← Nederland

ECLI:NL:RVS:2021:2194

202105623/2/V

  1. Datum uitspraak: 30 september 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 27 augustus 2021 in zaken nrs. NL21.13141 en NL21.13143 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft de staatssecretaris bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Bulgarije. Bij uitspraak van 27 augustus 2021 heeft de rechtbank de tegen deze besluiten door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen
  2. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist.
  3. Gelet op wat is aangevoerd, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank voor zover het gaat om het overdrachtsbesluit, in hoger beroep in stand zal blijven. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
  4. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht de maatregel van bewaring op te heffen.
  5. Het is op dit moment niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank voor zover deze gaat over de maatregel van bewaring, in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom heft de voorzieningenrechter de maatregel niet op. Het verzoek wordt in zoverre afgewezen.
  6. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist; II. wijst het verzoek voor het overige af; III. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Bechinka griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2021 371-967

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.