(2018)heeft uitgewezen dat het aantal mvt/etmaal ongeveer 2.900 bedraagt. De Paterstraat is een zogeheten erftoegangsweg. Rekening houdend met het fietsverkeer kan op een dergelijke weg een verkeersintensiteit van ongeveer 5.000 mvt/etmaal probleemloos worden afgewikkeld. Uitgaande van de maximale toename van 132 mvt/etmaal blijft de etmaalintensiteit op de Paterstraat ruim onder deze waarde. In de plantoelichting staat verder dat artikel 8, lid 8.1, van de planregels is toegevoegd om de toename van het aantal verkeersbewegingen te limiteren. Dagrecreatieve activiteiten, zoals de "Landrover Experience" worden echter ook in de bestaande situatie aangeboden door Zandmeren, zodat de daaraan toe te schrijven verkeersbewegingen reeds onderdeel zijn van de bestaande verkeersintensiteit, aldus de plantoelichting. 4.
- De raad heeft toegelicht dat het aantal van 2.900 mvt/etmaal afkomstig is uit een verkeersstelling, die is verricht door Goudappel Coffeng in 2018, gedurende een aantal weken. De uitkomst van deze telling ligt volgens de raad in lijn met eerdere verkeerstellingen op de Paterstraat. Dit standpunt van de raad wordt bevestigd in de door hem overgelegde notitie "Advies Paterstraat Kerkdriel; maximumsnelheid 30 of 50 km/uur?" van Goudappel Coffeng van 6 november
- Deze notitie bevat de resultaten van het onderzoek naar de mogelijkheid van het verlagen van de maximumsnelheid op de Paterstraat van 50 naar 30 km/uur. In paragraaf 2.2 van de notitie staat dat verkeerstellingen op de Paterstraat zijn uitgevoerd in de periode 30 september tot en met 6 oktober 2018 . De resultaten van deze tellingen zijn weergegeven in tabel 2.1 van de notitie. Hierin staat dat het aantal mvt/etmaal 2.900 bedroeg. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om de juistheid van deze gegevens in twijfel te trekken. 4.
- In de notitie van Goudappel staat verder dat de Paterstraat in het gemeentelijk "Wegencategoriseringsplan" als "erftoegangsweg" is gecategoriseerd. Niet in geschil is dat een weg met een dergelijke kwalificatie in beginsel berekend is op een maximale verkeersintensiteit van 5.000 mvt/etmaal. [appellant] heeft gesteld dat deze generieke kwalificatie niet uitsluit dat de Paterstraat, vanwege de concrete (lokale) omstandigheden niet is berekend voor een effectieve en veilige afhandeling van een dermate hoge verkeersintensiteit. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] hiermee onvoldoende heeft geconcretiseerd waarom de raad niet heeft mogen uitgaan van een maximale verkeersintensiteit van 5.000 mvt/etmaal op de Paterstraat. In dit verband is van belang dat de raad ter zitting onweerspoken heeft toegelicht dat de hiervoor genoemde verkeersintensiteit van de Paterstraat, die (gemiddeld) een breedte heeft van 6,5 m, in overeenstemming is met de aanbevelingen van de CROW voor dit type weg. 4.
- Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de Afdeling het standpunt van de raad volgt dat op de Paterstraat sprake is van ongeveer 2.900 mvt/etmaal en dat deze weg 5.000 mvt/etmaal kan verwerken. De raad heeft zich gelet hierop op het standpunt kunnen stellen dat de 132 extra mvt/etmaal die volgens hem het gevolg zullen zijn van dit plan, niet zullen leiden tot ernstige gevolgen voor de verkeersafwikkeling en -veiligheid ter plaatse. De twijfels die [appellant] heeft geuit over de juistheid van de extra 132 mvt/etmaal, in het bijzonder de stelling dat de gebruiksbepaling van artikel 8, lid 8.1, van de planregels niet handhaafbaar is, doen niet af aan deze conclusie. De raad heeft in dit verband in redelijkheid kunnen stellen dat ook indien zou worden uitgegaan van een twee keer zo grote toename van het aantal mvt/etmaal, de verkeersafwikkeling en -veiligheid niet in geding zijn. Uit de door [appellant] overgelegde notitie van VVN van april 2016 kan worden opgemaakt dat de gestelde risico’s voor de verkeersveiligheid zijn gerelateerd aan de omstandigheid dat de Paterstraat een belangrijke ontsluitingsweg is voor het vrachtverkeer, al dan niet in samenhang met het feit dat ter plaatse een maximumsnelheid geldt van 50 km/uur. De Afdeling volgt het standpunt van de raad dat - wat er verder ook zij van de gestelde bestaande risico’s - het thans voorliggende plan hierop niet van invloed is. Immers, behoudens incidenteel een enkele extra vrachtwagen in verband met de bevoorrading van het recreatiepark, leidt het plan niet tot een toename van het vrachtverkeer op de Paterstraat. Het betoog slaagt niet.
- [appellant] vreest voor geluidoverlast als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan. 5.
- Volgens de door de raad overgelegde notitie van de Omgevingsdienst Riverenland van 30 augustus 2019 bedraagt de toename van de geluidbelasting op de gevel van de woning van [appellant] ongeveer 0,2 dB. Daarbij is uitgegaan van een verkeerstoename van 132 mvt/etmaal. In de notitie is tevens berekend dat in geval wordt uitgegaan van een twee keer zo grote toename van het aantal mvt/etmaal, de geluidbelasting toeneemt met 0,3 dB. [appellant] heeft dit niet bestreden. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gevolgen van het plan voor de akoestische kwaliteit van de woonomgeving van [appellant] dermate gering zijn dat dit niet of nauwelijks van invloed is op de kwaliteit van zijn woonomgeving. Het betoog slaagt niet.
- Voor zover [appellant] klaagt over de schade aan zijn woning die het gevolg is van de trillingen vanwege het zware wegverkeer over de Paterstraat, overweegt de Afdeling dat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, niet aannemelijk is dat het plan zal leiden tot een noemenswaardige toename van het vrachtverkeer. Gelet daarop faalt het betoog.
- De eventuele bezwaren van [appellant] over de bestaande gebrekkige of onveilige verkeerssituatie op de Paterstraat, die volgens hem voornamelijk een gevolg is van de omstandigheid dat deze weg mede wordt gebruikt door het vrachtverkeer en de in dat verband gedane suggestie om de maximumsnelheid te verlagen naar 30 km/uur, kunnen in het kader van deze procedure niet aan de orde komen. Conclusie
- Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Milosavljević lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2020 739.