← Nederland

ECLI:NL:RVS:2021:414

202002944/2/A

  1. Datum beslissing: 1 maart 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 april 2020 in zaak nr. 19/3253 in het geding tussen: [appellante] en De Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 april 2020 in zaak nr. 19/
  2. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft een e-mail van een derde aan de Belastingdienst/Toeslagen. Overwegingen
  3. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de e-mail kennis zal nemen.
  4. Het gaat bij een verzoek om beperkte kennisneming niet om openbaarmaking van stukken, maar om de vraag of aan de procespartijen kennisneming van stukken mag worden onthouden. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of gewichtige redenen aanwezig zijn op grond waarvan een uitzondering gerechtvaardigd is op het uitgangspunt van het bestuursrecht dat de rechter recht doet op basis van stukken die aan de procespartijen bekend zijn. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van een of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
  5. In de e-mail aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft de derde verzocht om informatie over eventuele fraude met een huurtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft verzocht om beperkte kennisneming van de e-mail wegens het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de derde.
  6. De e-mail bevat de naam en het adres van de derde. Verstrekking van deze persoonsgegevens aan [appellante] zou het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de derde kunnen schaden. De persoonlijke levenssfeer van de derde kan in dit geval niet worden beschermd door alleen de naam en het adres van de derde in de e-mail onleesbaar te maken. Naar het oordeel van de Afdeling weegt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de derde in dit geval zwaarder dan het belang van [appellante] om van de e-mail kennis te nemen. [appellante] wordt door de beperkte kennisneming niet zodanig in haar belangen geschaad, dat haar belang zwaarder dient te wegen. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier. Het lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2021

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.