(700). Uit deze briefwisseling kan de Afdeling niet opmaken dat het college of provinciale staten vooringenomen waren. Voor het oordeel dat deze bestuursorganen bij de vaststelling van de luchthavenregeling in strijd met artikel 2:4, eerste lid, van de Awb hebben gehandeld, bestaat daarom geen grond. 17.
- Het betoog faalt. Conclusie
- Uit wat hierboven onder 6.2 en 10.2 is overwogen volgt dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De beroepsgronden van [appellant A] en [appellant B] slagen niet, met uitzondering van de beroepsgrond die is gericht tegen artikel 6 van de luchthavenregeling. De Afdeling ziet aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit gedeeltelijk in stand blijven. Alleen de rechtsgevolgen van artikel 6 van de luchthavenregeling blijven niet in stand. Dit betekent dat de luchthavenregeling van kracht blijft zonder artikel
- Provinciale staten moeten de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van provinciale staten van Limburg van 29 juni 2020, no G-20-006; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven, voor zover deze niet artikel 6 van de luchthavenregeling betreffen; IV. veroordeelt de provinciale staten van Limburg tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.496,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; V. gelast dat de provinciale staten van Limburg aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 178,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2021 148 BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 2:4
- Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. […] Artikel 3:2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 8:72
- Indien de bestuursrechter het beroep gegrond verklaart, vernietigt hij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk.
- De vernietiging van een besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.
- De bestuursrechter kan bepalen dat: a. de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of b. zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan. […] Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561) Artikel IX […]
- Een besluit voor een burgerluchtvaartterrein afgegeven op grond van het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen of een ontheffing voor burgerluchtvaart afgegeven op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de Luchtvaartwet blijft geldig totdat voor deze luchthaven een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling als bedoeld in de Wet luchtvaart, in werking is getreden. Artikel XV
- Binnen een jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet wordt een luchthavenregeling als bedoeld in artikel 8.64, eerste lid, van de Wet luchtvaart, vastgesteld voor burgerluchthavens waarvoor een besluit is afgegeven op grond van het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen of die een ontheffing hebben gekregen op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de Luchtvaartwet en die: a. op grond van artikel 8.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart burgerluchthavens van regionale betekenis zijn, en b. waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, van die wet vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist. […]. Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten (Verzamelwet IenM 2017) (Stb. 2017, 320) Artikel IV
- Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een luchthavenregeling als bedoeld in artikel 8.64 van de Wet luchtvaart waarvoor een aanvraag is ingediend voor dat tijdstip.
- Een luchthavenregeling die bij verordening van provinciale staten is vastgesteld op grond van artikel 8.64 van de Wet luchtvaart zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt aangemerkt als een luchthavenregeling vastgesteld bij besluit van gedeputeerde staten op grond van artikel 8.64 van de Wet luchtvaart, zoals dat komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet.
- Uiterlijk op 31 december 2017 worden alle bestaande veiligheidscertificaten met een looptijd van vijf jaar vervangen door een veiligheidscertificaat voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8a.4 van de Wet luchtvaart. Aan de vervanging bedoeld in de eerste volzin zijn geen kosten verbonden. Wet luchtvaart Artikel 1.1
- In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: […] luchthaven: een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en landen van luchtvaartuigen met inbegrip van: 1°. de daarmee verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op de grond, […] luchthavenluchtverkeer: het onder het begrip luchthaven, in de aanhef en onder 1°, bedoelde luchtverkeer; […] luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchthaven, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn; […]. Artikel 8.1a […]
- Het is verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien buiten het luchthavengebied het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de mate van externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting buiten het luchthavengebied bepaald die vaststelling van gevolgen voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven noodzakelijk maakt. Daarbij kan worden bepaald dat voor daarbij te omschrijven luchthavens in elk geval kan worden volstaan met de vaststelling van een luchthavenregeling. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. […] Artikel 8.64
- Gedeputeerde staten stellen bij besluit een luchthavenregeling vast voor een luchthaven.
- Een luchthavenregeling bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Een luchthavenregeling kan tevens bevatten: a. grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting; of b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico.
- De in de luchthavenregeling opgenomen regels of grenswaarden bevorderen in ieder geval dat niet wordt voldaan aan het criterium op grond waarvan volgens artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
- In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden.
- De artikelen 8.19, 8.45, 8.46, 8.47a tot en met 8.49 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8.47a voor «provinciale staten» wordt gelezen «gedeputeerde staten». Besluit burgerluchthavens Artikel 3 […]
- Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent: […] b. het berekenen en bepalen van de Lden-contouren en de contouren voor het plaatsgebonden risico; […]. Artikel 5
- Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien een contour van het plaatsgebonden risico van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het luchthavengebied valt. […] Regeling burgerluchthavens Artikel 4
- De Lden-contouren, de Lden-grenswaarden in handhavingspunten en de geluidbelasting in handhavingspunten worden berekend en bepaald overeenkomstig het in bijlage 1 van deze regeling opgenomen voorschrift. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium opgestelde Indelingslijst luchtvaartuigtypen en van de Appendices van de voorschriften voor de berekening van de geluidbelasting in Lden. […] Artikel 5
- De 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risicocontouren en het totaal risicogewicht worden berekend en bepaald overeenkomstig het in bijlage 2 van deze regeling opgenomen voorschrift. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in beheer zijnde lijst met standaardgegevens voor vliegtuigen en helikopters. […]