(2009)en het Activiteitenbesluit milieubeheer voor paardenfokkerijen, maneges en dierenverblijven, waarbij van belang is dat het in dit geval gaat om paardenbakken voor hobbymatig gebruik. Gelet op die onderbouwing van de raad, heeft [appellant sub 2] met de enkele stelling dat hij geluid-, geur- en stofhinder zal ondervinden, niet aannemelijk gemaakt dat de onder 3.5.5 van de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid kan leiden tot zodanige hinder dat de raad die afwijkingsbevoegdheid uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet in het plan heeft mogen opnemen. Het betoog slaagt niet. Gevolgen natuurwaarden
- [appellant sub 2] betoogt dat binnen het plangebied de Veluwe en de Veluwerandmeren zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden en dat de natuurwaarden niet zijn meegewogen bij de opname van de afwijkingsbevoegdheid in het plan. De raad wijst er op dat onder 3.5.5 van de planregels de voorwaarde is gesteld dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden. De enkele stelling van [appellant sub 2] dat de natuurwaarden niet zijn meegewogen bij de opname van de afwijkingsbevoegdheid, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de natuurwaarden onvoldoende heeft meegewogen bij de opname van de afwijkingsbevoegdheid onder 3.5.5 van de planregels en dat het plan daarom op voorhand niet uitvoerbaar is wegens strijd met de Wnb. Het betoog slaagt niet. Omvang maximaal 1.200 m2 voor hobbymatig gebruik
- [appellant sub 2] betoogt dat een paardenbak van 1.200 m2 te groot is voor eigen hobbymatig gebruik, aangezien de standaardafmeting daarvoor 800 m2 is. Niet valt in te zien waarom die omvang nodig is voor eigen hobbymatig gebruik. Volgens [appellant sub 2] moet met een deskundigenrapport worden aangetoond dat een maatvoering van maximaal 1.200 m2 noodzakelijk is. De raad vermeldt dat in het plan twee maatvoeringen voor paardenbakken worden gehanteerd. Bij verschillende bestemmingen mag onder voorwaarden een paardenbak van maximaal 800 m2 worden opgericht. Bij de bestemmingen "agrarisch- agrarisch bedrijf" en "agrarisch-kwekerij" mag voor hobbymatig gebruik onder voorwaarden een paardenbak van maximaal 1.200 m2 worden opgericht. Omdat die bestemmingen met een woonhuis of bedrijfswoning naast de bestemming "Agrarisch" voorkomen, is volgens de raad voor de afwijkingsbevoegdheid onder 3.5.5 van de planregels aangesloten bij de maatvoering die geldt voor die bestemmingen. De enkele stelling van [appellant sub 2] dat de standaardafmeting van een paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik 800 m2 is en een afmeting van 1.200 m2 dus te groot is, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid onder 3.5.5 van de planregels een maximale oppervlakte van 1.200 m2 heeft kunnen stellen. Het betoog slaagt niet. Overlap afwijkingsbevoegdheden
- [appellant sub 2] betoogt tevergeefs dat het plan de bouw en het gebruik van meer dan 1 paardenbak voor hobbymatig gebruik op een agrarisch perceel mogelijk lijkt te maken, omdat in het plan meerdere specifieke afwijkingsregelingen voor paardenbakken zijn opgenomen. De raad stelt terecht dat voor de bestemming "Agrarisch" uit het bepaalde onder 3.5.3 en 3.5.5 van de planregels voldoende duidelijk volgt dat binnen die bestemming slechts ten behoeve van ten hoogste 1 paardenbak voor hobbymatig gebruik kan worden afgeweken van de gebruiksregels voor de bestemming "Agrarisch". Het betoog slaagt niet. Landschappelijke inpassing
- [appellant sub 2] betoogt dat niet duidelijk is wanneer is voldaan aan de onder 3.5.5 van de planregels gestelde voorwaarde dat een paardenbak landschappelijk wordt ingepast middels een landschappelijk inpassingsplan. Volgens [appellant sub 2] is onvoldoende duidelijk wanneer een paardenbak voldoende landschappelijk is ingepast en wie die beoordeling maakt. 14.
- Volgens de raad moet per geval worden bezien of een paardenbak voldoende landschappelijk is ingepast, omdat niet elk landschapstype hetzelfde is. De beoordeling en goedkeuring van het landschapsplan wordt volgens de raad verricht door een landschapsdeskundige van de gemeente. Gelet op het vorenstaande, is niet gebleken dat de onder 3.5.5 van de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid en de daaronder gestelde voorwaarde dat een paardenbak landschappelijk wordt ingepast middels een landschappelijk inpassingsplan, onvoldoende duidelijk is en dus in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Het betoog slaagt niet. Hobbymatig gebruik
- [appellant sub 2] betoogt dat niet duidelijk is wanneer sprake is van eigen hobbymatig gebruik van een paardenbak, als bedoeld onder 3.5.5 van de planregels. Volgens [appellant sub 2] is ten onrechte geen definitie van hobbymatig gebruik opgenomen in het plan. 15.
- Volgens de raad kan het onderscheid tussen hobbymatig en bedrijfsmatig gebruik per geval verschillen. Daarom is niet in de regels opgenomen bij hoeveel paarden de omslag van hobbymatig naar bedrijfsmatig gebruik wordt aangenomen. Het aantal dieren alleen is niet bepalend voor het onderscheid tussen hobbymatig en bedrijfsmatig. Indien het gebruik bedrijfsmatig is geworden en niet meer past binnen de bestemming, zal handhavend worden optreden, aldus de raad. Gelet op het vorenstaande, is niet gebleken dat de onder 3.5.5 van de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid en de daaronder gestelde voorwaarde dat het gaat om een paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, onvoldoende duidelijk is en dus in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Het betoog slaagt niet. Conclusie
- Het beroep is ongegrond.
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het beroep van [appellant sub 1]
- [appellant sub 1] komt in beroep op tegen het plan voor zover het betreft het plandeel met de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" aan de Bosrand 105 in Elspeet. [appellant sub 1] betoogt dat bij de gewijzigde vaststelling van het plan ten onrechte onder 36.2.3 van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" is opgenomen dat, ondanks het bepaalde in Bijlage 6 van de plantoelichting, een omgevingsvergunning voor een houtopstand kan worden verleend als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld dan wel niet onevenredig worden aangetast. In Bijlage 6 van de plantoelichting is voor Oude bouwlanden enclaves onder meer bepaald dat de open ruimte tussen dorp en bos moet worden gerespecteerd en dat daar geen of zeer transparante verticale elementen mogen worden toegestaan.
- De relevante planregels luiden: Artikel 36 Waarde - Oude bouwlanden enclaves […] 36.2.1 Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: […] f. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; […] 36.2.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals mede omschreven in Bijlage 6 bij de toelichting, welke bijlage deel uitmaakt van dit toetsingskader. Ondanks het bepaalde in Bijlage 6 kan een vergunning voor een houtopstand verleend worden als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld danwel niet onevenredig worden aangetast. Gebrekkige publicatie vaststellingsbesluit
- [appellant sub 1] betoogt dat de wijziging van de planregels over de verlening van een omgevingsvergunning voor een houtopstand onder de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves", die is aangebracht ten opzichte van het ontwerpplan, niet bekend is gemaakt in de publicatie in de Staatscourant. Deze beroepsgrond gaat over een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en kan alleen al daarom de rechtmatigheid van dat besluit niet aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan dus geen reden zijn voor de vernietiging van het bestreden besluit. Het betoog slaagt niet. Wijziging plan en afdeling 3.4 van de Awb
- [appellant sub 1] betoogt dat het plan ten opzichte van het ontwerpplan ingrijpend is gewijzigd door onder 36.2.3 van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" op te nemen dat, ondanks het bepaalde in Bijlage 6 van de plantoelichting, onder voorwaarden een omgevingsvergunning voor een houtopstand kan worden verleend. [appellant sub 1] is daarom van mening dat de raad het plan ten onrechte gewijzigd heeft vastgesteld zonder dat daarbij de wettelijke procedure uit afdeling 3.4 van de Awb is doorlopen. 21.
- De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Alleen als de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, moet de wettelijke procedure opnieuw worden doorlopen. De raad heeft het plan vastgesteld met een aantal wijzigingen, waaronder de wijziging dat onder 36.2.3 van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" is opgenomen dat, ondanks het bepaalde in Bijlage 6 van de plantoelichting, een omgevingsvergunning voor een houtopstand verleend kan worden als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld dan wel niet onevenredig worden aangetast. De Afdeling acht de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad ten onrechte het plan heeft vastgesteld zonder dat daarbij de wettelijke procedure uit afdeling 3.4 van de Awb opnieuw is doorlopen. Het betoog slaagt niet. Strijd met een goede ruimtelijke ordening
- [appellant sub 1] betoogt dat de bepaling onder 36.2.3 van de planregels dat, ondanks het bepaalde in Bijlage 6 van de plantoelichting, onder voorwaarden, een omgevingsvergunning voor een houtopstand kan worden verleend, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daartoe is volgens [appellant sub 1] van belang dat tegenstrijdig is dat enerzijds de te beschermen waarden op de verbeelding en in de planregels zijn vastgesteld en dat anderzijds in de planregels de mogelijkheid wordt geboden om die te beschermen waarden fundamenteel aan te tasten. Volgens [appellant sub 1] is met de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" beoogd de bestaande openheid van het gebied te beschermen, waaraan het beoordelingskader van Bijlage 6 van de plantoelichting is gekoppeld. Die te beschermen waarden kunnen echter volgens [appellant sub 1] door het bepaalde onder 36.2.3 van de planregels fundamenteel worden aangetast. 22.
- De raad stelt in het verweerschrift dat uit de planregels juist volgt dat een onderbouwing is vereist waaruit moet blijken dat de desbetreffende fundamentele waarden worden versterkt, dan wel niet onevenredig worden aangetast. Volgens de raad bood de eerdere redactie geen enkele mogelijkheid om wel gewenste ontwikkelingen toe te staan. Nu is het echter onder strikte voorwaarden mogelijk om wijzigingen door te voeren die ten goede komen aan het gebied, op voorwaarde dat de kwaliteiten van het gebied niet worden aangetast. 22.
- Gelet op het onder 36.2.3 van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Oude bouwlanden enclaves" bepaalde dat een omgevingsvergunning voor een houtopstand alleen dan kan worden verleend als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld dan wel niet onevenredig worden aangetast, geeft hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de te beschermen natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden fundamenteel kunnen worden aangetast. Het betoog slaagt niet. Conclusie
- Het beroep is ongegrond.
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2021 826.