(2)minimaal 60 parkeerplaatsen op de gronden met de bestemming "Natuur" en de functieaanduiding "parkeerterrein" ingevolge artikel 4.4.2 van de planregels. Hieraan wordt tegengewicht geboden door het omvormen van 3 ha landbouwgrond naar natuur, waarmee het NNN zal worden vergroot en de samenhang tussen de NNN-gebieden in de omgeving zal worden verbeterd. Ook zijn de slooprechten van een voormalig kassencomplex van 5.600 m² op het perceel aan de Veldbeekweg 85 te Enschede aangekocht. In ruil voor de sloop daarvan kan het ceremoniegebouw worden gerealiseerd. In dat verband is gebruik gemaakt van het uitgangspunt uit de rood voor rood-regeling dat bij de afbraak van 850 m² landschapsontsierende bebouwing één bouwkavel van 1.000 m² wordt toegekend dat mag worden bebouwd met een gebouw van 750 m³. Het publieke belang wordt verder gediend met de ecologische en landschappelijke kwaliteitsverbetering die het plan met zich brengt, zoals het herstel van de dekzandrug, de hermeandering van de Twekkelerbeek en het omvormen van het huidige productiebos. In paragraaf 2.3.4 van de plantoelichting is ook vermeld dat de natuurbegraafplaats een tijdelijke onderneming van ongeveer 30 jaar is en geen nadelige sporen in het landschap zullen worden nagelaten. Het ceremoniegebouw en de parkeervoorzieningen zullen na de laatste natuurbegrafenis worden afgebroken, respectievelijk verwijderd op grond van de artikelen 3.4.1, aanhef en onder c, en 4.4.5, aanhef en onder d, van de planregels. Met de opbrengsten van de natuurbegraafplaats kunnen de instandhouding en het duurzame beheer van het landgoed Christinalust ook na de laatste natuurbegrafenis worden gewaarborgd. De aspecten van openbaarheid van het landgoed Christinalust, het recreatieve medegebruik van de natuurbegraafplaats en de investeringen in de cultuurhistorische waarden en de werkgelegenheid leveren ook een bijdrage aan het publieke belang. Tot slot wordt het publieke belang gediend door de natuurbegraafplaats, nu er een maatschappelijke behoefte aan zo’n begraafplaats bestaat. Gelet hierop heeft de raad bij een weging van het privébelang van de initiatiefnemers - en de daarmee samenhangende aspecten - en het publieke belang - en de daarmee samenhangende effecten - de balans kunnen laten doorslaan naar het publieke belang. Het plan is daarom in overeenstemming met de Gids Buitenkans
- 16.
- Uit het voorgaande blijkt dat - anders dan de Vereniging betoogt - de raad met toepassing van de Weegschaal Buitenkans niet heeft willen afwijken van het gemeentelijk beleid. 16.
- In wat de Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat de toevoeging van het aan de orde zijnde ceremoniegebouw en de aan de orde zijnde parkeerplaatsen in evenwicht zijn met de investeringen ten behoeve van het publieke belang en daarom in overeenstemming met de Gids Buitenkans
- Het betoog dat onzeker is of met het herstel van de dekzandrug de ecologische kwaliteiten worden verbeterd en dat het in zoverre de vraag is of genoeg productiebos zal worden omgevormd, volgt de Afdeling niet. In paragraaf 6 van het inrichtings- en beheerplan is vermeld dat de dekzandrug wordt hersteld en gronden worden opgehoogd. Volgens de aanvullende saldobenadering wordt hiermee niet alleen het natuurbegraven mogelijk gemaakt, maar worden ook mogelijkheden geboden om waardevolle natuurtypen te realiseren en het oorspronkelijke landschapsbeeld te herstellen. Over de bosomvorming is in paragraaf 6 van het inrichtings- en beheerplan vermeld dat door eenmalige kap een bosomvorming naar inheems loofbos (78.300 m²) en naar halfopen natuur plaatsvindt (25.500 m²). In paragraaf 8.2 van de "Natuurtoets ontwikkeling Natuurbegraafplaats Landgoed Christinalust, Enschede" van 18 december 2017 (hierna: de natuurtoets) staat hierover dat met de bosomvorming een bijdrage zal worden geleverd aan het behoud van het karakter en de natuurlijke kwaliteiten van het gebied. Bovendien dienen de ophogingen en de bosomvorming op grond van artikel 3.4.1, aanhef en onder a, van de planregels te worden uitgevoerd in overeenstemming met het inrichtings- en beheerplan. Weliswaar stelt Landgoed Het Stroot B.V. dat er geen maatschappelijke behoefte aan de natuurbegraafplaats bestaat, maar in paragaaf 7.1 van de plantoelichting is beschreven dat natuurbegraven een relatief nieuw fenomeen in Nederland is en dat onderzoeken naar trends in de samenleving laten zien dat er een behoefte bestaat aan het dichter bij de natuur komen door middel van een graf op een natuurbegraafplaats. De omstandigheid dat het realiseren van een natuurbegraafplaats ook zou kunnen worden meegenomen aan de kant van het privébelang van initiatiefnemers, doet hier niet aan af, nu met een natuurbegraafplaats ook een publiek belang wordt gediend. De stelling van Landgoed Het Stroot B.V. dat de voorzieningen ter versterking van de toegankelijkheid en het recreatief gebruik van landgoed Christinalust geen toegevoegde waarde hebben omdat het landgoed al toegankelijk en in recreatief gebruik is, volgt de Afdeling niet, nu uit paragraaf 3.2 van de plantoelichting en de effectbeoordeling blijkt dat het landgoed slechts beperkt toegankelijk is door middel van één pad en dat in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een padenstructuur met een lengte van 2,4 km. Over het betoog dat het duurzame beheer van landgoed Christinalust al plaatsvindt, merkt de Afdeling op dat in paragraaf 3.3 van de plantoelichting is vermeld dat de initiatiefnemers willen zorgen voor een duurzaam voortbestaan van het landgoed, zodat het in goede staat en toekomstbestendig kan worden doorgegeven aan volgende generaties. Voor zover Landgoed Het Stroot B.V. stelt dat het herstellen van de verschillende cultuurhistorische aspecten en het creëren van werkgelegenheid van gering belang zijn, worden - zoals hiervoor onder 16.2 is overwogen - ook andere investeringen ten behoeve van het publieke belang gedaan. De betogen slagen niet. Planregeling natuurgraven
- Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad de artikelen 4.4.1, aanhef en onder i en j, en 4.5.1, onder d, van de planregels aangepast en het Werkprotocol Begraven als bijlage 4 bij de planregels gevoegd. De Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. zijn in hun zienswijzen niet hierop ingegaan. De Afdeling leidt hieruit af dat zij op dit punt kunnen instemmen met het herstelbesluit. Zoals in de tussenuitspraak onder 11.4 en 23 is overwogen, dient de Afdeling nog een oordeel te geven over de beroepsgronden over het aantal natuurgraven en de spreiding van de graven binnen het plangebied. 17.
- Volgens de Stichting en Landgoed Het Stroot B.V. moet een grens worden gesteld aan het aantal natuurgraven dat gebruikt mag worden. Landgoed Het Stroot B.V. stelt dat in het plan weliswaar is geregeld dat 10% van de gronden met de functieaanduiding "begraafplaats" voor de natuurbegraafplaats mogen worden gebruikt, maar dat onduidelijk is hoeveel natuurgraven feitelijk zullen worden gerealiseerd nu het de vraag is hoeveel ruimte een natuurgraf precies inneemt. De Stichting en de Vereniging betogen verder dat het plan geen waarborgen bevat voor de spreiding van het gemaximeerde aantal graven binnen het plangebied. Volgens de Vereniging is het niet uitgesloten dat het maximaal aantal begravingen per jaar wordt geconcentreerd in één bepaald deel van het plangebied, wat leidt tot verzuring van de gevoelige natuur. In dat kader wijst de Stichting erop dat in het plan moet worden vastgelegd hoeveel natuurgraven per hectare per jaar mogen worden aangelegd, zodat de gemeente voldoende handhavingsmiddelen heeft. 17.
- Uit artikel 4.4.1, aanhef en onder c, van de planregels volgt dat maximaal 10% van de gronden met de functieaanduiding "begraafplaats" voor de realisatie van natuurgraven mogen worden gebruikt. Uit artikel 4.4.4 van de planregels volgt dat ter plaatse van de functieaanduiding "begraafplaats" maximaal 350 graven per jaar mogen worden gerealiseerd. In artikel 4.4.1, aanhef en onder i, van de planregels is geregeld dat tot een strijdig gebruik van de gronden met de bestemming "Natuur" wordt gerekend het graven van natuurgraven binnen de functieaanduiding "begraafplaats" als dit plaatsvindt in afwijking van het bepaalde in paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 van het Werkprotocol Begraven. Uit artikel 4.5.1, onder a, onderdeel 1, in samenhang bezien met het bepaalde onder d, van de planregels volgt daarnaast dat het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem en houtwallen, houtgewas, natuur- en landschapselementen c.q. het rooien van singels op de gronden met de bestemming "Natuur" ten behoeve van het graven van natuurgraven zonder omgevingsvergunning zijn toegestaan, indien en voor zover het graven geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 van het Werkprotocol Begraven en het graven plaatsvindt op gronden gelegen binnen de functieaanduiding "begraafplaats". In paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 van het Werkprotocol Begraven is gewaarborgd dat bij het selecteren van een locatie voor een natuurgraf en het delven daarvan een werkwijze wordt toegepast die is gericht op het beschermen en behouden van natuurwaarden. Uit de Natuurtoets kan worden afgeleid dat bij het werken met de ecologische werkprotocollen, zoals het Werkprotocol Begraven en het inrichtings- en beheerplan, is gewaarborgd dat effecten op flora en fauna zijn uit te sluiten. Gelet op deze conclusie uit de natuurtoets ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad een maximum had moeten verbinden aan het aantal begravingen per hectare per jaar dan wel had moeten vastleggen waar de graven precies komen te liggen. De betogen slagen niet. De afbraak van het ceremoniegebouw
- Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad artikel 3.4.1, aanhef en onder c, van de planregels toegevoegd. Deze bepaling luidt als volgt: "Het gebruik van de bouwwerken ten behoeve van de functie als bedoeld in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan zolang: […] c. de gronden ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' als bedoeld in artikel 4.1.2 lid a in gebruik zijn als natuurbegraafplaats. Uiterlijk één jaar nadat de laatste natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden dienen de bouwwerken als bedoeld in lid 3.1 te zijn geamoveerd." De Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. kunnen zich niet met deze bepaling verenigen en zij voeren het volgende aan.
- De Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. betogen dat ten onrechte niet in het plan is geborgd dat het ceremoniegebouw zal worden afgebroken nadat alle natuurbegrafenissen hebben plaatsgevonden. In artikel 3.4.1, aanhef en onder c, van de planregels is weliswaar geregeld dat uiterlijk één jaar na het plaatsvinden van de laatste natuurbegraafplaats het ceremoniegebouw dient te zijn geamoveerd, maar het is de vraag wanneer de laatste natuurbegraafplaats zal plaatsvinden, nu het aantal graven binnen het plangebied niet is gemaximeerd. Volgens de Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. kan de laatste natuurbegrafenis ‘tot in de eeuwigheid’ worden uitgesteld. 19.
- In zijn nadere stukken heeft de raad toegelicht dat in artikel 3.4.1, aanhef en onder c, van de planregels de voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat de bouwwerken binnen een jaar na de laatste natuurbegrafenis moeten worden geamoveerd. Initiatiefnemers verwachten dat alle natuurbegrafenissen binnen dertig à veertig jaar hebben plaatsgevonden. Na de laatste natuurbegrafenis zal het ceremoniegebouw zijn functie verliezen, nu dit gebouw enkel kan worden gebruikt ten behoeve van de natuurbegraafplaats. Volgens de raad heeft het dan ook geen enkele zin om de laatste natuurbegrafenis uit te stellen. Met de vaststelling van artikel 3.4.1, aanhef en onder c, van de planregels is daarom aan de opdracht in de tussenuitspraak gedaan, zo stelt de raad. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op dit standpunt heeft mogen stellen. Gelet op artikel 3.4.2 van de planregels dat ziet op het strijdige gebruik van de gronden met de bestemming "Maatschappelijk - Begraafplaats " en het bepaalde in artikel 3.4.1, aanhef en onder c, van de planregels heeft de raad ervan kunnen uitgaan dat initiatiefnemers er geen belang bij hebben om de laatste natuurbegrafenis uit te stellen. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in het plan heeft geborgd dat het ceremoniegebouw zal worden afgebroken nadat alle natuurbegrafenissen hebben plaatsgevonden. De betogen slagen niet.
- De Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. betogen daarnaast dat onduidelijk is hoe moet worden vastgesteld dat 10% van de gronden met de functieaanduiding "begraafplaats" wordt gebruikt voor de natuurbegraafplaats. 20.
- De Afdeling overweegt dat de houder van een begraafplaats op grond van artikel 27, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging een grafregister dient bij te houden. Daaruit zal blijken hoeveel natuurgraven zijn gerealiseerd en waar deze graven zich precies bevinden. Het betoog slaagt niet. Bomen
- Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad het inrichtings- en beheerplan gewijzigd door een bomenkaart en een daarbij behorende werkwijze hierin op te nemen. De Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. zijn in hun zienswijzen niet hierop ingegaan. De Afdeling leidt daaruit af dat zij op dit punt kunnen instemmen met het herstelbesluit. Alternatieven en belangenafweging
- Zoals in de tussenuitspraak onder 20 en 23 is overwogen, dient de Afdeling nog een oordeel te geven over de beroepsgronden dat bij de planvaststelling onvoldoende aandacht is besteed aan een alternatieve invulling van het plangebied en dat er geen evenwichtige belangenafweging aan het plan ten grondslag ligt.
- Landgoed Het Stroot B.V. betoogt dat bij de planvaststelling onvoldoende aandacht is besteed aan een alternatieve invulling van het plangebied, zoals een kleinere natuurbegraafplaats met minder wandelpaden. Volgens Landgoed Het Stroot B.V. is dit een reëel alternatief, omdat niet aannemelijk is dat de natuurbegraafplaats waarin het plan voorziet noodzakelijk is voor het genereren van voldoende inkomsten voor de instandhouding van landgoed Christinalust. 23.
- De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat het plangebied een verwaarloosd gebied betreft waaraan hij een impuls wil geven. De raad heeft medegedeeld dat niet voor een kleinere natuurbegraafplaats is gekozen vanwege de maatschappelijke behoefte aan natuurbegraven. Ook heeft de raad van belang geacht dat de ruimtelijke impact van een kleinere begraafplaats vergelijkbaar is met de begraafplaats van de nu voorziene omvang, nu de natuurgraven na een aantal jaar onzichtbaar zullen zijn. De Afdeling is van oordeel dat hieruit blijkt dat de raad het door Landgoed Het Stroot B.V. voorgestelde alternatief heeft betrokken bij de vaststelling van het plan en in redelijkheid dat alternatief heeft kunnen afwijzen. Het betoog slaagt niet.
- De Stichting en Landgoed Het Stroot B.V. betogen dat er geen evenwichtige belangenafweging aan het plan ten grondslag ligt, omdat de raad doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan het financiële belang van initiatiefnemers. Voor zover de raad stelt dat het belang van openbaarheid, het recreatieve medegebruik, het investeren in cultuurhistorische aspecten van landgoed Christinalust en het behouden van de groene zone van beekdalen en landgoederen tussen Hengelo en Enschede in het kader van het algemeen belang hebben meegewogen, stelt Landgoed Het Stroot B.V. dat alle landgoederen rondom Enschede hieraan al voldoen. 24.
- Bij de vaststelling van het plan heeft de raad veel gewicht toegekend aan het belang dat wordt gediend met de natuurbegraafplaats, namelijk het realiseren van een laatste rustplaats waar duurzame aandacht is voor natuurontwikkeling en natuurbehoud. In de "Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen" van november 2018 staat dat het algemeen belang ook wordt gediend met de openbaarheid, het recreatieve medegebruik, de investeringen in cultuurhistorische aspecten en het duurzaam toekomstig behoud van landgoed Christinalust. Uit de stukken blijkt dat de raad het plan heeft vastgesteld met het oog op deze algemene belangen en niet vanwege de wensen of de financiële belangen van de initiatiefnemers. De raad heeft ook andere belangen, zoals de belangen van omwonenden, in zijn besluitvorming betrokken. Uit de "Nota wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Noordwest - Christinalust" volgt bijvoorbeeld dat de raad een nader onderzoek heeft laten uitvoeren naar het natuurgebied "Het Zwarte Ven", dat is neergelegd in de aanvulling op het geohydrologisch onderzoek van 4 april
- Uit deze nota blijkt verder dat artikel 4.4.4 aan de planregels is toegevoegd. Hierin is een maximaal aantal te realiseren graven vastgelegd. Ook is artikel 3.4.2, onder b, van de planregels gewijzigd. Hierin is opgenomen dat tot een strijdig gebruik van de gronden met de bestemming "Maatschappelijk - Begraafplaats" wordt gerekend het houden van conferenties. Gelet hierop ziet de Afdeling in wat de Stichting en Landgoed Het Stroot B.V. hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat aan het plan geen evenwichtige belangenafweging ten grondslag ligt. De betogen slagen niet. Overige beroepsgronden
- Landgoed Het Stroot B.V. betwist de nut en noodzaak van het ceremoniegebouw en vreest dat de hermeandering van de Twekkelerbeek niet zal plaatsvinden. De Vereniging heeft daarnaast gesteld dat het plan voorziet in de mogelijkheid om een terreinscheiding rondom de gronden van het plangebied op te richten, waardoor de migratieroute en rustplekken van de soorten in het NNN worden verstoord. Bovendien is de term "terreinafscheiding" ten onrechte niet in de planregels gedefinieerd. Onder 7.1, 13.1 en 17.1 van de tussenuitspraak is al ingegaan op de beroepsgronden over het nut en de noodzaak van het ceremoniegebouw, de hermeandering van de Twekkelerbeek en de migratie van soorten. De Afdeling overweegt dat zij behalve in uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat de Afdeling uitgaat van de op deze punten in de tussenuitspraak gegeven oordelen.
- Landgoed Het Stroot B.V. heeft in haar zienswijze naast beroepsgronden over de wijze waarop het gebrek is hersteld ook andere, niet eerder aangedragen beroepsgronden aangevoerd. Zo voert zij aan dat het plan tot rechtsongelijkheid leidt, omdat de raad voor de voorziene natuurbegraafplaats allerlei uitzonderingen maakt en dat voor andere ontwikkelingen niet zou doen. Hiermee heeft Landgoed Het Stroot B.V. de beroepsgronden uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden, die niet zien op de wijzigingen in het herstelbesluit. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, alsmede de rechtszekerheid van de andere partijen, kan in het licht van de goede procesorde niet worden aanvaard dat na een tussenuitspraak nieuwe beroepsgronden worden aangevoerd die reeds tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen worden gebracht. Dit betekent dat wat Landgoed Het Stroot B.V. in dit opzicht aanvoert, buiten inhoudelijke bespreking blijft. Conclusie
- De beroepen van de Stichting, de Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. zijn, gelet op de tussenuitspraak, gegrond. Het besluit van 17 december 2018 dient wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb te worden vernietigd. De beroepen van de Stichting, de Vereniging en Landgoed Het Stroot B.V. tegen het herstelbesluit zijn ongegrond.
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van Stichting Natuurbegraafplaats-waaromniet.nl, Vereniging Behoud Twekkelo en Landgoed Het Stroot B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 17 december 2018 gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 17 december 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest - Christinalust"; III. verklaart de beroepen van Stichting Natuurbegraafplaats-waaromniet.nl, Vereniging Behoud Twekkelo en Landgoed Het Stroot B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 21 juni 2021 ongegrond; IV. gelast dat de raad van de gemeente Enschede aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. € 345,00 aan Stichting Natuurbegraafplaats-waaromniet.nl; b. € 345,00 aan Vereniging Behoud Twekkelo; c. € 345,00 aan Landgoed Het Stroot B.V. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. H.C.P. Venema, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 29 december 2021 159-926 BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 3:2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:46 Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Artikel 6:19
- Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. […]. Omgevingsverordening Overijssel 2017 Artikel 2.7.3 [...] Lid 4 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Artikel 2.7.4 Lid 1 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor een relatief grootschalige ingreep of een combinatie van ingrepen binnen het NNN (voorheen EHS) af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3 mits is aangetoond en verzekerd dat: a. er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, b. er geen reële alternatieven zijn, c. voor zover de negatieve effecten ten gevolge van de beoogde activiteit niet kunnen worden voorkomen, deze zo beperkt mogelijk worden gehouden, d. overblijvende optredende schade of negatieve effecten op een toereikende maar tenminste op een gelijkwaardige wijze worden gecompenseerd. Het besluit hiertoe dient tegelijk genomen te worden met het besluit tot wijziging van de bestemming of de regels ter zake het gebruik van de grond. Lid 2 Voor de onderbouwing van het bepaalde in lid 1 sub c en d wordt een compensatieplan vastgesteld. Lid 3 De gemeenteraad is bevoegd om bij vaststelling van een bestemmingsplan voor een combinatie van ruimtelijke ontwikkelingen binnen de NNN (voorheen EHS) door toepassing van de saldobenadering af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.
- Lid 4 De toelichting op het bestemmingsplan, als bedoeld in het derde lid, bevat een (samenhangende) gebiedsvisie waarop de saldobenadering toegepast wordt en beschrijft in ieder geval: a. de omvang van het gebied waarop de gebiedsvisie betrekking heeft; b. de doelen van de gebiedsvisie, in het bijzonder wat betreft de verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) waardoor een beter functionerend natuurnetwerk ontstaat; c. op welke wijze het verlies van ecologische waarden en kenmerkend. én areaal wordt gecompenseerd; d. op welke wijze de uitvoering van de gebiedsvisie is verzekerd. […]. Planregels bij het bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest - Christinalust" Artikel 3.1 De voor "Maatschappelijk - Begraafplaats" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. levenbeschouwelijke doeleinden in de vorm van een ceremonieruimte ten behoeve van de natuurbegraafplaats met bijbehorend kantoor: b. een informatie- en ontvangstruimte met bijbehorende ondergeschikte detailhandel; c. niet zelfstandige horeca; d. inpandige opslag ten behoeve van levenbeschouwelijke doeleinden; e. bouwwerken f. tuinen,erven en verhardingen g. paden en wegen h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen een en ander met bijbehorende voorzieningen waaronder informatieborden, banken e.d. Artikel 3.2.2 Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 7,5 m; d. het bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 550 m². e. de maximale inhoud bedraagt niet meer dan 2500m³. Artikel 3.4.1 Het gebruik van de bouwwerken ten behoeve van de functie als bedoeld in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan zolang: a. de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak met de bestemmingen 'natuur' en 'water' zijn ingericht en in stand worden gehouden overeenkomstig de in bijlage 1 (Inrichtings- en beheerplan, juni 2017) van de Bijlagen bij de regels voorgeschreven inrichting en beheer; […] c. de gronden ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' als bedoeld in artikel 4.1.2 lid a in gebruik zijn als natuurbegraafplaats. Uiterlijk één jaar nadat de laatste natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden dienen de bouwwerken als bedoeld in lid 3.1 te zijn geamoveerd. Artikel 3.4.2 Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het (permanent) bewonen van de ceremonieruimte; b. het houden van conferenties; c. de exploitatie van een winkel,(horeca)bedrijf of seksinrichting; d. het houden van een evenement, behalve meldingsplichtige evenementen die voldoen aan de eisen van de Algemene Plaatselijke Verordening. Artikel 4.4.1 Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: […] c. het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' voor het realiseren van natuurgraven met een gezamelijke oppervlakte van meer dan 10 % van de gronden binnen de desbetreffende aanduiding; het graven van natuurgraven op gronden gelegen buiten de aanduiding 'begraafplaats'. […] i. het graven van natuurgraven binnen de aanduiding 'begraafplaats', indien dit plaatsvindt in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 van het in bijlage 4 van de regels opgenomen Werkprotocol Begraven (gebruik en beheer); j. het houden van een natuurbegraafceremonie binnen de aanduiding 'begraafplaats', indien dit plaatsvindt in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, paragraaf 2.2 van het in bijlage 4 van de regels opgenomen Werkprotocol Begraven (gebruik en beheer) . Artikel 4.4.2 Ter plaatse van de aanduidingen 'parkeerterrein' dient te worden voorzien in minimaal 60 parkeerplaatsen te behoeve van de natuurbegraafplaats en mag in halfverharding worden uitgevoerd conform het Inrichtings- en beheerplan zoals is opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze regels. Artikel 4.4.4 Ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' mogen maximaal 350 graven per jaar gerealiseerd worden. Artikel 4.4.5 Het gebruik van de bouwwerken ten behoeve van de functie als bedoeld in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan zolang: […] d. uiterlijk één jaar nadat de laatste natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden dient de halfverharding van de parkeerterreinen als bedoeld in lid 4.1.2 b te zijn verwijderd. Artikel 4.5.1 a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het rooien en verwijderen/afgraven van bosbodem en houtwallen, houtgewas, natuur- en landschapselementen c.q. het rooien van singels; […] d. de onder a bedoelde verboden zijn ook niet van toepassing op werken en werkzaamheden in de vorm van het graven van natuurgraven, indien en voor zover het graven geschiedt conform hoofdstuk 2 paragrafen 2.1.1 en 2.1.2 van het in bijlage 4 van de regels opgenomen Werkprotocol Begraven (gebruik en beheer) en voor zover het graven plaatsvindt op gronden gelegen binnen de aanduiding 'begraafplaats'. […]. Wet op de lijkbezorging Artikel 27
- De houder van een begraafplaats houdt een register van alle daar begraven lijken, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn. […].