(2014)golden. Naar aanleiding van de Defqon klachten 2017 hebben wij tijdens ons overleg een aantal opties besproken waarmee de overlast naar de omgeving mogelijk beter beheerst kan worden. Daarbij is gedacht aan normen voor de woonkernen in de wijde omgeving en normen dicht bij het evenemententerrein (om zo o.a. correctie voor stoorgeluid e.d. te vermijden). Dat kan bepaald worden aan de hand van de [BBT]. Dat kan alleen doorgevoerd worden als de [revisievergunning] wordt aangepast. Voorstel is om gezamenlijk de mogelijkheden te onderzoeken. Daarvoor is instemming van het bevoegd gezag en samenwerking met [Walibi] essentieel." 10.
- Uit het ER-rapport Defqon.1 blijkt dat in 2018 op drie achtereenvolgende dagen tijdens het festival Defqon.1 geluidmetingen zijn verricht, dat op vrijdag geen geluidmetingen konden worden verricht door de wind, dat Defqon.1 niet hoorbaar was in Oldebroek, dat Defqon. 1 wel hoorbaar, maar niet meetbaar was in Nunspeet en dat Defqon.1 op zaterdagavond en zondagmiddag hoorbaar en meetbaar was in Elburg. De hoogste geluidsmeting op zaterdagavond was 59,1 dB(A) en 86,1 dB(C). De hoogste geluidsmeting op zondagmiddag was 53,4 dB(A) en 81,1 dB(C). Uit het ER-rapport Lowlands blijkt dat in 2018 op drie achtereenvolgende dagen tijdens het festival Lowlands op negen locaties geluidmetingen zijn verricht en dat Lowlands bij de meeste locaties niet hoorbaar of meetbaar was. Wel was Lowlands hoorbaar en meetbaar in Elburg op vrijdag-, zaterdag- en zondagavond. De hoogst gemeten geluidsbelasting was toen 44,2 dB(A) en 69,0 dB(C). Dit ER-rapport vermeldt dat op een speciaal voor dat doel opengesteld telefoonnummer in totaal 123 meldingen van inwoners uit Nunspeet, Elburg en Oldebroek zijn binnengekomen over geluidsoverlast tijdens Lowlands. Gelet op de meetresultaten wordt in de ER-rapporten de aanbeveling gedaan om in de voorschriften geluidsnormen op te nemen voor locaties in Nunspeet, Elburg en Oldebroek. 10.
- Het college heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag geen aanleiding heeft gegeven om voorschriften in de revisievergunning waar de aanvraag geen betrekking op heeft aan te scherpen of uit te breiden, omdat de revisievergunning in zoverre nog steeds actueel en toereikend is. De vraag of de voorschriften moeten worden uitgebreid met beoordelingsposities op het grondgebied van de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek heeft het college ontkennend beantwoord. Het college heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat beoordelingsposities in die gemeenten, in aanvulling op de dertien al bestaande beoordelingsposities bij maatgevende woningen en referentiepunten in de omgeving van Walibi, waarvan er meer dan één tussen Walibi en die gemeenten liggen, niet tot een hoger beschermingsniveau voor de bewoners van die gemeenten zal leiden. Bovendien bestaan meettechnische bezwaren tegen het opnemen van beoordelingsposities op dergelijke grote afstanden, aldus het college. Het college wijst daarbij op de invloed van stoorgeluid en verstoring door meteorologische invloeden. Volgens het college zijn er geen concrete toezeggingen gedaan of afspraken gemaakt over uitbreiding van de voorschriften als hier bedoeld. De colleges hebben ter zitting bevestigd dat over dit onderwerp zou worden gesproken, maar dat een gesprek nog niet heeft plaatsgevonden. 10.
- Naar het oordeel van de Afdeling is in wat de colleges hebben aangevoerd over de beoordelingsposities en meetpunten geen grond gelegen voor het oordeel dat de aan de revisievergunning verbonden voorschriften door ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, dan wel door de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, niet langer toereikend zijn als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. Er zijn immers ook in de ‘richting’ van de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek al diverse meetpunten die dichter bij de inrichting liggen. Het betoog faalt.
- De colleges betogen verder dat voor de verlenging van de avondvoorwaarden van Lowlands een dragende belangenafweging en deugdelijke motivering in het besluit ontbreken, omdat deze verruiming alleen wordt onderbouwd door te verwijzen naar de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne van de provincie Limburg van januari 1996 (hierna: de nota). De colleges wijzen erop dat de nota gedateerd is en geen grenswaarden in dB(C) bevat. Voor zover het college de motivering van het besluit op dit punt bij brief van 9 juli 2020 heeft aangevuld, kan die aanvulling het besluit volgens de colleges niet dragen, omdat in die aanvulling het belang van Walibi niet of onvoldoende is onderbouwd en de door de colleges gestelde belangen van de inwoners van Nunspeet, Elburg en Oldebroek niet zijn onderkend. De colleges wijzen hierbij op de klachten van inwoners van Nunspeet, Elburg en Oldebroek over geluidhinder vanwege Lowlands en Defqon.
- Ook wijzen de colleges op de ER-rapporten en stellen dat daaruit volgt dat als gevolg van de verlenging van de avondvoorwaarden slaapverstoring zal optreden bij in ieder geval inwoners van Elburg. 11.
- De nota geeft een beoordelingskader voor grotere luidruchtige evenementen. Uitgangspunt daarbij is het vermijden van onduldbare hinder in de dag- en avondperiode en het vermijden van slaapverstoring in de nachtperiode. Om onduldbare hinder in de avondperiode te vermijden, dient in de avond tot 23.00 uur te worden uitgegaan van een maximale gevelbelasting van 70 à 75 dB(A). Om slaapverstoring te vermijden, dient in de nachtperiode vanaf 23.00 uur te worden uitgegaan van een maximale gevelbelasting van 45 à 50 dB(A). In de nota wordt daarbij uitgegaan van een gemiddelde gevelisolatie van 20 à 25 dB(A), zodat het geluidniveau binnen maximaal 50 dB(A) bedraagt in de avond en 25 dB(A) in de nacht. Een bijzonder goede of slechte gevelisolatie kan volgens de nota aanleiding geven de maximale gevelbelasting met 5 à 10 dB(A) te verhogen of te verlagen. De nota vermeldt evenwel ook dat het gebruikelijk is en verdedigbaar lijkt om op dagen waarop een vrije dag volgt, de nachtperiode niet te laten ingaan om 23.00 uur, maar één of twee uur later op 24.00 uur of 01.00 uur. Als de aanvang van de nachtperiode aldus wordt opgeschoven, dient volgens de nota, ter voorkoming van onduldbare hinder, gedurende die één of twee uur te worden uitgegaan van een maximale gevelbelasting van 65 à 70 dB(A) die met 5 à 10 dB(A) kan worden verhoogd of verlaagd, indien sprake is van een bijzonder goede of slechte gevelisolatie, zodat het geluidniveau binnen maximaal 45 dB(A) bedraagt. 11.
- In het akoestisch rapport staat dat zowel nationaal als internationaal sprake is van een sterke groei van muziekfestivals en dat, om de marktpositie van Lowlands te kunnen behouden en verbeteren, in toenemende mate zogenoemde headliners en sub-headliners moeten worden gecontracteerd. Mede door de veelheid van festivals blijkt de keuze van artiesten voor een bepaald festival in steeds sterkere mate te worden bepaald door de voorwaarden waaronder kan worden opgetreden. Hierbij wordt in het akoestisch rapport gewezen op de omstandigheid dat zowel de artiesten als het publiek steeds meer belang hechten aan het visuele ‘showelement’ tijdens optredens, bijvoorbeeld door licht en video, dat beter tot zijn recht komt wanneer het buiten donker is. Volgens het akoestisch rapport geldt dit niet alleen voor de afsluitende headliner, maar ook voor de twee sub-headliners die voorafgaand aan het afsluitende optreden worden geprogrammeerd. Om dit te kunnen faciliteren, dienen de avondvoorwaarden te worden verlengd van 23.00 uur tot 01.00 uur. Door deze verlenging blijft Lowlands een aantrekkelijk festival voor hoofdacts, aldus het akoestisch rapport dat deel uitmaakt van het besluit. In het besluit staat dat het college ter zake van de verlenging van de avondvoorwaarden voor Lowlands een belangenafweging heeft gemaakt. Het college wijst erop dat in de revisievergunning de grenswaarden voor de incidentele bedrijfssituaties, waar Lowlands toe behoort, zijn vastgesteld met toepassing van de nota. Die grenswaarden zijn, met uitzondering van de correctie door de gewijzigde meethoogte op beoordelingsposities Y en Z, ongewijzigd gebleven, aldus het college. Wat wel wordt gewijzigd, is het tijdstip waarop de avondperiode eindigt en de nachtperiode aanvangt op dagen die aan een vrije dag voorafgaan. Naar aanleiding van de klachten van inwoners van Nunspeet, Elburg en Oldebroek waarop de colleges zich beroepen, heeft het college zich in het besluit op het standpunt gesteld dat het beoordelingskader in de nota ruimer is dan het beoordelingskader voor de reguliere activiteiten van Walibi, die gedurende een groot deel van het jaar plaatsvinden. Hoewel Lowlands hoorbaar kan zijn op het grondgebied van genoemde gemeenten, vooral bij ongunstige weersomstandigheden, blijkt uit het ER-rapport Lowlands dat de geluidniveaus van Lowlands in die gemeenten, voor zover hoorbaar en meetbaar, ver onder de aanbevelingen van de nota liggen, aldus het college. Het college stelt zich op het standpunt dat de wijziging van de avondvoorwaarden, die slechts betrekking heeft op twee dagen per jaar, binnen de nota past en aanvaardbaar is. Voorts heeft het college zich in het besluit op het standpunt gesteld dat de grenswaarde voor geluid in dB(C) is vastgelegd in voorschriften bij de revisievergunning die niet worden gewijzigd. Op grond van die voorschriften mogen de geluidniveaus in dB(C) op een hoogte van 5 meter maximaal 27 dB hoger zijn dan het geluidniveau in dB(A), aldus het college. Op de zitting van 6 september 2021 heeft het college zich nog op het standpunt gesteld dat het geluidniveau in dB(A) niet in sterkte zal toenemen naarmate de afstand tot Walibi groter wordt, maar eerder in sterkte zal afnemen. Gelet daarop komt aan de belangen van personen minder gewicht toe naarmate de afstand tussen hun woning en het evenemententerrein van Walibi groter wordt, aldus het college ter zitting. 11.
- In de omstandigheid dat de nota in 1996 is opgesteld, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de nota niet in redelijkheid als kader heeft kunnen dienen voor de beoordeling van de aanvraag, voor zover die ziet op de incidentele bedrijfssituaties, waaronder het verzoek om de avondvoorwaarden voor Lowlands op vrijdag- en zaterdagavond met twee uur te verlengen. De Afdeling neemt hierbij mede in aanmerking dat de nota ten grondslag heeft gelegen aan de vaststelling van de grenswaarden in dB(A) voor de incidentele bedrijfssituaties in de revisievergunning. Dat de nota geen beoordelingskader kent voor grenswaarden in dB(C) doet daaraan niet af, omdat de vaststelling van die grenswaarden in de revisievergunning niet op de nota is gebaseerd en nu niet in geding is. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college de door de colleges gestelde belangen van de inwoners van Nunspeet, Elburg en Oldebroek, voldoende bij zijn besluitvorming over de verlenging van de avondvoorwaarden betrokken. Het college is ingegaan op de door de colleges aangevoerde klachten over Lowlands, alsmede op het door de colleges overgelegde EP-rapport Lowlands. Verder is de Afdeling van oordeel dat het college die verlenging in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat het college voldoende heeft toegelicht dat Walibi belang heeft bij verlenging van de avondvoorwaarden. Ook neemt de Afdeling in aanmerking dat die verlenging slechts betrekking heeft op twee keer twee uur per jaar en dat die verlenging, gelet op de toepasselijke grenswaarden, binnen het beoordelingskader van de nota past. Op beoordelingspositie J geldt gedurende de verlenging van de avondvoorwaarden een grenswaarde van 53 dB(A) die ruim binnen de grenswaarden van de nota valt. Beoordelingspositie J is gesitueerd tussen het evenemententerrein en de locaties in Elburg waar volgens het ER-rapport Lowlands in 2018 in de avond maximaal 44,2 dB(A) is gemeten. Voor zover het geluid van Lowlands toen hoorbaar en meetbaar was in Nunspeet, Elburg en Oldebroek, is het geluidniveau daar ruim onder de voor beoordelingspositie J geldende grenswaarde gebleven. Voor zover de colleges stellen dat in ieder geval bij inwoners van Elburg slaapverstoring zal optreden als gevolg van de verlenging van de avondvoorwaarden, kunnen de colleges niet in die stelling worden gevolgd, alleen al omdat de vraag of sprake zal zijn van slaapverstoring volgens de nota niet relevant is als de nachtperiode nog niet is aangevangen. Dat uit het ER-rapport Defqon.1 blijkt dat tijdens Defqon.1 hogere geluidniveaus zijn gemeten, maakt het voorgaande niet anders, alleen al omdat de grenswaarden voor Defqon.1, dat volgens het college tot de luidruchtigste evenementen kan worden gerekend, hoger liggen dan die voor Lowlands. Omdat in het aangevoerde geen grond is gelegen voor het oordeel dat het besluit, voor zover hier aan de orde, gebrekkig is, zal de Afdeling de aanvullende motivering van het college, neergelegd in de brief van 9 juli 2020, buiten beschouwing laten. Het betoog faalt.
- De colleges betogen verder dat onduidelijk is of de aan Defqon.1 voorafgaande preparty een incidentele bedrijfssituatie is. Over deze preparty, alsmede over de andere activiteiten van Walibi, voeren de colleges nog aan dat onduidelijk is op welke tijdstippen de activiteiten mogen aanvangen en beëindigd moeten worden, omdat in de voorschriften geen begin- en eindtijden worden voorgeschreven. Dat de activiteiten worden begrensd door de in de voorschriften vervatte grenswaarden voor geluid, doet daaraan niet af, aldus de colleges. 12.
- Het college en Walibi hebben zich uitdrukkelijk en zonder voorbehoud op het standpunt gesteld dat de preparty altijd wordt aangemerkt als een incidentele bedrijfssituatie en dus, indien deze plaatsvindt, altijd zal moeten blijven binnen het vastgestelde aantal dagen waarop incidentele bedrijfssituaties mogen plaatsvinden. Voorts heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de begin- en eindtijden van de toegestane activiteiten worden gereguleerd via de voorgeschreven grenswaarden voor geluid. De onderscheiden grenswaarden die in de nacht van 01.00 tot 07.00 uur voor Defqon.1 en de overige incidentele bedrijfssituaties gelden, zijn volgens het college niet toereikend voor een evenement, maar nog wel toereikend voor het geluid dat gepaard kan gaan met het vertrek van bezoekers naar huis of naar de nabijgelegen camping. Op die wijze is geborgd dat Defqon.1 en de overige incidentele bedrijfssituaties niet gedurende de nacht kunnen plaatsvinden en dat de bezoekers, nadat het betreffende evenement uiterlijk om 01.00 uur is geëindigd, het evenemententerrein kunnen verlaten, aldus het college. 12.
- De Afdeling ziet geen grond om te twijfelen aan de juistheid van het door het college en Walibi ingenomen standpunt over de kwalificatie van de preparty. Voorts ziet de Afdeling, gelet op het standpunt van het college over begin- en eindtijden, geen grond voor het oordeel dat de grenswaarden voor geluid onvoldoende duidelijkheid bieden over het tijdstip waarop de activiteiten van Walibi mogen aanvangen en moeten zijn beëindigd. Het betoog faalt.
- De colleges betogen verder dat in het besluit een motivering voor de vergunde grenswaarden voor geluid ontbreekt, voor zover sprake is van een aanzienlijke verruiming ten opzichte van de revisievergunning. De colleges wijzen hierbij op de grenswaarden voor de representatieve bedrijfssituatie, de regelmatige afwijkingen, Lowlands, Defqon.1 en de overige incidentele bedrijfssituaties. De enkele verwijzing naar de nota ontslaat het college niet van de verplichting om het besluit zorgvuldig voor te bereiden, deugdelijk te motiveren en van een dragende belangenafweging te voorzien, aldus de colleges. 13.
- Voor zover grenswaarden ten opzichte van de revisievergunning slechts met 1 dB(A) zijn verhoogd, is naar het oordeel van de Afdeling geen sprake van een aanzienlijke verhoging. Om die reden kunnen die verhogingen hier onbesproken blijven. De verhoging van de grenswaarden door de verlenging van de avondvoorwaarden voor Lowlands kan hier eveneens onbesproken blijven, omdat die verhoging hiervoor onder 11 tot en met 11.3 aan de orde is geweest. 13.
- Voor de representatieve bedrijfssituatie en de regelmatige afwijkingen zijn de grenswaarden bij de beoordelingsposities Y en Z in de dag- en avondperiode verhoogd met 2 of 3 dB(A). In het besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat deze verhoging volledig is toe te schrijven aan de wijziging van de meethoogte bij deze beoordelingsposities. Omdat de colleges de juistheid van dit standpunt niet hebben weersproken, faalt het betoog in zoverre. 13.
- Voor de overige incidentele bedrijfssituaties zijn de grenswaarden voor de dagperiode gelijkgetrokken met de grenswaarden voor de avondperiode. Gelet daarop zijn de grenswaarden voor de dagperiode op de beoordelingsposities A tot en met J, X, Y en Z met minimaal 9 dB(A) en maximaal 13 dB(A) verhoogd ten opzichte van de revisievergunning. In het besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat in het maatgevende evenement voor de overige incidentele bedrijfssituaties zowel overdag als in de avond moet kunnen worden geprogrammeerd. Omdat in de revisievergunning de grenswaarden voor de dagperiode per abuis te laag zijn vastgesteld, zou een evenement dat ook overdag zou kunnen plaatsvinden, toch in de avond moeten worden geprogrammeerd, hetgeen volgens het college onwenselijk is. Om die reden, zo blijkt uit het besluit, heeft het college die omissie in de revisievergunning gecorrigeerd. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gecorrigeerde grenswaarden voldoen aan het in de nota neergelegde beoordelingskader dat ook bij de verlening van de revisievergunning is gehanteerd. 13.
- Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college de ophoging van de grenswaarden voor de dagperiode bij de overige incidentele bedrijfssituaties deugdelijk gemotiveerd. Geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat bij die ophoging de door de colleges gestelde belangen van de inwoners van Nunspeet, Elburg en Oldebroek onvoldoende zijn betrokken. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat de colleges deze belangen niet hebben onderbouwd, terwijl vaststaat dat de grenswaarde voor de dagperiode op beoordelingspositie J tijdens de overige incidentele bedrijfssituaties na de ophoging nog steeds 5 dB(A) lager is dan tijdens Lowlands. In de door Walibi overgelegde notitie van Peutz B.V. van 19 augustus 2021 concludeert Peutz op grond van de meetresultaten in de ER-rapporten dat de overige incidentele bedrijfssituaties, gelet op het verschil in grenswaarden met Lowlands en Defqon.1, binnen de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek nimmer zullen resulteren in hoorbaar of meetbaar geluid. Het betoog faalt.
- De colleges betogen verder dat de vergunde grenswaarden voor geluid bij de regelmatige afwijkingen aanzienlijk hoger zijn dan het berekende geluidniveau van de drie representatieve evenementen, maar dat een deugdelijke motivering voor dat verschil ontbreekt. De door het college gegeven motivering voor dat verschil, te weten dat Walibi aldus de mogelijkheid wordt geboden flexibel in te kunnen spelen op onder meer de marktomstandigheden en dat voldoende flexibiliteit noodzakelijk is voor een adequate bedrijfsvoering van Walibi, is volgens de colleges ondeugdelijk, omdat het college dat standpunt niet heeft onderbouwd. 14.
- In het akoestisch rapport zijn de berekende geluidniveaus vermeld van de drie representatieve evenementen voor de regelmatige afwijkingen. De hoogste berekende waarden zijn vervolgens weergegeven in tabel 4.4 van het akoestisch rapport. Uit die tabel blijkt dat de geluidniveaus bij de verschillende beoordelingsposities in de avond hoger zijn dan overdag. In de voorschriften voor de regelmatige afwijkingen vormen die voor de avond berekende hoogste waarden echter niet alleen de voorgeschreven grenswaarden voor de avondperiode, maar ook voor de dagperiode. Het college heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat Walibi door het gelijktrekken van die grenswaarden de mogelijkheid wordt geboden flexibel in te spelen op marktomstandigheden en dat voldoende flexibiliteit noodzakelijk is voor een adequate bedrijfsvoering van Walibi. Voorts heeft het college in het besluit toegelicht dat evenementen die onder de regelmatige afwijkingen vallen niet alleen in de avond, maar ook overdag moeten kunnen plaatsvinden en dat om die reden de geluidruimte voor beide dagdelen is gelijkgetrokken. Voorts zijn de berekende waarden voor de nachtperiode, als weergegeven in tabel 4.4 van het akoestisch rapport, lager dan de in het besluit voor de regelmatige afwijkingen voorgeschreven grenswaarden voor de nachtperiode. In het besluit heeft het college toegelicht dat die grenswaarden niet alleen ertoe dienen dat in de nacht geen regelmatige afwijkingen kunnen plaatsvinden, maar dat daarbij ook rekening is gehouden met het geluid dat wordt veroorzaakt door vertrekkend publiek. 14.
- Anders dan bij het hiervoor onder 13 weergegeven betoog, ziet dit betoog niet op de wijziging van de grenswaarden ten opzichte van de revisievergunning, maar op de wijziging van de grenswaarden voor de regelmatige afwijkingen ten opzichte van de berekende geluidniveaus van de drie representatieve evenementen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college deugdelijk gemotiveerd waarom de grenswaarden voor de regelmatige afwijkingen in de dag- en nachtperiode hoger zijn vastgesteld dan de berekende geluidniveaus van de representatieve evenementen in dezelfde perioden. Het betoog faalt.
- De colleges betogen dat in het besluit ten onrechte is voorbijgegaan aan de cumulatie van milieueffecten, omdat binnen de inrichting nog andere milieubelastende activiteiten plaatsvinden. Zo heeft het college geen aandacht besteed aan de cumulatie van het geluid van de aangevraagde activiteiten met het geluid van de bestaande activiteiten. Het college heeft zijn standpunt dat voor elke bedrijfssituatie uitgebreid onderzoek is gedaan naar de geluidsbelasting en dat binnen een bedrijfssituatie rekening is gehouden met alle relevante activiteiten die op dezelfde dag plaatsvinden en samenvallen niet nader onderbouwd, aldus de colleges. 15.
- In het besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat voor elke bedrijfssituatie uitgebreid onderzoek is gedaan naar de geluidsbelastingen en dat binnen een bedrijfssituatie rekening is gehouden met alle relevante activiteiten binnen de inrichting die gelijktijdig kunnen plaatsvinden. In zijn verweerschrift heeft het college erop gewezen dat deze cumulatie van geluidbelasting niet alleen is uitgewerkt in het rapport van het akoestisch onderzoek dat aan de revisievergunning ten grondslag ligt, maar ook in het akoestisch rapport en dat de vergunningvoorschriften hierop zijn gebaseerd. Gelet hierop kunnen de colleges niet worden gevolgd in hun betoog dat het college is voorbijgegaan aan de cumulatie van milieueffecten De colleges kunnen evenmin worden gevolgd in hun stelling dat het college zijn in dit kader ingenomen standpunt niet heeft onderbouwd. Het betoog faalt. De Wnb
- De colleges betogen dat het college zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat voor de vergunde veranderingen geen natuurbeschermingsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. De colleges voeren aan dat niet valt in te zien waarom geen advies is gevraagd aan het college van gedeputeerde staten (hierna: GS) van de provincie Gelderland, omdat de effecten op Natura 2000-gebieden zich vooral in die provincie zullen voordoen. De colleges wijzen hierbij op het broedgebied van de grote karekiet aan de Gelderse zijde van de Veluwerandmeren en op de stikstofgevoelige habitat in Natura 2000-gebied de Veluwe. Verder stellen de colleges dat de conclusie in het advies van GS van de provincie Flevoland van 28 mei 2019 (hierna: het GS-advies) dat een natuurbeschermingsvergunning of een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) niet is vereist, niet nader is onderbouwd, omdat geen natuuronderzoek en stikstofberekening zijn overgelegd waaruit blijkt dat de wijzigingen geen significante gevolgen zullen hebben voor Natura 2000-gebieden. Over de mogelijke stikstofdepositie voeren de colleges aan dat het aantal weekendbezoekers van Defqon.1 in de loop der jaren aanzienlijk is gegroeid en naar verwachting zal blijven groeien wat betreft het aantal weekendbezoekers, zodat sprake is van een aanzienlijke verkeerstoename die naar verwachting verder zal toenemen. 16.
- Op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb is een natuurbeschermingsvergunning vereist indien een project wordt gerealiseerd of andere handelingen worden verricht waardoor, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat voor de vraag of de wijziging of uitbreiding van een bestaand project relevante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, een vergelijking wordt gemaakt van de gevolgen van het bestaande project in de referentiesituatie met de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding. 16.
- Aan de revisievergunning ligt een door GS van de provincie Flevoland op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 afgegeven vvgb ten grondslag. Die vergunde situatie, die tot het besluit ongewijzigd is gebleven, is in dit geval de referentiesituatie. Het aan die vvgb verbonden voorschrift ter bescherming van de grote karekiet is overgenomen in voorschrift 4.7 van de revisievergunning waarin is bepaald dat Lowlands en Defqon.1 niet mogen worden georganiseerd tijdens de nestelfase van de grote karekiet van 1 april tot 1 juni. 16.
- Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niet GS van de provincie Gelderland, maar GS van de provincie Flevoland het bevoegd gezag zijn op grond van de Wnb. Ter zake van de grote karekiet heeft het college verwezen naar het ongewijzigde voorschrift 4.
- Verder wijst het college erop dat uit het GS-advies blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat de grote karekiet door het besluit zal worden verstoord. Ook heeft het college erop gewezen dat de aanwezigheid van de grote karekiet in de Veluwerandmeren wordt geïnventariseerd door Sovon en dat de inventarisaties van Sovon geen blijk geven van een verdere achteruitgang van de grote karekiet. De wijzigingen ten opzichte van de revisievergunning kunnen evenmin leiden tot een relevante verhoging van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, aldus het college. Het college wijst erop dat het maximaal aantal bezoekers en het maximaal aantal dagen waarop een evenement mag plaatsvinden in de revisievergunning zijn vastgelegd en ongewijzigd blijven en dat wijzigingen van de grenswaarden voor geluid geen invloed hebben op stikstofdeposities. 16.
- Gelet op het vorenstaande heeft het college zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat voor de vergunde veranderingen geen natuurbeschermingsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Het betoog faalt. Overige gronden
- De colleges betogen dat in dit geval, gelet op het aantal en de aard van de beoogde wijzigingen, een nieuwe revisievergunning had moeten worden aangevraagd. 17.
- Artikel 2.6, eerste lid, van de Wabo geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om te bepalen dat voor een inrichting een revisievergunning moet worden aangevraagd. Bij de beslissing om aan die bepaling toepassing te geven, heeft het bevoegd gezag beleidsruimte. Het belang van een overzichtelijk vergunningenbestand kan een reden zijn om een revisievergunning te verlangen. Ook de aard en omvang van de aangevraagde wijzigingen en uitbreidingen kunnen daartoe reden zijn. Vergelijk op dit punt de uitspraken van de Afdeling van 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1865, en 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:
- 17.
- Zoals hiervoor onder 2 is vermeld, heeft het college op 11 november 2014 de revisievergunning aan Walibi verleend. Bij het besluit is de revisievergunning voor de eerste maal op een beperkt aantal punten gewijzigd. Die wijzigingen zijn hiervoor onder 3 weergegeven. Gelet op de aard en omvang van die wijzigingen heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat in dit geval geen sprake is van ingrijpende wijzigingen. Verder kan het college worden gevolgd in zijn standpunt dat de vergunde wijzigingen niet zodanig zijn dat een wezenlijk andere inrichting ontstaat of dat om andere redenen een aanvraag om een revisievergunning zou zijn vereist. Het betoog faalt.
- De colleges betogen verder dat het college niet heeft onderkend dat de aanvraag ten onrechte geen betrekking heeft op alle activiteiten die onlosmakelijk met de wijziging van de inrichting samenhangen. De colleges voeren aan dat bouwactiviteiten zullen moeten plaatsvinden als onderdeel van de aangevraagde veranderingen en dat de aanvraag dus ook op die bouwactiviteiten betrekking zou moeten hebben, gelet op artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo. 18.
- Het college en Walibi hebben zich op het standpunt gesteld dat naar aanleiding van het besluit geen bouwactiviteiten aan de orde zijn waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Podia kunnen vergunningvrij worden gebouwd, aldus het college en Walibi. Omdat de colleges niet hebben geconcretiseerd voor welke met de aanvraag samenhangende bouwactiviteiten een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, faalt het betoog.
- De colleges betogen verder dat het college ten onrechte niet heeft beoordeeld in hoeverre sprake zal zijn van indirecte hinder als gevolg van de toename van de verkeersstromen. Volgens de colleges blijkt uit het akoestisch rapport dat de verkeersstromen als gevolg van Lowlands en Defqon.1 aanzienlijk zijn toegenomen en nog zullen toenemen. Ook voeren de colleges aan dat een gedeelte van de bezoekers van Lowlands via Elburg en Oldebroek moet rijden om thuis te komen en dat de verlenging van de duur van de avondvoorwaarden met zich zal brengen dat die verkeersbewegingen en de daarmee verband houdende verkeersgeluidoverlast later in de nacht zullen gaan plaatsvinden. 19.
- In het besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de beoordeling van de indirecte hinder heeft plaatsgevonden bij de verlening van de revisievergunning op basis van een worst case scenario waarbij 60.000 bezoekers op één dag komen of gaan. Dit is het maximaal aantal toegestane bezoekers per dag en dat aantal is ongewijzigd gebleven, aldus het college. Voorts hebben het college en Walibi toegelicht dat niet aannemelijk is dat de verlenging van de avondvoorwaarden voor Lowlands van invloed is op verkeersbewegingen in Elburg en Oldebroek, omdat voor Lowlands geen dagkaarten, maar alleen kaarten voor het hele weekend worden verkocht. Niet te verwachten valt dat bezoekers van Lowlands na afloop van de festivaldagen waarop de verlenging van toepassing is, te weten op vrijdag of zaterdag, naar huis zullen gaan, omdat Lowlands altijd op een zondag eindigt, aldus het college en Walibi. 19.
- De Afdeling ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van wat het college en Walibi aldus naar voren hebben gebracht. Gelet daarop faalt het betoog.
- De colleges verzoeken de door hen ingediende zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen in de gronden van beroep. Daarbij voeren zij in algemene zin aan dat het college in het besluit niet op alle door hen in die zienswijze aangevoerde punten is ingegaan. 20.
- Voor zover dit als een beroepsgrond moet worden aangemerkt, faalt deze grond, omdat de colleges niet hebben geconcretiseerd aan welke punten uit hun zienswijze het college ten onrechte is voorbijgegaan. Slotsom
- Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de colleges tegen het besluit alsnog ongegrond verklaren.
- Het college moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juni 2020 in zaak nr. 19/2762; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond; IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Dronten tot vergoeding van bij de colleges van burgemeester en wethouders van Nunspeet, Elburg en Oldebroek in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.244,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het college van burgemeester en wethouders van Dronten aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Dronten aan de colleges van burgemeester en wethouders van Nunspeet, Elburg en Oldebroek het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 532,00 voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het college van burgemeester en wethouders van Dronten aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. B. Meijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.J.C. Robben, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2021
- BIJLAGE Het Verdrag van Aarhus Artikel
- Om bij te dragen aan de bescherming van het recht van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, waarborgt elke Partij de rechten op toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag. Artikel 2 Voor de toepassing van dit Verdrag, […]
- Wordt onder „overheidsinstantie" verstaan: a. overheid op nationaal, regionaal of ander niveau; b. natuurlijke of rechtspersonen die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht vervullen, met inbegrip van specifieke taken, activiteiten of diensten met betrekking tot het milieu; c. alle andere natuurlijke of rechtspersonen die openbare verantwoordelijkheden of functies hebben, of openbare diensten verlenen, met betrekking tot het milieu, onder toezicht van een orgaan of persoon vallend onder de bovenstaande onderdelen a. of b.; d. de instellingen van elke regionale organisatie voor economische integratie bedoeld in artikel 17 die Partij is bij dit Verdrag. Deze begripsomschrijving omvat geen organen of instellingen die optreden in een rechterlijke of wetgevende hoedanigheid; […]
- Wordt onder „het publiek" verstaan een of meer natuurlijke of rechtspersonen en, in overeenstemming met nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen;
- Wordt onder „het betrokken publiek" verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbende is bij, milieubesluitvorming; voor de toepassing van deze omschrijving worden niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn. Artikel 9 […]
- Aanvullend op en onverminderd de in het voorgaande eerste en tweede lid bedoelde herzieningsprocedures, waarborgt elke Partij dat leden van het publiek, wanneer zij voldoen aan de eventuele in haar nationale recht neergelegde criteria, toegang hebben tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures om het handelen en nalaten van privé-personen en overheidsinstanties te betwisten die strijdig zijn met bepalingen van haar nationale recht betreffende het milieu. […] De Awb Artikel 1:2
- Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
- Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. […] Artikel 6:19
- Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. […] Artikel 8:68
- Indien de bestuursrechter van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan hij het heropenen. De bestuursrechter bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. […] Artikel 8:110
- Indien hoger beroep is ingesteld, kan degene die ook hoger beroep had kunnen instellen, incidenteel hoger beroep instellen. De voorschriften omtrent het hoger beroep zijn van toepassing, tenzij in deze titel anders is bepaald. […] De Wabo Artikel 2.1
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: […] e. 1°. het oprichten, 2°. het veranderen of veranderen van de werking of 3°. het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk, Artikel 2.6
- Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het veranderen van een inrichting of mijnbouwwerk of van de werking daarvan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° of 3°, en met betrekking tot die inrichting of dat mijnbouwwerk al een of meer omgevingsvergunningen zijn verleend, kan het bevoegd gezag bepalen dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd met betrekking tot die verandering en het in werking hebben van de betrokken inrichting of het betrokken mijnbouwwerk na die verandering. […] Artikel 2.7
- Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.10, tweede lid, en 2.11, tweede lid, draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. In afwijking van de eerste volzin en onverminderd artikel 2.5 kan, indien één van die onlosmakelijke activiteiten een activiteit is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor die activiteit voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend. […] Artikel 2.30
- Voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, beziet het bevoegd gezag regelmatig of de voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Onder ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu wordt mede verstaan de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over beste beschikbare technieken, overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid, van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334). […] Artikel 2.31
- Het bevoegd gezag wijzigt voorschriften van de omgevingsvergunning: […] b. indien door toepassing van artikel 2.30, eerste lid, blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt; […] Artikel 3.12
- Het bevoegd gezag neemt bij de toepassing van de afdelingen 3.4 en 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht het bepaalde in de volgende leden en de artikelen 3.13 en 3.14 in acht. […]
- Eenieder kan zienswijzen bij het bevoegd gezag naar voren brengen. Voor zover een ontwerpbesluit zijn grondslag vindt in een aanwijzing als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, die betrekking heeft op een daarbij concreet aangegeven plaats, kunnen zienswijzen daarop geen betrekking hebben. […] De Wnb Artikel 1.3
- Ingeval gedeputeerde staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd gedeputeerde staten van de provincie waar de handeling wordt verricht. […] Artikel 2.7 […]
- Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. […] De Mor Artikel 1.3 […]
- De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van de aangevraagde activiteit of activiteiten. Deze aanduiding geschiedt met behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte middelen. […]