(2001)is de visie op de ontwikkeling van de woonvoorraad in de gemeente vastgelegd. [...] [Hieruit] blijkt dat de gemeente in de periode 2001-2010 nog met 855 woningen kan uitbreiden. [..] 455 woningen zijn volgens het woonplan bestemd voor de drie uitbreidingslocaties, Bynia State, Groot Ropens en Ludinga. Van deze 455 woningen zullen volgens het Woonplan 400 woningen gebouwd moeten worden op de uitbreidingslocatie Ludinga in de periode 2001-2010." Uit het voorgaande volgt dat het Woonplan van de gemeente Harlingen beleidsmatig mede de grondslag vormde voor het bestemmingsplan "Harlingen-Ludinga" uit 2004 en dat dus met de vaststelling van dat bestemmingsplan geen afstand werd genomen van het Woonplan. De rechtbank heeft dan ook terecht zowel de toelichting bij dit bestemmingsplan als het Woonplan uit 2001 en de actualisering 2004 daarvan aangemerkt als concrete beleidsvoornemens die van belang zijn voor het antwoord op de vraag of Ludinga Vastgoed de planologische verandering op 8 oktober 2004 kon voorzien. 3.
- In de toelichting bij het in 2004 vastgestelde bestemmingsplan, en in het Woonplan dat daaraan ten grondslag ligt, is niet vermeld dat het aantal van 400 woningen voor de uitbreidingslocatie Ludinga alleen betrekking had op grondgebonden woningen. Dat volgt ook niet uit de tabel op bladzijde 42 van de actualisering 2004 van het Woonplan. Ludinga Vastgoed heeft er ter zitting terecht op gewezen dat in die tabel achter de daarin vermelde aantallen woningen voor de uitbreidingslocatie Ludinga steeds een (e) is vermeld en dat deze aanduiding volgens een onder de tabel opgenomen verklaring ‘eengezinshuis’ betekent. Deze vermelding betekent naar de Afdeling aanneemt dat in de actualisering 2004 van het Woonplan voor de uitbreidingslocatie Ludinga was voorzien in de bouw van het aantal in de tabel vermelde eengezinshuizen. Anders dan Ludinga Vastgoed heeft gesteld, valt uit deze tabel niet af te leiden dat op de uitbreidingslocatie Ludinga aanvullend aan het aantal voorziene eengezinshuizen een onbeperkt aantal appartementen mocht worden gerealiseerd. Ludinga Vastgoed heeft er ter zitting ook op zichzelf terecht op gewezen dat op bladzijde 28 van de toelichting bij het oude bestemmingsplan is vermeld dat op de uitbreidingslocatie Ludinga ruimte is "voor circa 330 woningen van het type 2-onder-1-kap, vrijstaand en rijenwoningen. Het aantal bouwlagen van deze woningen zal variëren van 1 laag tot maximaal 2 lagen, plus eventueel een kap." De percelen van Ludinga Vastgoed waren voorheen op grond van de oude bestemming "Bijzondere woondoeleinden" bestemd voor "gebouwen ten behoeve van woningen al dan niet in combinatie met zorgdoeleinden". Op de percelen mochten gebouwen met een minimale bouwhoogte van 6 m worden gebouwd. Het oude bestemmingsplan stond op de percelen van Ludinga Vastgoed dus de bouw toe van de op bladzijde 28 van de toelichting beschreven woningen. Maar anders dan Ludinga Vastgoed heeft aangevoerd, valt uit deze beschrijving niet af te leiden dat op de uitbreidingslocatie Ludinga een onbeperkt aantal appartementen mocht worden gerealiseerd. Ludinga Vastgoed heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in de stukken vermelde aantal van 400 woningen voor de uitbreidingslocatie Ludinga en de daarin vermelde bebouwingsdichtheid van 16-20 woningen per hectare alleen betrekking hadden op grondgebonden woningen. Dit is niet vermeld in de toelichting bij het oude bestemmingsplan en in het Woonplan en volgt daaruit ook niet anderszins. Aangezien appartementen woningen zijn, is het naar het oordeel van de Afdeling ook niet aannemelijk dat voor de gemeente Harlingen op grond van provinciaal beleid een maximaal contingent aan woningen geldt, maar dat het aantal te bouwen appartementen geen onderdeel zou zijn van dat toegekende contingent. 3.
- Gezien het voorgaande moest Ludinga Vastgoed op 8 oktober 2004, ten tijde van de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst, op grond van de toelichting bij het oude bestemmingsplan en het gemeentelijke Woonplan rekening houden met de kans dat zij op haar percelen op de uitbreidingslocatie Ludinga slechts een beperkt aantal woningen zou mogen bouwen. Daarbij heeft de Afdeling mede in aanmerking genomen dat in de samenwerkingsovereenkomst geen aantal te bouwen woningen is vermeld. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat het college terecht de aanvraag van Ludinga Vastgoed om een tegemoetkoming in planschade wegens voorzienbaarheid van de planologische verandering heeft afgewezen. 3.
- Het betoog slaagt niet. Slotsom
- Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen w.g. Oranje griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2021 507