← Nederland

ECLI:NL:RVS:2021:2547

202105628/5/R

  1. Datum beslissing: 16 november 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de zitting op 16 november 2021 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.E.M. Polak (hierna: de staatsraad) als voorzieningenrechter belast met de behandeling van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in de zaak nr. 202105628/4/R
  2. [verzoeker] heeft zijn verzoek om wraking ook op schrift gesteld en ter zitting overhandigd. De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De staatsraad heeft een schriftelijke reactie ingediend. Deze is aan [verzoeker] bij aanvang van de behandeling van het verzoek ter zitting overhandigd. De Afdeling heeft het verzoek om wraking ter zitting behandeld op 16 november 2021, waar [verzoeker] is gehoord. De staatsraad heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 16 november 2021 heeft de Afdeling het verzoek om wraking van de staatsraad afgewezen. Overwegingen Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.
  3. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
  4. Als maatstaf geldt dat een staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
  5. Samengevat weergegeven heeft [verzoeker] aan het verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad voorzitter van de Afdeling is geweest en in die hoedanigheid medeverantwoordelijk is voor de kinderopvangtoeslagaffaire. [verzoeker] meent dat de staatsraad daarom niet onbevangen het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening zal kunnen beoordelen.
  6. De Afdeling overweegt dat [verzoeker] geen specifieke gronden voor wraking naar voren heeft gebracht met betrekking tot de staatsraad als voorzieningenrechter, belast met de behandeling van het verzoek van [verzoeker] om het treffen van een voorlopige voorziening. Uit het enkele feit dat de staatsraad oud-voorzitter van de Afdeling is, kan niet worden afgeleid dat hij in zijn rechterlijke oordeelsvorming partijdig of vooringenomen is, dan wel dat een bij [verzoeker] daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De subjectieve beleving van [verzoeker] dat hier wél sprake van is, is onvoldoende om het verzoek om wraking toe te wijzen. Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier. w.g. Knol voorzitter w.g. Tibold griffier 853

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.