(2017)kan worden geconcludeerd dat er op dit moment voor de gemeente Bergen te weinig harde bouwplannen zijn om voor de komende 10 jaar aan de woningbehoefte te kunnen voldoen en voorzien 34 nieuwe woningen in een behoefte. Dit plan voorziet volgens de raad ook kwalitatief in de behoefte aan woningen. De voorgenomen ontwikkeling vervult namelijk een aantal van de belangrijkste woonwensen die in het lokale woonwensenonderzoek zijn geconstateerd. Daarnaast wordt er gebouwd in een gewild woonmilieu. Er is behoefte aan woningen in de woonmilieus "dorps" en "landelijk bereikbaar". Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Egmond aan Zee en grenst aan het duingebied. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling goed binnen deze woonmilieus. Tot slot wordt binnen het plan de mogelijkheid tot de bouw van woningen in het kader van het zogeheten Collectief Particulier Opdrachtgeverschap geboden, waardoor particuliere initiatieven gestimuleerd worden. Over de vervanging van de sporthal heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de oude sporthal niet meer voldoet aan de daaraan thans te stellen functionele eisen. De raad heeft bij deze herontwikkeling gesteld dat de nieuwe sporthal eerst moet worden gebouwd voordat de oude gesloopt mag worden, gelet op de continuïteit van de sportbeoefening in Bergen. 8.
- De Afdeling zal bij de vraag of is voldaan aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro uitgaan van de door de raad beoogde planologische situatie dat in het plangebied maximaal 34 woningen worden mogelijk gemaakt, namelijk maximaal 12 twee-onder-een-kapwoningen in het noorden van het plangebied en maximaal 22 geschakelde woningen in het zuiden. De raad heeft uiteengezet dat er zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin behoefte is aan de in het plan voorziene woningen en dat er behoefte is aan een sporthal die aan de huidige daaraan te stellen eisen voldoet. Het summiere betoog van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] ter zake geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Het betoog faalt. Uitzicht
- [appellant sub 1] en anderen betogen dat de realisatie van het plan voor hen een verlies van uitzicht op de duinen zal betekenen. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat de locatie van de sporthal veel dichter bij de Watertorenweg komt, wat afbreuk doet aan het vrije uitzicht op de duinen. 9.
- Ten aanzien van het betoog dat de voorziene woningen binnen het plangebied leiden tot een aantasting van het uitzicht, zal de Afdeling voor de beoordeling van de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, uitgaan van de door de raad beoogde verankering van het voor de bouw van woningen en de sporthal te hanteren peil aan het NAP en voorts van een aantal van maximaal 34 woningen. Het nieuw te ontwikkelen zogeheten duinlandschap waarin de twee-onder-een-kapwoningen zijn voor, brengt met zich dat het gebied op verschillende plaatsen opgehoogd zal worden. Doordat verschillende in het plan voorziene woningen hoger komen te liggen dan de woningen aan de Watertorenweg en de Bomschuit, zullen ze ook meer zichtbaar zijn vanuit laatstgenoemde woningen dan in de situatie dat de woningen op het huidige maaiveld gebouwd zouden worden. Gelet op de bebouwingsmogelijkheden binnen de plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Sport" kan het plan in enige mate gevolgen hebben voor het uitzicht van de bewoners van de Watertorenweg en de Bomschuit. De Afdeling is evenwel van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat van een onevenredige aantasting van het uitzicht geen sprake is. Daartoe acht de Afdeling mede van belang dat is voorzien in open ruimten in het plangebied waar behoudens separate uitzonderingen niet mag worden gebouwd. De mogelijk gemaakte maximale hoogtes van de sporthal en de woningen zijn in een bebouwde omgeving als hier aan de orde niet ongebruikelijk. Bij het voorgaande neemt de Afdeling ook in aanmerking dat geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. Het betoog faalt. Milieuzonering en geluidhinder
- [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] voeren aan dat wat de afstand van de nieuwe sporthal tot hun woning betreft, de richtafstand uit de VNG-brochure wordt overschreden, net als in de bestaande situatie. Ten onrechte is bij de toepassing van die brochure uitgegaan van een "gemengd gebied". [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] vrezen voor overlast van de sporthal voor de omgeving. De huidige sporthal en het daarin gevestigde sportcafé geven volgens hen al geluidoverlast, waar niet tegen wordt opgetreden. In het nieuwe plan is een sportcafé gesitueerd aan de west- en zuidzijde van de sporthal aan de Watertorenweg, voorzien van glazen puien en een extra deur aan de zuidzijde. De gemeente en de architect hebben niet kunnen toezeggen dat het sportcafé geluiddicht zal zijn. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] vrezen dat bij (live) muziek en door bezoekers bij gebruikmaking van het terras en bij vertrek, net zoals nu, de geluidoverlast ernstig zal zijn. Dit is niet wenselijk in een woonwijk. In het plan is gesproken over een terras bij het te realiseren sportcafé, gelegen aan de Watertorenweg. Er is geen bepaling voor een terras opgenomen, anders dan dat er een overkapping kan worden gerealiseerd. De met een terras gepaard gaande overlast past volgens [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] niet binnen hun woonomgeving. 10.
- De raad heeft toepassing gegeven aan de VNG-brochure en stelt zich op het standpunt dat de exploitant van de sporthal en de daaraan ondergeschikte horeca dient te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hiermee is volgens de raad gewaarborgd dat de woningen niet zullen blootstaan aan teveel geluid als gevolg van de exploitatie van de sporthal. Het aspect geluid vormt, aldus de raad, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 10.
- Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad bij de toepassing van de VNG-brochure terecht het omgevingstype "gemengd gebied" gehanteerd. Daarbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat ter plaatse van het plangebied, direct naast de woningen aan de Watertorenweg en de Bomschuit, in de huidige situatie al sprake is van een andere functie dan wonen, namelijk sportbeoefening. Ook is op ruim 180 m afstand een onderwijsvoorziening gelegen en zijn in de omgeving van het plangebied percelen voor bedrijvigheid bestemd. Een sporthal is in de VNG-brochure ingedeeld in milieucategorie 3.
- In gemengd gebied wordt voor milieucategorie 3.1 een richtafstand van 30 m gehanteerd, waarbij het aspect geluid maatgevend is. 10.
- De kortste afstand tussen het bestemmingsvlak voor de nieuwe sporthal en de gevel van de woning van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] bedraagt ongeveer 37 m. De Afdeling stelt vast dat is voldaan aan de voor een sporthal aanbevolen richtafstand uit de VNG-brochure. De nieuwe sporthal zal verder van de woning van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] komen te liggen dan de huidige hal. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aan de hantering van deze afstand in dit geval in de weg zouden kunnen staan. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een akoestisch onderzoek in dit geval niet nodig was om te kunnen oordelen dat bij naleving van deze afstand een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] zal ontstaan. Daarbij komt ook dat bij de exploitatie van de sporthal en de daaraan ondergeschikte horeca de normen, als opgenomen in het Activiteitenbesluit, in acht zullen moeten worden genomen. Ter zake kunnen zo nodig nog maatwerkvoorschriften worden gesteld. Het betoog faalt. Structuurvisie Noord-Holland 2040
- [appellant sub 1] anderen en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] verzetten zich tegen het gebruik van gronden binnen het plangebied voor wonen. Deze functieverandering is in strijd met de Structuurvisie Noord-Holland 2040, die volgens hen uitgaat van het behoud van cultuurlandschappen en natuurgebieden en dus niet van het volbouwen van dergelijke gebieden met woningen. 11.
- De raad is bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet gebonden aan provinciaal beleid. De raad dient met dit beleid rekening te houden, hetgeen betekent dat hij dit beleid in de belangenafweging dient te betrekken. Uit paragraaf 3.2.1 van de plantoelichting volgt dat met de genoemde structuurvisie rekening is gehouden. In de structuurvisie wordt onder meer beschreven dat de provincie een groen, aantrekkelijk en toegankelijk Noord-Holland wil waarborgen. Dit doet zij door het realiseren van een provinciale groenstructuur voor mensen, dieren en planten. De raad stelt dat een van de conceptuele pijlers van het stedenbouwkundig plan is dat het plangebied een landschappelijke inrichting krijgt. Door de woningen aan de noordzijde zo veel als mogelijk aan de rand van het plangebied te projecteren, ontstaat in het middengebied ruimte om op meer robuuste wijze landschap te creëren. In vergelijking met de huidige situatie neemt de landschappelijke inrichting per saldo toe, aldus de plantoelichting. De voor "Groen-Duin" aangewezen gronden zijn, net als bij "Natuur", bestemd voor de ontwikkeling en het behoud van het duingebied. De bestemmingen "Groen-Duin" en "Wonen" liggen buiten het in het plangebied begrepen Natura 2000-gebied, dat wel als "Natuur" is bestemd. De raad heeft de structuurvisie gelet daarop in de belangenafweging betrokken. Het betoog faalt. Bestemmingsplan "Kernen Egmond"
- De voorziene ontwikkeling is volgens [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] in strijd met het bestemmingsplan "Kernen Egmond", waarin staat dat gronden met een natuurbestemming zijn aangewezen voor het behoud van de aanwezige natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 12.
- Voor zover [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] een beroep doen op het voorgaande bestemmingsplan, overweegt de Afdeling dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Voor zover [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] in dit verband doelen op de bescherming van de aanwezige natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals die in het bestemmingsplan "Kernen Egmond" zijn neergelegd, neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad met die waarden bij de vaststelling van het plan rekening heeft gehouden, maar dat hij daarbij niet gebonden is aan de belangenafweging ter zake, die aan het voorgaande plan ten grondslag heeft gelegen. Het betoog faalt. Natuurnetwerk Nederland
- Voorts achten [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] toetsing aan het beleid voor het zogeheten Natuurnetwerk Nederland noodzakelijk. De raad is daarin volgens hen tekort geschoten. 13.
- In de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland is vastgelegd welke gebieden binnen de provincie behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. Binnen de begrenzing van het plangebied is er overlap met de gronden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het betreft een smalle strook aan de oostzijde van het plangebied dat tot het natuurgebied Noordhollands Duinreservaat behoort. Deze is bestemd als "Natuur". Het summiere betoog van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in zoverre in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening is vastgesteld. Het betoog faalt. Rugstreeppad
- [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] vrezen dat de rust- en verblijfplaats van de rugstreeppad aangetast wordt. Volgens hen is een ontheffing nodig. Zij wijzen er daarbij op dat het plangebied in zoverre niet goed is onderzocht. In het gebied zijn koren van meerdere rugstreeppadden gehoord. 14.
- Als bijlage is bij de plantoelichting gevoegd het rapport van ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau Van der Goes en Groot van 18 mei 2017 "Inventarisatie 3 gebieden in Egmond". Uit bijlage 2 (Verspreidingskaart rugstreeppad) bij het rapport volgt dat in het plangebied de rugstreeppad niet is aangetroffen. 14.
- De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of een dergelijke toestemming kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Gelet op voornoemd rapport is er voor een dergelijk oordeel geen aanleiding. Het betoog faalt. Parkeren
- [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat het plan tot gevolg zal hebben dat de parkeermogelijkheden voor omwonenden te klein zullen zijn. Zij wijzen op een reeds bestaand tekort aan parkeerplaatsen in de omgeving van de Watertorenweg en de Bomschuit. Dit tekort is volgens hen ten onrechte niet meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte. Zij verwijzen naar de Nota Ruimtelijk parkeerbeleid van de gemeente van 17 juli
- 15.
- Ter plaatse van de bestemmingen "Verkeer - Verblijfsgebied", "Sport" en "Wonen" maakt het plan het mogelijk om te parkeren. Binnen de sportbestemming is voorzien in ondergrondse parkeergelegenheid. Uit de berekening van de parkeerbehoefte die aan het plan ten grondslag is gelegd, volgt dat bij een maximale invulling van het plangebied met 34 woningen naast de voorziene sporthal er een tekort van twee parkeerplaatsen is. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben ter zitting verklaard dat er thans in de directe omgeving van het plangebied geen parkeerproblemen zijn. De Afdeling acht hun vrees dat er als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkelingen voor omwonenden onvoldoende parkeergelegenheid voorhanden zal zijn, ongefundeerd. Het betoog faalt. Verkeer
- Voor zover [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wat de verkeersdoorstroming ter plaatse betreft vrezen voor een versmalling van de Bomschuit, door het verplaatsen van een bomenrij, en ook vrezen dat de Watertorenweg onvoldoende capaciteit heeft om het verkeer van en naar de parkeergarage onder de sporthal te verwerken, overweegt de Afdeling dat de raad heeft onderkend dat de te bouwen woningen zullen leiden tot voor extra verkeersbewegingen. Uit de plantoelichting volgt dat met behulp van de "rekentool" van de CROW (kencijfers publicatie 317) de verkeersgeneratie is berekend. De sporthal is reeds aanwezig in de huidige situatie. Deze wordt herbouwd op een andere locatie binnen het projectgebied. De toename in verkeersgeneratie komt daardoor volgens de plantoelichting uit op 268 mvt/etmaal op een maatgevende openingsdag. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben deze berekening niet bestreden. Zij hebben naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat het benutten van de bouwmogelijkheden van het plan desondanks zal leiden tot verkeersoverlast op voornoemde wegen. Daarbij betrekt de Afdeling dat de Bomschuit een doodlopende weg is en dat de Watertorenweg ongeveer 8 m breed is. Het betoog faalt. Beantwoording zienswijzen
- [appellant sub 1] en anderen betogen dat de wijze waarop de raad de naar voren gebrachte zienswijzen heeft behandeld in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. 17.
- Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken. Conclusie
- De beroepen zijn gegrond. Gelet op de overwegingen 4 en 7.4 dient het bestreden besluit te worden vernietigd.
- Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.
- Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen gegrond; II. vernietigt het besluit van 8 maart 2018 waarbij de raad het bestemmingsplan "Watertorengebied" heeft vastgesteld; III. draagt de raad van de gemeente Bergen (NH) op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl; IV. gelast dat de raad van de gemeente Bergen (NH), aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt: - € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; - € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier. w.g. Hoekstra w.g. Zwemstra voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2019 91.