(2018)sprake van een toename van leegstand. De leegstand van panden groter dan 500 m2 is minimaal. Het aanbod aan detailhandel in dagelijkse goederen staat sterker onder druk dan het aanbod aan detailhandel in niet-dagelijkse goederen. Het aanbod aan detailhandel in dagelijkse goederen is de afgelopen tien jaar afgenomen (21%). Van de detailhandel in niet-dagelijkse goederen nam de wvo-omvang met 7% af. Het aantal winkels voor dagelijkse goederen daalde met 10%. Van winkels in niet-dagelijkse goederen daalde het aantal met 19%. De druk op de detailhandel in dagelijkse goederen wordt bevestigd in het Koopstromenonderzoek 2017 Sneek. Het mogelijk maken van slechts één supermarkt is volgens Rho noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid rondom het winkelcomplex. 14.
- In het door St. Antoniusplein Vastgoed B.V. overgelegde rapport "Beoordeling aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" van Royal HaskoningDHV en Bureau Van der Weerd (hierna: HaskoningDHV en Van der Weerd) van november 2018 stellen HaskoningDHV en Van der Weerd dat in het rapport "Aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" van Rho het economisch functioneren van de binnenstad van Sneek wordt onderschat. Rho heeft volgens hen relevante specifieke gegevens niet in haar analyse betrokken. Door zich in sterke mate te baseren op het onderzoek "De Veerkrachtige Binnenstad" van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2015, waarin Sneek wordt ingedeeld in een profiel dat wordt omschreven als "kwetsbaar en lokaal voorzienend", wekt Rho Adviseurs ten onrechte de indruk dat de binnenstad van Sneek slechts lokaal voorzienend zou zijn. Het Koopstromenonderzoek Provincie Fryslân - dat specifieker en van recenter datum is dan het onderzoek van het PBL - omschrijft (de binnenstad van) Sneek als regionaal verzorgend. Deze regionale verzorgingsfunctie wordt bevestigd door het onderzoek "Vitaliteitsbenchmark Centrumgebieden 2017" van Goudappel Coffeng van 2017, waarin de vitaliteit aan de hand van 20 indicatoren is onderzocht. Verder concludeert Rho volgens HaskoningDHV en Van der Weerd ten onrechte op basis van historische databestanden van Locatus dat zowel herstel als teruggang van de leegstand van publieksgerichte panden in de binnenstad van Sneek uitblijven. Op basis van een aanvullende analyse met behulp van specifieke Locatus-data concluderen HaskoningDHV en Van der Weerd dat de leegstand in de binnenstad van Sneek als aandeel van leegstaande panden, na een forse toename tussen 2008 en 2016 (van ruim 3% naar ruim 8%), de laatste jaren afneemt (tot 7,5% in 2018) en als aandeel wvo conform het landelijk gemiddelde is (binnenstad Sneek: 7,5%; Nederland: 7,2%). Op basis van de hiervoor genoemde onderzoeken en cijfers kan volgens hen niet anders worden geconcludeerd dan dat de binnenstad van Sneek goed functioneert en vitaal is. Zij concluderen dat de opgenomen regeling voor detailhandel binnen de bestemming "Gemengd" niet noodzakelijk is ter bescherming van het binnenstedelijke milieu van de binnenstad van Sneek. De argumenten op basis waarvan Rho de leefbaarheid van de binnenstad en het voorkomen van leegstand aldaar aanmerkt als doelen die vanuit oogpunt van bescherming van het binnenstedelijk milieu nodig zijn en aldus dwingende redenen van algemeen belang vormen, worden volgens HaskoningDHV en Van der Weerd weerlegd door de door hen aangedragen specifieke gegevens. Voor zover Rho stelt dat de planologische regeling die slechts één supermarkt toestaat noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid rondom het winkelcomplex, is volgens HaskoningDHV en Van der Weerd geen sprake van argumenten om te onderbouwen dat de beperking noodzakelijk is in het kader van bescherming van het binnenstedelijk milieu. 14.
- In het door de raad overgelegde rapport "Súdwest-Fryslân; Sint Antoniusplein Sneek; Reactie op onderzoek RHDHV/Bureau van der Weerd" van Rho van 17 december 2018 stelt Rho dat HaskoningDHV en Van der Weerd een te beperkte uitleg geven aan de betiteling "lokaal voorzienend" in de PBL-studie, aangezien in de profielbeschrijving het "regionale verzorgingsgebied" wordt genoemd. Ook laten HaskoningDHV en Van der Weerd volgens Rho de andere onderzoeken en visies die in het Rho-onderzoek zijn meegenomen onderbelicht. Ten aanzien van de Vitaliteitsbenchmark Centrumgebieden 2017, die Sneek typeert als vitaal, stelt Rho dat het onderliggende vitaliteitsprofiel van Sneek, opgesteld door Goudappel Coffeng, een aanzienlijk genuanceerder beeld geeft. De benchmark is gemeten aan de hand van 20 indicatoren, verdeeld in vier dimensies: bereikbaarheid, demografie, ruimtelijke kwaliteit en voorzieningenaanbod. De scores van Sneek voor demografie en voorzieningenaanbod zijn zorgelijk. Ten aanzien van het aspect leegstand blijkt volgens Rho uit de analyse van HaskoningDHV en Van der Weerd dat de leegstand over een periode van 2012-2018 zowel voor het aandeel verkooppunten als het aandeel wvo schommelt tussen 7% en 8,3%. Ten opzichte van 2008 is de leegstand van het aandeel verkooppunten ruim verdubbeld en het aandeel leegstand wvo verviervoudigd. Ook uit deze analyse blijkt dat zich geen eenduidig herstel inzet. Voorts stelt Rho dat in de leegstandsanalyse van HaskoningDHV en Van der Weerd alleen de winkelleegstand wordt beoordeeld, terwijl volgens Rho de totale leegstand binnen het centrumgebied van Sneek moet worden meegenomen. Het aandeel van de leegstaande meters bedraagt dan ongeveer 10% en het aandeel leegstaande verkooppunten 9%. In het Rho-onderzoek is een tijdreeks van tien jaar in beeld gebracht, waarbij tevens de panden zijn betrokken die binnenkort vrijkomen. Van een substantiële afname van de leegstand is geen sprake. Dit laten HaskoningDHV en Van der Weerd onbesproken, aldus Rho. Rho acht van belang dat zowel de door HaskoningDHV en Van der Weerd berekende leegstandspercentages, als de door Rho berekende leegstandsperdentages in ieder geval hoger liggen dan ongeveer 7,5%. De leegstandspercentages kunnen weliswaar de landelijke trend volgen en vergelijkbaar zijn met binnensteden van 30.000 tot 50.000 inwoners, maar dat betekent nog niet dat de binnenstad vitaal is, aldus Rho. De landelijke trend van deze binnensteden is namelijk geen gezonde trend. Het landelijk gewogen gemiddelde leegstandscijfer in meters bedraagt 9,4% en in verkooppunten 7,9%. Op basis van dit gegeven moet volgens Rho worden geconcludeerd dat de leegstand in de binnenstad van Sneek bovengemiddeld is en de binnenstad niet vitaal is en wel degelijk bescherming behoeft. Een aanvullende beoordeling met behulp van de Retail Risk Index van Locatus, leidt niet tot een andere uitkomst, aldus Rho. 14.
- Bij de noodzakelijkheidstoets gaat het om de vraag of het doel dat ter rechtvaardiging van de planregeling wordt ingeroepen een dwingende reden van algemeen belang vormt overeenkomstig artikel 4, punt 8, van de Dienstenrichtlijn. De raad heeft zich - wat de oppervlaktevoorschriften betreft - naar het oordeel van de Afdeling op goede gronden op het standpunt gesteld dat het streven naar het voorkomen van leegstand in het binnenstedelijk gebied, een goede voorzieningenstructuur in Sneek en omstreken, alsmede een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, noodzakelijk is voor de bescherming van het stedelijk milieu. Daarbij betrekt de Afdeling dat de raad aannemelijk heeft gemaakt dat in Sneek sprake is van een leegstands- en daarmee samenhangend leefbaarheidsprobleem. Voor zover St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de leegstand de laatste jaren afneemt en conform het landelijk gemiddelde is, brengt - indien al sprake is van enig herstel - de omstandigheid dat de leegstand conform het landelijk gemiddelde is, nog niet mee dat de desbetreffende problemen niet meer aan de orde zouden zijn en maatregelen in zoverre niet meer nodig zouden zijn. Ook is op grond daarvan onvoldoende aannemelijk dat het risico op toename van leegstand is geweken. Verder heeft St. Antoniusplein Vastgoed B.V. - wat de regeling betreft dat er maar één supermarkt is toegestaan - haar betoog dat de bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid geen relevante aspecten zijn in het kader van de bescherming van het stedelijk milieu overeenkomstig artikel 4, punt 8, van richtlijn 2006/123, niet nader onderbouwd. Gelet hierop heeft de raad zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de doelen waarmee hij de regelingen rechtvaardigt dwingende redenen van algemeen belang vormen. Of die doelen met de regeling daadwerkelijk worden gediend, betreft niet de vraag naar de noodzakelijkheid, maar de geschiktheid van de planregeling. Het betoog faalt. Evenredigheid (artikel 15, derde lid, onder c, van de Dienstenrichtlijn) Geschiktheid
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de planregeling niet geschikt is om de daarmee nagestreefde doelen te bereiken. Coherent en systematisch
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de oppervlaktebeperkingen onevenredig zijn, omdat deze voor de andere schillocaties (het Normandiaplein en het Boschplein) niet gelden. 16.
- De raad stelt primair dat de andere schillocaties niet soortgelijk zijn. Voor zover dat wel het geval zou zijn, stelt de raad dat het gelijkheidsbeginsel niet zo ver strekt dat eventuele in het verleden gemaakte fouten zouden moeten worden herhaald. Daartoe wijst de raad erop dat de bestemmingsplannen voor het Boschplein en het Normandiaplein ruim voor 2016 zijn vastgesteld. Afgezien daarvan heeft het college, zoals de raad ter zitting heeft gesteld, vanwege de nog steeds actuele binnenstadsproblematiek beslist dat voor deze twee schillocaties op korte termijn voorbereidingsbesluiten zullen worden genomen, om te voorkomen dat de huidige gewenste invulling van die schillocaties wijzigt. Het verschil tussen de bestemmingsregelingen voor het Sint Antoniuspiein enerzijds en het Boschplein en Normandiaplein anderzijds zal worden opgeheven. In een gebruiksverbod wordt bepaald dat verandering van gebruik niet is toegestaan met een afwijkingsbevoegdheid voor zover dit geen winkel betreft kleiner dan 500 m
- 16.
- Zoals volgt uit de rechtspraak van het Hof (bijvoorbeeld het arrest van 10 maart 2009, Hartlauer Handelsgesellschaft mbH, ECLI:EU:C:2009:141, en het arrest van 12 januari 2010, Domnica Petersen, ECLI:EU:C:2010:4) is voor het oordeel dat een eis geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken onder meer vereist dat het doel coherent en systematisch wordt nagestreefd. 16.
- Voor het winkelcentrum aan het Normandiaplein is in het bestemmingsplan "Noordoosthoek-Normandiaplein" de bestemming "Detailhandel" opgenomen. Voor het Boschplein geldt op grond van het bestemmingsplan "IJlsterplein" de bestemming "Woondoeleinden, gestapeld en detailhandel, met bijbehorende erven" die detailhandel in de begane grondlaag mogelijk maakt. Het betreft in beide gevallen schillocaties. Deze plannen stellen geen eisen aan de oppervlakte van detailhandelsvestigingen. De Afdeling begrijpt het verweer van de raad aldus dat hij in wezen erkent dat voormelde plannen niet stroken met zijn huidige beleid. Anders dan St. Antoniusplein Vastgoed B.V. lijkt te stellen, kan hieruit nog niet worden afgeleid dat de raad zijn huidige beleid niet coherent en systematisch nastreeft. Dit vereiste staat immers op zichzelf niet in de weg aan een correctie, aanscherping of andere wijziging van het beleid. Het door de raad ter zitting genoemde voornemen van het college om voor deze twee locaties het bedoelde voorbereidingsbesluit te nemen, vormt een concrete indicatie dat het huidige beleid, ook ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, coherent en systematisch werd nagestreefd. Bij nadere memorie heeft de raad kenbaar gemaakt dat dit voornemen nadien ook is omgezet in besluitvorming: het college heeft op 13 december 2018 het "Voorbereidingsbesluit gebouwencomplexen Boschplein en Normandiaplein te Sneek, Súdwest-Fryslân" genomen. Gelet hierop leiden de argumenten die St. Antoniusplein Vastgoed B.V. aanvoert de Afdeling niet tot de conclusie dat de raad zijn doelen niet coherent en systematisch nastreeft. Het betoog faalt. Effectiviteit regeling om nagestreefde doelen te bereiken
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de raad niet heeft aangetoond dat door middel van de oppervlaktevoorschriften, waaronder het onderscheid in oppervlakte tussen detailhandel in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen, de doelstellingen om leegstand en overlast te beperken en een goed voorzieningenniveau te waarborgen zullen worden behaald. Met het voorschrijven van de bedrijfsoppervlakte wordt de mogelijke vestiging van het aantal detaillisten beperkt, hetgeen juist leegstand op het Sint Antoniusplein tot gevolg heeft. Door de regeling moeten zij grotere of kleinere winkelruimtes huren dan zij nodig hebben, wat hen zal weerhouden zich te vestigen. De stelling dat het vestigen van detailhandel op schillocaties ten koste zou gaan van het binnenstadsmilieu in Sneek, is niet voldoende onderbouwd of onderzocht. De wens om ruimte te creëren voor grootschaliger winkels noopt niet tot het opnemen van minimum oppervlakte-eisen. St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt verder dat de raad niet heeft aangetoond dat met de beperking dat er maar één supermarkt is toegestaan, de bescherming van het stedelijk milieu of een andere dwingende reden van algemeen belang op evenredige wijze wordt nagestreefd. 17.
- De raad stelt dat vestiging van winkels met een bedrijfsvloeroppervlak van ten minste 500 m2 op het Sint Antoniusplein past binnen het streven naar behoud van de diversiteit en aantrekkelijkheid van de binnenstad. De mogelijkheden voor de vestiging van winkels met een bedrijfsvloeroppervlak van ten minste 500 m2 in het centrumgebied zijn beperkt, door de kleinschalige verkaveling van het stadscentrum. Elders in de stad zijn weinig (aantrekkelijke) locaties voor dit type bedrijven beschikbaar. Als dit type bedrijven uitwijkt naar plaatsen elders in de regio, gaat dat ten koste van de centrumfunctie van Sneek. In die zin draagt de vestiging of verplaatsing van dit type winkels bij aan de aantrekkingskracht van Sneek - inclusief het stadscentrum, aldus de raad. De raad stelt verder dat de beperking in het plangebied tot één supermarkt, door het planologisch uitsluiten van een supermarkt op de locatie waar voorheen de Lidl was gevestigd, effectief is om geluidoverlast te voorkomen. 17.
- In haar tussenuitspraak van 20 juni 2018, Visser Vastgoed, heeft de Afdeling uit de rechtspraak van het Hof afgeleid dat het onderzoek in het kader van artikel 15, derde lid, onder c, van de Dienstenrichtlijn moet geschieden aan de hand van een analyse met specifieke gegevens. De Afdeling baseert zich daarbij met name op de arresten van 24 maart 2011, Commissie/Spanje, ECLI:EU:C:2011:172, en van 19 oktober 2016, Deutsche Parkinson Vereinigung eV, ECLI:EU:C:2016:
- Er moet sprake zijn van een analyse van de geschiktheid van de door de raad genomen maatregel en van specifieke gegevens ter onderbouwing van zijn betoog over de geschiktheid van de getroffen maatregel. Het is niet voldoende dat de raad zich ter onderbouwing van een planregeling zoals hier aan de orde alleen op algemene ervaringsregels beroept, zonder daarnaast onderzoeksgegevens of andere gegevens over te leggen waarmee de beoogde effecten van de planregeling aannemelijk worden gemaakt. Ter beoordeling staat of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de planregeling geschikt is om het beoogde doel te bereiken. 17.
- In het hierna volgende zal uiteen worden gezet welke analyses de raad heeft gemaakt om de effectiviteit van de planregeling te onderbouwen. Daarnaast wordt de reactie van St. Antoniusplein Vastgoed B.V. weergegeven en de reactie die Rho daarop vervolgens heeft gegeven. 17.
- In het door de raad overgelegde rapport "Súdwest-Fryslân; Sint Antoniusplein Sneek; Aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" van Rho van 20 september 2018 stelt Rho dat de oppervlakteregeling een geschikte maatregel is voor het behoud van de kenmerkende winkels in de binnenstad kleiner dan 500 m2 en daarmee ook het behoud van de diversiteit en aantrekkelijkheid van de binnenstad. Rho wijst erop dat het aantal winkels in niet-dagelijkse goederen kleiner dan 375 m2 in de binnenstad ongeveer 81% bedraagt. Van het aantal winkels voor dagelijkse goederen in de binnenstad heeft 67% een oppervlak kleiner dan 300 m
- Het toestaan van vergelijkbare winkelvestigingsmogelijkheden buiten de binnenstad leidt onmiskenbaar tot een verdere achteruitgang van de winkelpositie van de binnenstad. Dat is schadelijk voor de binnenstad zelf en daarmee uiteindelijk ook voor de schillocaties. De binnenstad verliest aantrekkingskracht, wat op de langere termijn ook effecten heeft voor de aantrekkelijkheid van de schillocaties. Met de in de regeling opgenomen oppervlaktematen voor detailhandel in dagelijkse goederen enerzijds en niet-dagelijkse goederen anderzijds wordt volgens Rho voorkomen dat een substantieel aantal kleinere winkels in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen zich aan het Sint Antoniusplein zal vestigen, in plaats van in de binnenstad. Het mogelijk maken van slechts één supermarkt is volgens Rho geschikt ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid rondom het winkelcomplex. De regeling is geschikt om overschrijding van de geluidnormen te voorkomen en daarmee om de woon- en leefomgeving ter plaatse te beschermen. 17.
- In het door St. Antoniusplein Vastgoed B.V. overgelegde rapport "Beoordeling aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" concluderen HaskoningDHV en Van der Weerd primair dat, reeds omdat de oppervlakteregeling niet noodzakelijk is, deze regeling ook niet geschikt is om het binnenstedelijk milieu te beschermen. Aanvullend stellen HaskoningDHV en Van der Weerd dat goed functionerende schillocaties zorgen voor een goed functionerende binnenstad. Een verdere ondermijning van de detailhandelsfunctie op de schillocaties zal volgens hen een negatief effect hebben op de binnenstad van Sneek. Zij wijzen erop dat volgens Rho detailhandel in de dagelijkse sector op de schillocaties een "specifieke aantrekkingskracht heeft voor regelmatig bezoek aan de binnenstad". Het beperken van de supermarktfunctie op schillocaties als manier om het binnenstedelijk milieu tegen leegstand te beschermen is volgens hen niet aannemelijk. Voor de schillocaties is een sterke supermarktfunctie belangrijk om de beoogde functie als bronpunt en 'katalysator' van de binnenstad te kunnen vervullen. De aanwezigheid van twee supermarkten zorgt volgens hen, blijkens onderzoek van Strabo, voor een verder versterkend effect, dankzij combinatiebezoek. Vooral door complementair supermarktaanbod fungeren schillocaties als sterke bronpunten, met veel combinatiebezoek met de binnenstad dankzij de parkeerfunctie. Vestiging van een tweede, aanvullende supermarkt zou dan ook de boodschappenfunctie van het Sint Antoniusplein en daarmee de belangrijke rol als bronpunt voor de binnenstad versterken. Beperking van het aantal supermarkten zal niet bijdragen aan het doel van de regeling, namelijk het beschermen van het binnenstedelijk milieu van Sneek, aldus HaskoningDHV en Van der Weerd. In het rapport van Rho komen de effecten van planologische beperking van de supermarktfunctie op het vestigings- en ondernemersklimaat volgens hen ten onrechte niet aan de orde, terwijl deze wel degelijk ruimtelijk relevant zijn. 17.
- In het door de raad overgelegde rapport "Súdwest-Fryslân; Sint Antoniusplein Sneek; Reactie op onderzoek RHDHV/Bureau van der Weerd" van Rho van 17 december 2018 stelt Rho dat de conclusie van HaskoningDHV en Van der Weerd dat de regeling met de oppervlaktevoorschriften onevenredig is, niet aansluit bij de daadwerkelijke situatie die in Sneek wordt geconstateerd. Gelet op de krimpende detailhandelsmarkt en de leegstandssituatie van de binnenstad ligt enerzijds het accent op behoud van de kracht van de binnenstad met kleine winkels en een grote diversiteit, en anderzijds op het goed laten functioneren van de schillocaties binnen het vastgestelde profiel. Verwatering van die profielen betekent dat de profielen van vier gebieden in elkaar samenvloeien en geen van de gebieden een eigen aantrekkingskracht meer zal hebben. Dat ondergraaft het functioneren van het geheel en van de onderdelen afzonderlijk, aldus Rho. Verder gaan HaskoningDHV en Van der Weerd er volgens Rho ten onrechte vanuit dat een tweede supermarkt niet is toegestaan ter bescherming van de binnenstad. Het niet toestaan van een tweede supermarkt staat los van het wel of niet onderling versterken van de binnenstad en het Sint Antoniusplein. Het gaat om een beoordeling van de aanvaardbaarheid van de effecten van een supermarkt ter plaatse, wat een extra supermarkt in het plangebied zou opleveren, in relatie tot het woon- en leefklimaat van bewoners in de zeer directe omgeving en de verkeersveiligheid rondom het Sint Antoniusplein. Een extra supermarkt is niet mogelijk als gevolg van het geluid van bevoorrading, aldus Rho. HaskoningDHV en Van der Weerd hebben niet aangetoond dat bevoorrading wél kan plaatsvinden binnen de normen van het Activiteitenbesluit. Overigens gaat het aangehaalde tijdschriftartikel over welke combinaties van supermarktformules goed passen en elkaar versterken. Het zegt niets over het beter of slechter functioneren van een winkelcentrum met één of twee supermarkten, aldus Rho. 17.
- Ter beoordeling staat in de eerste plaats of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de opgenomen oppervlaktevoorschriften, waaronder het onderscheid in oppervlakte tussen detailhandel in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen, effectief zijn voor het bereiken van de daarmee beoogde doelen: het streven naar voorkomen van leegstand in het binnenstedelijk gebied, een goede voorzieningenstructuur in Sneek en omstreken, alsmede een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De raad heeft inzichtelijk gemaakt dat het stadscentrum van Sneek wordt gekenmerkt door een kleinschalige verkaveling. De Afdeling acht aannemelijk dat de oppervlaktemaat van maximaal 500 m2 een onderscheidende karakteristiek is van de winkels in de binnenstad van Sneek. In de binnenstad is, uitgaande van het rapport van Rho, 91% van de winkels kleiner dan 500 m2 bvo. Verder is van het aantal winkels in niet-dagelijkse goederen in de binnenstad 81% kleiner dan 375 m
- Van het aantal winkels voor dagelijkse goederen in de binnenstad is 67% kleiner dan 300 m
- De Afdeling acht voorts aannemelijk dat het in het plan opnemen van qua oppervlakte en soort goederen met bovengenoemde winkels vergelijkbare winkelvestigingsmogelijkheden, zou leiden tot een achteruitgang van de winkelpositie en daarmee een toename van leegstand en een verminderd leefklimaat in de binnenstad. De planregeling hanteert als primaire oppervlakte-eis dat detailhandel op het Sint Antoniusplein een oppervlakte van minimaal 500 m2 bvo heeft. Deze eis sluit aan bij de hiervoor genoemde onderscheidende oppervlakte van winkels in de binnenstad van Sneek, zodat de planregeling overlap met de binnenstad in die zin vermijdt. De regeling versoepelt de primaire oppervlakte-eis vervolgens op verschillende wijzen voor niet-dagelijkse goederen (vestigingen van minimaal 375 m2 zijn toegestaan tot een maximum van 750 m2) en dagelijkse goederen (vestigingen van maximaal 300 m2 zijn toegestaan tot een maximum van 750 m2). Nu 81% van de winkels in niet-dagelijkse goederen in de binnenstad kleiner is dan 375 m2 vermijdt de planregeling bij de versoepeling voor niet-dagelijkse goederen ook in zoverre overlap met de binnenstad. Bij dagelijkse goederen leidt de regeling, nu 67% van de winkels voor dagelijkse goederen in de binnenstad kleiner is dan 300 m2, tot een zekere overlap met de binnenstad teneinde ook in de schil enige kleinschalige detailhandel in dagelijkse goederen te faciliteren, maar de regeling houdt deze overlap beperkt. Gelet hierop acht de Afdeling het aannemelijk dat de regeling effectief is om nieuwe ontwikkelingen in de schil niet ten koste te laten gaan van het ruimtelijke functioneren van de binnenstad van Sneek. 17.
- Voorts staat ter beoordeling of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de beperking tot één supermarkt effectief is voor het bereiken van de daarmee beoogde doelen. Anders dan St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt, strekt deze regeling niet tot bescherming van het binnenstedelijk milieu tegen leegstand, maar tot bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid rondom het winkelcomplex. St. Antoniusplein Vastgoed B.V. heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze doelen niet met deze regeling kunnen worden bereikt. 17.
- Gelet hierop heeft de raad redelijkerwijs kunnen concluderen dat de opgenomen regelingen geschikt zijn om de beoogde doelen te bereiken. Niet verder dan nodig; geen andere, minder beperkende maatregelen
- Sint Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de regelingen verder gaan dan nodig en dat er andere, minder beperkende maatregelen beschikbaar zijn. 18.
- In het door de raad overgelegde rapport "Súdwest-Fryslân; Sint Antoniusplein Sneek; Aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" van Rho van 20 september 2018 stelt Rho dat de oppervlakteregeling en het onderscheid in detailhandel niet verder gaan dan nodig voor het behoud van de karakteristiek van de binnenstad. Het beoogde effect kan volgens Rho ook niet met andere, minder ingrijpende maatregelen worden bereikt. De gemeente Súdwest-Fryslân zet binnenstadsmanagement in met bijbehorende maatregelen. Overleg wordt gevoerd met partijen in Sneek zelf en met gemeenten die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Daarbij zijn er beperkingen in de maatregelen doordat slechts beperkte financiële middelen beschikbaar kunnen worden gesteld. Het mogelijk maken van slechts één supermarkt gaat volgens Rho niet verder dan nodig ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de ruimtelijke uitstraling en de verkeersveiligheid rondom het winkelcomplex. Minder ingrijpende alternatieven voor deze regeling zijn er volgens Rho niet. Voor de bevoorrading van één supermarkt zijn, ook bij deze omvang, meer dan één voertuig per dag nodig. Het bevoorraden van één supermarkt met één voertuig per dag, zoals door St. Antonius Vastgoed B.V. wordt voorgesteld, is volgens Rho in redelijkheid niet afdoende, omdat dan lege schappen ontstaan en geen volwaardige supermarkt kan worden geëxploiteerd. Een extra supermarkt met bevoorrading vanaf buiten het gebouw leidt hoe dan ook tot overschrijding van de geldende geluidnormen. De gemeentelijke onderbouwing voor het standpunt dat een tweede supermarkt op ruimtelijke bezwaren stuit, wordt dan ook bevestigd, aldus Rho. De door St. Antonius Vastgoed B.V. geopperde oplossingsrichtingen stuiten op tal van ruimtelijke en verkeerstechnische bezwaren, aldus Rho. 18.
- In het door St. Antoniusplein Vastgoed B.V. overgelegde rapport "Beoordeling aanvullend onderzoek Dienstenrichtlijn" stellen HaskoningDHV en Van der Weerd dat de conclusie van Rho dat alternatieve maatregelen tekort schieten en de bestemmingsplanregels derhalve evenredig zijn, te stellig en onjuist is. Voor zover maatregelen noodzakelijk zijn, hebben alternatieven zoals een actief binnenstadsmanagement inmiddels bijgedragen aan een afname van de leegstand in de binnenstad. Rho heeft volgens hen niet aangetoond dat verdergaande maatregelen nodig zijn. Verdere intensivering van het binnenstadsmanagement kan het positieve effect versterken en leegstand verder terugdringen. Een andere mogelijkheid vormt het aandringen bij de provincie op een subsidieregeling, zoals deze in de provincie Noord-Holland geldt om verhoging van het kwaliteitsniveau van de winkelstructuur door het terugdringen van leegstand te bevorderen, aldus HaskoningDHV en Van der Weerd. Er zijn volgens hen dus in ieder geval minder ingrijpende instrumenten voorhanden dan de vergaande beperkende regels in dit bestemmingsplan. Verder motiveert Rho volgens hen niet de evenredigheid van de regeling van de supermarktfunctie ter bescherming van de ruimtelijke uitstraling. Volgens Haskoning DHV en Van der Weerd is een tweede supermarkt aan het Sint Antoniusplein prima inpasbaar, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke uitstraling. Verder hoeft een tweede supermarkt volgens HaskoningDHV en Van der Weerd niet te leiden tot overschrijding van de geluidnormen door externe expeditie. Toonaangevende supermarktformules maken al gebruik van E-trucks, waarvan het geluidniveau zeer beperkt is. In het rapport van Rho wordt hieraan volgens hen ten onrechte geen aandacht geschonken. Ook hoeft de bevoorrading niet te leiden tot verkeerstechnische problemen, door gebruik te maken van kleinere vrachtwagens. 18.
- In het door de raad overgelegde rapport "Súdwest-Fryslân; Sint Antoniusplein Sneek; Reactie op onderzoek RHDHV/Bureau van der Weerd" van Rho van 17 december 2018 stelt Rho dat andere maatregelen ontoereikend zijn voor het adequaat oplossen van het leegstandsvraagstuk. HaskoningDHV en Van der Weerd doen daarvoor weliswaar enkele suggesties, maar tonen niet aan dat de gesuggereerde maatregelen er daadwerkelijk voor zorgen dat de leegstand wordt teruggedrongen. Zelfs de minste kwantificering hiervan ontbreekt in hun onderzoek. De planregeling in het bestemmingsplan "Sint Antoniusplein" levert wel een belangrijke bijdrage aan het pakket van maatregelen dat noodzakelijk is om de leefbaarheid en het klimaat van de binnenstad zo veel mogelijk te beschermen, aldus Rho. Wat de supermarkt betreft, is volgens Rho van de door St. Antonius Vastgoed B.V. geopperde alternatieven de werkbaarheid niet aangetoond of ze stuiten op andere ruimtelijke en/of verkeerstechnische belemmeringen. Rho stelt dat niet is onderbouwd welke E-trucks worden bedoeld, zodat de stelling niet kan worden geverifieerd. E-trucks, die zware vrachtwagens kunnen vervangen, zijn volgens Rho nog niet gebruikelijk. Voorts hebben de overschrijdingen op het Sint Antoniusplein geen betrekking op het rijden, maar op het laden en lossen van de vrachtwagens. Er zijn volgens Rho geen andere maatregelen voorhanden die net zo geschikt zijn als, maar minder beperkend dan de onderhavige planregeling. 18.
- Ter beoordeling staat in de eerste plaats of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de opgenomen oppervlaktevoorschriften, waaronder het onderscheid in oppervlakte tussen detailhandel in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen, niet verder gaan dan nodig is om de beoogde doelen te bereiken, terwijl die doelen niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat alternatieven zoals binnenstadsmanagement of een subsidieregeling niet toereikend zijn voor het bereiken van de met deze regeling beoogde doelen (het streven naar het voorkomen van leegstand in het binnenstedelijk gebied, een goede voorzieningenstructuur in Sneek en omstreken, alsmede een aanvaardbaar woon- en leefklimaat). 18.
- Voorts staat ter beoordeling of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de beperking tot één supermarkt niet verder gaat dan nodig is om de beoogde doelen te bereiken, terwijl die doelen niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt. Zoals al onder 7.2 werd overwogen ziet de Afdeling in hetgeen St. Antonius Vastgoed B.V. heeft aangevoerd, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het aannemelijk had moeten achten dat toereikende maatregelen kunnen worden getroffen ter voorkoming of beperking van geluidoverlast van een tweede supermarkt op de desbetreffende locatie. Niet aannemelijk is derhalve dat geluidoverlast kan worden voorkomen door een minder beperkende maatregel dan de beperking tot een supermarkt. 18.
- Gelet hierop heeft de raad redelijkerwijs kunnen concluderen dat de opgenomen regelingen niet verder gaan dan nodig is om de beoogde doelen te bereiken, terwijl die doelen niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt. Conclusie Dienstenrichtlijn
- In wat St. Antoniusplein Vastgoed B.V. heeft aangevoerd, ligt geen grond voor het oordeel dat de regelingen niet voldoen aan de eisen van artikel 15, derde lid, onder b en c, van de Dienstenrichtlijn. Gelijkheidsbeginsel
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. betoogt dat de beperkingen aan de oppervlakte of soort detailhandel in strijd met het gelijkheidsbeginsel zijn gesteld. Daartoe voert zij aan dat voor de andere schillocaties, het Normandiaplein en het Boschplein, zulke beperkingen niet zijn opgenomen. 20.
- Zoals de Afdeling hiervoor, in overweging 16.3, heeft geoordeeld ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zijn doelen op dit punt niet coherent en systematisch nastreeft. Gelet hierop ziet de Afdeling ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel. Het betoog faalt. Conclusie mogelijkheden voor detailhandel
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. heeft zich gekeerd tegen de regeling van de oppervlakte van detailhandelsvestigingen, waaronder de regels op grond waarvan voor detailhandel in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen andere maximale en minimale oppervlakten gelden, en de regeling dat er maar één supermarkt is toegestaan. Wat St. Antoniusplein Vastgoed B.V. over deze regelingen heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad deze in strijd met het recht heeft vastgesteld. Mogelijkheden voor mengfuncties
- St. Antoniusplein Vastgoed B.V. voert aan dat het plan onvoldoende mogelijkheden biedt voor mengfuncties, omdat slechts 450 m2 horeca is toegestaan. Daartoe betoogt zij dat de horecagelegenheid alleen te gebruiken is als café-restaurant, terwijl horeca steeds vaker wordt geëxploiteerd in mengfuncties. Zij stelt dat de raad in de nota van beantwoording zienswijzen heeft vermeld dat mengfuncties zijn toegestaan. Dit is volgens haar onvoldoende geborgd in de planregels. Zij stelt dat daardoor haar belang wordt geschaad. 22.
- De raad stelt dat binnen de bestemming "Gemengd" de functie horeca is beperkt tot maximaal 450 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Volgens de raad staat dat er niet aan in de weg deze horeca te combineren met andere functies. 22.
- Artikel 2, lid A, onder II, sub a, onder 4, van het uitwerkingsplan "Eerste uitwerking bestemmingsplan Bolswarderpoort" luidde: "[…] Binnen de bestemming "mogen horecabedrijven met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 450 m2 worden gerealiseerd; […]" 22.
- Artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder e, van de planregels van het voorliggende bestemmingsplan luidt: "De voor "Gemengd" aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca in de vorm van een café-restaurant tot een bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 450 m2." 22.
- Het uitwerkingsplan "Eerste uitwerking bestemmingsplan Bolswarderpoort" maakte binnen de bestemming "Gemengde Doeleinden" horecabedrijven met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogte 450 m2 mogelijk. St. Antoniusplein Vastgoed B.V. heeft in haar zienswijze verzocht om de horeca te verruimen tot 1.500 m2 en naast een café-restaurant ook verschillende andere vormen van horeca toe te staan. De Afdeling overweegt dat de raad in de nota van beantwoording zienswijzen heeft gesteld dat het winkelcentrum een ruime bestemming heeft, waarbinnen allerlei mengfuncties mogelijk zijn. Ten aanzien van het in de zienswijze opgenomen verzoek van St. Antoniusplein Vastgoed B.V. tot uitbreiding van de horeca tot 1.500 m2 heeft de raad in de nota van beantwoording zienswijzen vermeld dat het op 22 augustus 2014 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde en ook door de raad gevolgde Horecabeleid Súdwest-Fryslân is gericht op de concentratie van horeca in het centrum van Sneek. De raad heeft daarbij toegelicht dat nieuwvestiging alleen in het centrum kan plaatsvinden. De raad heeft daarbij tevens vermeld dat aan de voorwaarden om af te wijken niet kan worden voldaan. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de in de planregels opgenomen beperking van de horeca niet overeenkomt met hetgeen is vermeld in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Gelet op hetgeen in het horecabeleid is vermeld heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen grotere oppervlakte voor horeca dan 450 m2 wordt toegestaan. Het betoog faalt. Conclusie
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2019 271-433.