(4)niet in het zicht van de voorgevel te plaatsen in de winkel, voor losse verkoop maar tevens om een kop koffie te drinken. De hoofdactiviteit blijft een winkel voor de losse verkoop van etenswaren en meubels. (…) Het bouwwerk zal als winkel in gebruik worden genomen." 3.
- Ten tijde van de aanvraag en op het moment dat de omgevingsvergunning van rechtswege was verleend, gold ter plaatse van het pand het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt". Dit plan voorzag niet in de mogelijkheid om een mengformule te drijven. 3.
- Ten tijde van het besluit van 4 september 2018 gold het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden". Ingevolge dit plan rust op het perceel van het pand de bestemming "Centrum-2". Ingevolge artikel 4.1, aanhef en onder f, van de planregels zijn deze gronden - voor zover thans van belang - bestemd voor detailhandel met inbegrip van een mengformule. Artikel 1.45 van de planregels luidt: "Mengformule: in een detailhandel of vestiging voor consumentverzorgende dienstverlening tegen betaling verstrekken van etenswaren en/of dranken voor gebruik ter plaatse, waarbij: […]
- de netto verkoopvloeroppervlak van het eet- en/of drinkgedeelte ten hoogste 20% bedraagt, met een maximum van 20 m
- […]
- het eet- en/of drinkgedeelte op geen enkele wijze een horeca-uitstraling heeft." 3.
- Zoals ook de rechtbank heeft overwogen, staat vast dat het aantal tafels dat wordt gebruikt voor de mengformule meer dan vier is en dat [wederpartij] daarom in strijd handelt met de van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Het college is daarom bevoegd om daartegen handhavend op te treden. Ter beoordeling ligt voor of het college [wederpartij] tevens kon gelasten om - kort samengevat - het vloeroppervlak van de mengformule terug te brengen tot 20 m2 en om de reclame voor de mengformule te beperken. 3.
- Ten aanzien van het onderdeel van de last inhoudende dat het vloeroppervlak van de mengformule moet worden teruggebracht tot maximaal 20 m2, overweegt de Afdeling als volgt. Zoals ook de rechtbank als uitgangspunt heeft genomen, is hetgeen in de aanvraag is omschreven, met de omgevingsvergunning van rechtswege vergund. In de aanvraag is niet vermeld dat het vloeroppervlak van de mengformule beperkt blijft tot 20 m
- Wel is vermeld dat de hoofdactiviteit van [wederpartij] detailhandel blijft. Dat betekent dat de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten in het pand hiermee moet overeenstemmen. Naar het oordeel van de Afdeling brengt dat in elk geval met zich dat, naast het feit dat [wederpartij] het aantal tafels moet beperken en beperkt moet houden tot vier, meer dan de helft van het vloeroppervlak van het pand moet worden aangewend voor detailhandel. De horeca activiteiten in het pand dienen immers, gezien de aanvraag en de uitspraak van de Afdeling van 15 maart 2017, een zodanige ruimtelijke uitstraling te hebben dat deze ondergeschikt zijn aan de detailhandelsfunctie ervan. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het [wederpartij] op grond van de omgevingsvergunning is toegestaan een mengformule te exploiteren zonder beperkingen aan het vloeroppervlak daarvan. Het betoog van het college slaagt in zoverre. 3.
- Het college heeft de last inhoudende dat het vloeroppervlak van de mengformule moet worden teruggebracht tot maximaal 20 m2 gebaseerd op de bestemmingsplannen "Haarlemmerbuurt" en "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden". Naar het oordeel van de Afdeling is die grondslag onjuist. De Afdeling overweegt daartoe dat ten tijde van de aanvraag en op het moment dat de omgevingsvergunning van rechtswege was verleend, het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt" gold. Met die omgevingsvergunning is afgeweken van dit bestemmingsplan. Nu, zoals onder 3.2 vermeld, dat bestemmingsplan geen regels bevat over mengformules, heeft [wederpartij], anders dan het college betoogt, geen mengformule in de zin van het bestemmingsplan aangevraagd. Voor zover het college stelt dat de regels over mengformules volgen uit de Notitie inzake categorie-overschrijdende activiteiten in het kader van bestemmingsplannen, volgt de Afdeling het college daarin niet nu deze notitie slechts deel uitmaakt van de bijlage van de plantoelichting en in de planregels niet naar de notitie is verwezen. Op grond van het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt" zijn er dus geen beperkingen verbonden aan de mengformule die met de omgevingsvergunning is toegestaan. De mengformule hoeft evenmin te voldoen aan de voorwaarde in artikel 1.45 van de planregels van het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden" dat het vloeroppervlak maximaal 20 m2 bedraagt. [wederpartij] beschikt immers over een omgevingsvergunning, waarmee is afgeweken van het voorgaande bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt". Zoals onder 3.5 is overwogen, is hetgeen daarmee is vergund, wat betreft het vloeroppervlak, beperkt in die zin dat minder dan de helft daar van mag worden aangewend voor de mengformule. De vloeroppervlak-eis in het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden" is echter restrictiever. Nu in het overgangsrecht van dit bestemmingsplan is bepaald dat het gebruik van bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, is de vloeroppervlak-eis uit het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden", niet van toepassing. Uit het voorgaande volgt dat het college de bestemmingsplannen "Haarlemmerbuurt" en "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden" ten onrechte ten grondslag heeft gelegd aan de last, inhoudende dat het vloeroppervlak van de mengformule moet worden teruggebracht tot maximaal 20 m
- De rechtbank heeft het besluit van 4 september 2018, voor zover dat ziet op de oppervlakte, dan ook terecht vernietigd. Het betoog faalt in zoverre. 3.
- Ten aanzien van het onderdeel van de last over de reclame, overweegt de Afdeling dat de grondslag daarvan onduidelijk is. Uit het advies van de bezwaarschriftencommissie, dat bij het besluit van 4 september 2018 is overgenomen, kan worden afgeleid dat dit onderdeel van de last ofwel is gebaseerd op het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" ofwel op de Beleidsregels. Beide grondslagen zijn onjuist, nu het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" ten tijde van dit besluit nog niet in werking was getreden en, zoals is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 15 maart 2017, de Beleidsregels niet aan de last ten grondslag kunnen worden gelegd. Ter zitting heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het onderdeel van de last met betrekking tot reclame is gebaseerd op het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt". Onder verwijzing naar hetgeen onder 3.6 is overwogen, overweegt de Afdeling dat ook dat geen deugdelijke grondslag is. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het besluit van 4 september 2018 eveneens terecht vernietigd voor zover dat ziet op de reclame. Het betoog faalt ook in zoverre. Slotoverwegingen
- Zoals hiervoor onder 3.5 is overwogen, heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat er geen beperkingen gelden voor het vloeroppervlak van de mengformule. De beslissing van de rechtbank om het besluit van 4 september 2018 te vernietigen voor zover dat ziet op de onderdelen van de last betreffende het vloeroppervlak van de mengformule van maximaal 20 m2 en de reclame voor de mengformule is, gelet op hetgeen onder 3.6 en 3.7 is overwogen, echter juist. Het hoger beroep is daarom ongegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dient te worden bevestigd, met verbetering van de gronden waarop deze rust.
- Voor zover het college overweegt een nieuwe last onder dwangsom aan [wederpartij] op te leggen ter zake van het vloeroppervlak van en de reclame voor de mengformule, zal het daarbij de activiteiten die zijn toegelaten op grond van de omgevingsvergunning als uitgangspunt dienen te nemen. Daarbij is de aanvraag bepalend. Dat betekent, zoals uiteengezet onder 3.5, dat de hoofdactiviteit in het pand detailhandel moet blijven, dat er niet meer dan vier tafels voor de mengformule mogen worden gebruikt en dat deze tafels buiten het zicht van de voorgevel dienen te zijn geplaatst. Verder is het aan het college om te bezien in hoeverre, uitgaande van die betekenis van de omgevingsvergunning, sprake is van overtreding van het geldende bestemmingsplan.
- Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot vergoeding van bij [wederpartij], gevestigd te Amsterdam, en haar vennoten [vennoot A] en [vennoot B] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.024,00 (zegge: duizendvierentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III. bepaalt dat van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een griffierecht van € 519,00 (zegge: vijfhonderdnegentien euro) wordt geheven. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, griffier. w.g. Polak w.g. Montagne voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2019 374-912.