(2007)Artikel 7, lid 7.1, van de planregels luidde: "De op de plankaart voor groenvoorzieningen (G) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Groenvoorzieningen; b. Dierenweide, ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart; c. Een ecologische verbindingszone ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart; c. Een reclamezuil, ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart; Alsmede voor: d. Geluidwerende voorzieningen; e. Oeververbindingen (bruggen); f. Water; Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: g. Groenvoorzieningen en beplantingen; h. Water, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van;
- Het staat- en bebouwingsbeeld;
- De woonsituatie;
- De verkeersveiligheid;
- De sociale veiligheid;
- De milieusituatie;
- De gebruiksmogelijkheid van de aangrenzende gronden; i. Speelvoorzieningen; j. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde; k. Bijbehorende voorzieningen, zoals verhardingen en paden." Lid 7.4.1 luidde: "Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding G zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. Het afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. Het aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. Het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. Het aanleggen van waterlopen, sloten en andere waterwegen; e. Het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm. Lid 7.4.2 luidde: "Het verbod als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. Betrekking hebben op het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte kleiner dan 25 m²;; b. Normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. Reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; d. Reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. Lid 7.4.3 luidde: "De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de betekenis van de gronden als ecologische verbindingszone niet onevenredig wordt of kan worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel daarvan niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind."