(20)groot is. [appellant sub 2] heeft in 2016 behaalde opleidingspunten niet met gegevens of bescheiden gestaafd. Voorts heeft [appellant sub 2], hetgeen door hem ook niet is betwist, ook in 2014, 2015 en 2017 lang niet het vereiste aantal toevoegingen gehaald. Dat dit aantal in de nabije toekomst wel zal worden behaald, ligt vanwege de medische situatie van [appellant sub 2] ook niet voor de hand. Ten slotte heeft de raad voldoende gemotiveerd dat een vorm van intervisie niet als vervanging van de toevoegingen- en opleidingseis kan worden aangemerkt. Gelet hierop heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat in het geval van [appellant sub 2] van het uitgangspunt van doorhaling af te zien. 5.
- Het betoog faalt. Proceskostenveroordeling
- De raad betoogt terecht dat de rechtbank heeft miskend dat op grond van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Bpb) alleen een proceskostenvergoeding kan worden toegekend indien het gaat om rechtsbijstand die door een derde is verleend. Nu [appellant sub 2] in deze zaak zijn eigen belangen heeft behartigd, is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in die bepaling geen sprake. [appellant sub 2] heeft dit ook erkend.
- [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank de raad op grond van artikel 1, aanhef en onder c en onder d, van het Bpb had moeten veroordelen in de proceskosten. Zijn reiskosten bedroegen 98 kilometer x € 0,28 = € 27,
- Verder heeft hij voor drie uur werkzaamheden aan deze zaak gehad en heeft de zitting hem vier uur gekost, zodat hij in die tijd verlet is geweest andere werkzaamheden te verrichten. Nu zowel het uurtarief van zijn kantoor als de vergoeding per uur op basis van een toevoeging hoger is dan de maximale verletkosten, dient voor die zeven uur in ieder geval de maximale verletvergoeding van € 78,00 per uur, exclusief BTW, te worden toegekend, De rechtbank had hem dan ook in totaal, afgerond, een bedrag van € 688,00 moeten toekennen, aldus [appellant sub 2]. 7.
- Reis- en verletkosten komen enkel voor vergoeding in aanmerking indien hierom uitdrukkelijk is verzocht. Niet is gebleken dat [appellant sub 2] dit in beroep heeft gedaan. Dit betekent dat de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien de raad tot vergoeding van deze kosten te veroordelen. Het betoog faalt. Slotsom
- Het hoger beroep van de raad is gegrond. Het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2] is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank daarin een proceskostenveroordeling ten laste van de raad heeft uitgesproken. De uitspraak dient voor het overige te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand gegrond; II. verklaart het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2] ongegrond; III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2018 in zaak nr. 18/3763, voor zover de rechtbank daarin een proceskostenveroordeling ten laste van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand heeft uitgesproken; IV. bevestigt die uitspraak voor het overige, voor zover aangevallen. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier. w.g. Bijloos w.g. Ouwehand voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019
- BIJLAGE - WETTELIJK KADER Wet op de rechtsbijstand Artikel 14 Alle in Nederland kantoor houdende advocaten die daartoe een aanvraag hebben ingediend, worden door het bestuur ingeschreven indien zij voldoen aan de in artikel 15 bedoelde voorwaarden. Het bestuur kan regels stellen met betrekking tot deze voorwaarden. Deze regels behoeven goedkeuring van Onze minister. Artikel 15 De door het bestuur te stellen regels met betrekking tot de voorwaarden kunnen betrekking hebben op: a. het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks zal worden toegevoegd; b. de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden; c. de organisatie van het kantoor waar de advocaat werkzaam is; d. de verslaglegging door de advocaat omtrent de door hem verleende rechtsbijstand. Artikel 17
- De inschrijving wordt door het bestuur doorgehaald bij verlies van de hoedanigheid van advocaat.
- Voorts kan het bestuur de inschrijving doorhalen: a. indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden; […]. Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016 Artikel 6e deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn: - toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden voor Asiel- en vluchtelingenrecht. In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenrecht opgenomen. In bijlage 2 onder 4 is het volgende vermeld: Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving: a) tenminste voor het minimum van 20 zaken per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht te worden toegevoegd; b) zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging/waarneming wordt verzorgd door een op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht ingeschreven advocaat; c) zich op de hoogte te blijven houden van actuele ontwikkelingen op het terrein van het asielrecht- en vluchtelingenrecht, onder andere door het jaarlijks volgen van een op het terrein van het asielrecht toegesneden cursus of deelnemen aan een activiteit, welke in het kader van de permanente opleiding wordt gewaardeerd met tenminste 4 punten. Desgevraagd behoort de advocaat certificaten te kunnen overleggen waaruit dit aantal punten blijkt; d) lid te zijn van de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk; e) ten genoegen van de Raad aan te tonen op welke wijze wordt voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden; f) de door de Raad vastgestelde distributieregeling voor het AC na te leven (zie hiervoor bijlage 2a); g) desgevraagd aan de Commissie Intercollegiale Toetsing dossiers beschikbaar te stellen ten behoeve van onderzoek naar de kwaliteit van de asielrechtsbijstand. Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener als deskundige op het terrein uitschrijven voor deze specialisatie. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand. Raad voor rechtsbijstand Maatregelbeleid (…) HOOFDSTUK 1 (….) Procedure Indien een advocaat niet meer voldoet aan de Inschrijvingsvoorwaarden, wordt de inschrijving (tijdelijk) doorgehaald. Doorhaling vindt plaats op grond van art. 17 lid 2 sub a Wrb. (…) Besluit proceskosten bestuursrecht Artikel 1 Een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 onderscheidenlijk een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, of 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan uitsluitend betrekking hebben op: a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende, d. verletkosten van een partij of een belanghebbende, e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.