprake is van betaald parkeren en dat volgens het parkeerbeleid bewoners van de Rozengrachttoren niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. 15.
- In hetgeen [appellant sub 2] aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich op onjuiste uitgangspunten heeft gebaseerd. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de komst van de Rozengrachttoren geen onaanvaardbare gevolgen voor de parkeermogelijkheden in de omgeving heeft. Het betoog faalt. Bouwoverlast
- Gembira en anderen betogen dat de realisering van de Rozengrachttoren bouwoverlast met zich zal brengen. Zij willen dat in een vergunning de verplichting wordt opgenomen om de toegankelijkheid van de winkels voor zowel omwonenden als bezoekers te waarborgen. Voorts zijn zij van mening dat de gemeente met het oog op omzet- en inkomstenderving een voorschot op de te verwachten schade had moeten toekennen. Dit heeft geen betrekking op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgrond moet derhalve buiten beschouwing blijven. Conclusie
- De beroepen zijn ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzitter, en mr. H. Bolt en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Melse voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2019 191.