(40)vermeld dat op overtreding van artikel 2.4:13, tweede lid, Atbv, gelezen in samenhang met artikel 32, derde lid, van Vo 165/2014, een boete staat van: € 4.400,
- Inleiding
- Op 8 november 2016 heeft een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport, Domein Rail en Wegvervoer (hierna: de inspecteur) de vrachtwagen van [appellante] met kenteken […] gecontroleerd. Naar aanleiding van die controle heeft hij de vrachtwagen verder laten onderzoeken bij een garage. Daar is gebleken dat de tachograaf, die de rust- en rijtijden van de chauffeur registreert, kon worden gemanipuleerd. De minister heeft [appellante] daarom een boete opgelegd. In hoger beroep is in geschil of de inspecteur het nadere onderzoek van de vrachtwagen bij de garage mocht laten doen. Hoger beroep
- [appellante] voert aan dat het bewijs voor de overtreding onrechtmatig is verkregen en niet had mogen worden gebruikt bij het opleggen van de boete. De rechtbank heeft volgens [appellante] ten onrechte geoordeeld dat de door de inspecteur gedane bevindingen voldoende waren om een manipulatie van de tachograaf te vermoeden en nader onderzoek te laten doen bij de garage. [appellante] betoogt dat een afwijkend stroomverbruik niet voldoende bewijs is voor een gegrond vermoeden van fraude, zoals in artikel 38, tweede lid, van Vo 165/2014 wordt vereist. Volgens [appellante] is niet duidelijk waarop de stelling is gebaseerd dat een hoger stroomverbruik een aanwijzing voor manipulatie van de tachograaf is en hoe breed die stelling wordt gedragen. In het geval het bewijs weliswaar onrechtmatig is verkregen maar wel mocht worden gebruikt, vindt [appellante] dat de boete moet worden gematigd. Beoordeling door de Afdeling
- Uit artikel 38, tweede lid, van de Vo 165/2014 volgt dat de inspecteur bevoegd is om een voertuig door te verwijzen naar een erkende werkplaats als bij controle voldoende bewijs is gevonden voor een gegrond vermoeden van fraude. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de resultaten van het onderzoek van de inspecteur voldoende aanleiding gaven om in dit geval nader onderzoek te laten verrichten bij de garage. Daarvoor is het volgende van belang. Bij de controle stelde de inspecteur met de multimeter vast dat het stroomverbruik van de pulsgever van de tachograaf 30,1 milliampère (hierna: mA) was en na één minuut 21,3 mA. Niet bestreden is dat bij dit type tachograaf een stroomverbruik van 10,5 mA en na één minuut rond de 2,2 mA gebruikelijk is. Tussen deze gebruikelijke hoeveelheden en de door de inspecteur gemeten hoeveelheden zit een aanzienlijk verschil. Bovendien was op het display van de tachograaf een melding zichtbaar "Gever spanning hoog". De vooronderstelling dat hoger stroomverbruik een aanwijzing is voor manipulatie van de tachograaf heeft de minister gebaseerd op de ervaringen die zijn gedeeld door leden van de zogenoemde Tacho Web Working Group. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van politie en handhavende instanties uit landen van de Europese Unie. Zoals [inspecteur], inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, ter zitting heeft toegelicht wordt in deze groep de kennis en expertise die in de praktijk is opgedaan, met elkaar gedeeld. Gelet hierop vindt de Afdeling dat de inspecteur mocht uitgaan van de ervaringen van deze groep. Het gemeten verhoogde stroomverbruik mocht hij dus als voldoende bewijs voor een gegrond vermoeden van fraude aanmerken. Daar komt in dit geval bij dat het vermoeden van de inspecteur werd versterkt doordat blijkens de ter plaatse gemaakte afdruk van de technische gegevens de tachograaf al na 17 maanden opnieuw is gekalibreerd bij een andere werkplaats dan de keer daarvoor terwijl dat ingevolge artikel 23, eerste lid, van Vo 165/2014 pas na twee jaar nodig is.
- Nu het bewijs niet onrechtmatig is verkregen, komt de Afdeling niet toe aan het betoog van [appellante] dat bij gebruikmaking ervan de boete moet worden gematigd. Ook overigens heeft [appellante] geen omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot een lagere boete.
- De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister de boete aan [appellante] kon opleggen. Slotsom
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier. w.g. Van Altena w.g. Van Tuyll van Serooskerken voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2019 290.