het eerste lid. Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd,
Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van
e toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Artikel 3.17 Afwijkende regels ontwikkelingen in Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant kan een ontwikkeling toelaten als is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor: a. nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant,
het nee, tenzij-principe,
de saldo-benadering,
een kleinschalige uitbreiding,
Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing op Natura 2000-gebied. Artikel 3.18 Nieuwe ontwikkeling in het Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan kan bepalen dat het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik daarvan zijn toegestaan, als dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 […] Lid 3 Een bestemmingsplan kan bepalen dat nieuwvestiging is toegestaan als: a. het een deel van het Natuur Netwerk Brabant betreft dat door Stedelijk gebied loopt; b. de nieuwvestiging geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. Artikel 3.19 Toepassing van het Nee, tenzij-principe Lid 1 Een bestemmingsplan dat toepassing geeft aan het nee, tenzij-principe, bevat een onderbouwing dat: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er voor de ontwikkeling geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten het Natuur Netwerk Brabant; c. er geen andere oplossingen voorhanden zijn die de aantasting van het Natuur Netwerk Brabant voorkomen; d. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt; e. er bij het verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; f. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Lid 2 Voor het onderzoek naar alternatieve locaties geldt dat: a. gezocht wordt naar alternatieve locaties binnen de gemeente en in omliggende gemeenten; b. een alternatieve locatie overwegend dezelfde functie kan vervullen; c. tijdverlies en meerkosten zijn op zichzelf geen reden om een alternatief af te wijzen. Lid 3 Voor een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid doen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in artikel 6.2 Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek. Artikel 3.20 Toepassing van de saldobenadering Lid 1 Bij de saldobenadering is er sprake van een combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het Natuur Netwerk Brabant, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het Natuur Netwerk Brabant als geheel. Lid 2 Een bestemmingsplan dat toepassing geeft aan de saldo-benadering, bevat een visie die de ontwikkelingen binnen het betrokken gebied in samenhang beziet en die tot doel heeft een grotere kwaliteitswinst voor meerdere functies, waaronder de natuur, te bereiken. Lid 3 De visie beschrijft in ieder geval: a. de omvang van het gebied; b. de doelen voor de verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het Natuur Netwerk Brabant waardoor een beter functioneren van het Natuur Netwerk Brabant ontstaat; c. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; d. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Lid 4 Voor een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid doen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in artikel 6.2 Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek. Artikel 3.21 Kleinschalige herbegrenzing Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Lid 2 Voor een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid doen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in artikel 6.2 Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek. Artikel 3.22 Compensatie Lid 1 De verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door: 1. fysieke compensatie,
financiële compensatie,
Lid 2 De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende indeling: a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak; c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak; d. bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; e. bij verstoring van natuur: maatwerk. Artikel 3.37 Windturbines in Landelijk gebied Lid 1 In Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, als: a. de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving; b. er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines; c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; d. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en worden de windturbines verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld. Artikel 3.38 Aanvullende regels voor windturbines in het Natuur Netwerk Brabant In aanvulling op Artikel 3.37 kan een bestemmingsplan in Natuur Netwerk Brabant bepalen dat nieuwvestiging van windturbines is toegestaan, als: a. het een deel van het Natuur Netwerk Brabant betreft dat direct aansluitend op hoofdinfrastructuur ligt; b. uit de alternatievenafweging blijkt dat negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken zo veel mogelijk worden beperkt; c. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; d. voor de overdraai van de wieken is Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant tweede lid, van
e toepassing.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.