202105484/2/V
- Datum uitspraak: 16 september 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 30 juli 2021 in zaak nr. 21/3894 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 4 november 2020 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht tot 15 mei 2013 ingetrokken, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 30 juli 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.M.J.E.P. Meerts, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris is in de gelegenheid gesteld een schriftelijke uiteenzetting te geven. Overwegingen
- De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. De vreemdeling voert aan dat hij basisrechten verliest zoals toegang tot werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
- De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft vandaag eveneens uitspraak gedaan op het verzoek van de vreemdeling om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist, ECLI:NL:RVS:2021:
- De voorzieningenrechter heeft in deze uitspraak aanleiding gezien om de intrekking van het Nederlanderschap te schorsen totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep. Dat betekent dat de vreemdeling zijn Nederlanderschap nog heeft en niet kan worden uitgezet. Onder deze omstandigheden moet het verzoek om de voorlopige voorziening te treffen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
- Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G. Kamminga, griffier. w.g. Verheij voorzieningenrechter w.g. Kamminga griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2021 876
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.