202002722/1/A3. Datum uitspraak: 31 maart 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 maart 2020 in zaak nr. 19/3126 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Procesverloop Bij besluit van 3 oktober 2018 heeft het college beslist op het door [appellant] ingediende verzoek om hem op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) informatie te verstrekken. Bij besluit van 16 mei 2019 heeft het college het door [appellant] daartegen besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 maart 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2021, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. A.J.J. van der Vlist en dr. C. van Liere, zijn verschenen. Verder is het Havenbedrijf Rotterdam N.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. A.A. Kleinhout, advocaat te Amsterdam, als derde-belanghebbende verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] is journalist en in die hoedanigheid geïnteresseerd in de buitenlandse activiteiten van het Havenbedrijf Rotterdam, in het bijzonder in de deelneming in het havenproject Kuala Tanjung in Indonesië. Hij heeft daarom een Wob-verzoek ingediend bij het Havenbedrijf Rotterdam (hierna: het Havenbedrijf) dat het verzoek heeft doorgezonden aan het college. Niet in geschil is dat [appellant] nu alleen nog verzoekt om openbaarmaking van de volgende documenten: - Business Case Kuala Tanjung. Port of Rotterdam Authority. Rotterdam - Wouter Demenint 2016; - Kuala Tanjang Port-Industrial Complex. Economic Impact Assessment - Rebel consultant 2017; - Feasibility Study Kuala Tanjung. Pelindo 1 & Port of Rotterdam Authority Joint Venture. Jakarta - Kuala Tanjung Project Organisation (KTPO) 2017; - Kuala Tanjung International Hub Port, Outline Business Case Report. With assistance of Mott Macdonals. KPPIP. Jakarta - KPIPP 2017. Besluitvorming college 2. Het college heeft bij het besluit van 3 oktober 2018 aan [appellant] meegedeeld dat het Havenbedrijf geen bestuursorgaan is als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat om die reden het bij het Havenbedrijf ingediende Wob-verzoek is doorgezonden naar het college. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voor zover de door [appellant] verzochte informatie bij het Havenbedrijf aanwezig is, het Havenbedrijf niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wob. Het college is dan ook niet gehouden de verzochte informatie bij het Havenbedrijf op te vragen. Ter motivering van dit standpunt heeft het college erop gewezen dat het Havenbedrijf een privaatrechtelijk rechtspersoon is. De gemeente Rotterdam is weliswaar meerderheidsaandeelhouder van het Havenbedrijf, maar het enkele feit dat een bestuursorgaan een meerderheidsaandeel in een privaatrechtelijke rechtspersoon heeft, is onvoldoende om aan te nemen dat die rechtspersoon werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Het college heeft op grond van het aandeelhouderschap geen directe invloed en zeggenschap over de operationele en inhoudelijke invulling die het Havenbedrijf aan de bedrijfsvoering geeft, ook als het gaat om deelnemingen. Ook kan volgens het college hij het Havenbedrijf geen aanwijzingen geven, die ertoe strekken dat een deelneming moet worden aangegaan. In het besluit op bezwaar heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, het besluit van 3 oktober 2018 gehandhaafd. Hoger beroep 3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van het college heeft gevolgd, dat het Havenbedrijf niet onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam is, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wob. Hij voert hiervoor aan dat het college opdrachten en aanwijzingen kan geven aan het Havenbedrijf en dat het Havenbedrijf in overwegende mate zich naar die opdrachten of aanwijzingen moet richten. In dit verband wijst [appellant] erop dat de gemeente, dus ook het college, op grond van artikel 25.8 van de statuten van het Havenbedrijf als aandeelhouder een goedkeuringsbevoegdheid heeft in het geval het Havenbedrijf een buitenlandse deelneming wenst aan te gaan. Hieruit blijkt dat er een gezagsverhouding is en dat het college directe zeggenschap heeft. Als de gemeente weigert om akkoord te gaan met een buitenlandse deelneming, dan is dat een opdracht of aanwijzing voor het Havenbedrijf om af te zien van de deelneming. [appellant] wijst er verder op dat uit het door het college opgestelde Beleidskader Verbonden partijen 2014-2018 (hierna: Beleidskader) blijkt dat er toetsingskaders zijn voor buitenlandse investeringen door bedrijven waarvan de gemeente aandeelhouder is. Uit verscheidene passages van dat document blijkt dat het normstellend is en beleidsregels bevat. Het Beleidskader heeft externe werking. Dat betekent dat bedrijven zich aan de toetsingskaders dienen te houden. Ook wijst [appellant] erop dat het document als doel heeft om de zeggenschap van het college over organisaties en bedrijven met een publieke taak veilig te stellen, waarbij veel belang is gehecht aan de goedkeuringsbevoegdheid. Verder wijst [appellant] erop dat een deelneming in een buitenlandse haven moet worden beschouwd als een project op strategisch niveau. [appellant] voert verder aan dat het college politieke verantwoording moet afleggen. Hij voert ten slotte aan dat het tot de publieke taak van het college zou moeten behoren om informatie die bij privaatrechtelijke organisaties berust, daar op te vragen, onder zich te houden en openbaar te maken. Dit past volgens [appellant] ook bij het uitgangspunt van de Wob dat openbaarmaking van documenten in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. Wettelijk kader 4. Artikel 1 van de Wob luidt: "In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.