202006033/2/V
- Datum uitspraak: 13 november 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 november 2020 in zaak nr. 20/5327 in het geding tussen: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 juli 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 november 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen
- De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Wat betreft het spoedeisend belang heeft de staatssecretaris zich daarbij op het standpunt gesteld dat de overdrachtstermijn, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180), op 13 november 2020 verloopt. De vreemdeling was niet in de gelegenheid om op korte termijn op het verzoek van de staatssecretaris te reageren en heeft de Afdeling verzocht haar een termijn te geven voor het indienen van een inhoudelijke reactie.
- Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling zal een termijn krijgen voor het indienen van een inhoudelijke reactie. Daarna zal de voorzieningenrechter op het resterende deel van het verzoek beslissen.
- De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de werking van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 november 2020 in zaak nr. 20/5327, wordt opgeschort zolang geen uitspraak is gedaan op het verzoek van de staatssecretaris. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Schippers voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020 873.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.