(1996), waar voor indirecte hinder een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde geldt. Onder voorwaarden kan gebruik gemaakt worden van een bandbreedte tot 65 dB(A). In het akoestisch onderzoek staat op p. 10 over indirecte hinder: "De gevelbelasting veroorzaakt door het verkeer van en naar de inrichting bedraagt op het meest maatgevend punt in de dag-, avond- en nachtperiode maximaal 44, 42 en 36 dB(A). Daarbij wordt voldaan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde die gehanteerd wordt voor indirecte hinder". 7.
- De Afdeling stelt vast dat de geluidsbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking van de ontsluitingsweg voor de woningen aan de Renaissancelaan in het akoestisch onderzoek niet is onderzocht. Naast de geluidsbelasting vanwege het parkeerterrein van het Archeon, is alleen de geluidsbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking vanwege het verkeer van en naar dit parkeerterrein op de Archeonlaan als indirecte hinder onderzocht. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Het betoog slaagt. 7.
- De raad heeft bij het verweerschrift alsnog de Aanvullende berekening bestemmingsplan entree Archeon van de Omgevingsdienst Midden-Holland van 9 januari 2020 (hierna: de aanvullende berekening) overgelegd, waarin de uitkomsten van een akoestisch onderzoek naar de gevolgen van de ontsluitingsweg voor de geluidsbelasting voor de woningen aan de Renaissancelaan zijn vermeld. [appellante] heeft hierop gereageerd. Met het oog op finale geschilbeslechting zal de Afdeling beoordelen of het standpunt van de raad over de geluidbelasting bij de woning van [appellante] standhoudt. In de aanvullende berekening is de voorkeursgrenswaarde op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen van 48 dB (op grond van artikel 82, eerste lid, van de Wet geluidhinder) als toetsingskader gebruikt. Voor de aanvullende berekening is gebruik gemaakt van het model dat is gebruikt voor het akoestisch onderzoek naar de nieuwe ontsluitingsweg. Voor de intensiteit op de Renaissancelaan is uitgegaan van een worst case intensiteit van 1.200 mvt/etm. Omdat de aanvullende berekening is gebaseerd op de worst case verkeersintensiteit op de Renaissancelaan van 1.200 mvt/etm en de Afdeling hiervoor onder 6.2 al heeft overwogen dat het besluit tot vaststelling van het plan met betrekking tot de verkeersintensiteit niet berust op een deugdelijke motivering, voorziet ook de aanvullende berekening in zoverre niet in een deugdelijke motivering. Parkeren
- [appellante] betoogt dat de raad de toename van de parkeerdruk op de Renaissancelaan als gevolg van de nieuwe ontsluitingsweg onvoldoende heeft betrokken bij de vaststelling van het plan. [appellante] vreest dat bezoekers van Archeon op de Renaissancelaan zullen parkeren, omdat het daar gratis is. De raad heeft volgens [appellante] ten onrechte niet gewaarborgd dat de parkeerdruk aan de Renaissancelaan niet zal toenemen. Bovendien heeft de raad geen parkeerdrukmeting laten uitvoeren. 8.
- De raad stelt zich op het standpunt dat het nieuwe parkeerterrein voldoende parkeerruimte biedt bij reguliere dagen. Bij piekdagen kan de parkeerdruk volgens de raad worden opgevangen met het parkeren langs de Archeonlaan en op De Schans. Verder stelt de raad dat het parkeren van bezoekers van het Archeon in de wijk niet in een bestemmingsplan te regelen is, maar dat overlast als gevolg van parkeren wel de aandacht heeft. Dit zal in de nieuwe situatie worden gemonitord. 8.
- In de plantoelichting staat dat het huidige parkeerterrein plaats biedt aan 260 auto’s (120 verharde en 140 halfverharde parkeerplekken) en het overloopgrasveld voor piekdagen plaats biedt aan 220 auto’s (in totaal 480 auto’s). Vanwege de stapsgewijze groei naar 500.000 bezoekers moeten op termijn op normale dagen ruim 430 auto’s, op piekdagen 750 en tijdens evenementen en festivals 1250 auto’s kunnen parkeren. Het parkeerterrein wordt uitgebreid tot 480 parkeerplaatsen. Ook kan de Archeonlaan worden versmald, zodat nog 120 plekken kunnen worden aangelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat het in het plan genoemde aantal van 600 parkeerplaatsen op het parkeerterrein kan worden aangelegd en dat dit aantal parkeerplaatsen in de parkeerbehoefte op reguliere dagen kan voorzien. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of desondanks in de omgeving van Archeon parkeerhinder als gevolg van het plan zal ontstaan. In het ontbreken van een parkeerdrukmeting ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad het bestemmingsplan in strijd met de zorgvuldigheid heeft vastgesteld. De wijk Burggooi is nog in aanbouw, zodat een parkeerdrukmeting geen inzicht zou hebben gegeven in de mogelijk te verwachten parkeerhinder. In de plantoelichting staat dat de overloop in de komende jaren kan worden opgevangen op bedrijventerrein De Schans. Volgens de toelichting zal dit gaandeweg minder worden, omdat daar bebouwing wordt toegevoegd. Ter zitting heeft de raad nader toegelicht dat de gemeente bij evenementen en festivals in overleg zal treden met Archeon om eventuele hinder te voorkomen en de raad daartoe voorzieningen zal treffen, waaronder de inzet van bussen vanaf het station. Voor zover [appellante] wijst op mogelijke parkeerhinder in de Renaissancelaan doordat bezoekers van Archeon op de Renaissancelaan zullen parkeren vanwege het gratis parkeren, heeft de raad ter zitting nader toegelicht dat het parkeren van bezoekers in de wijk niet volledig te voorkomen is. De raad stelt dat overlast als gevolg van parkeren wel de aandacht heeft en in de nieuwe situatie zal worden gemonitord. De raad heeft verklaard bereid te zijn om - indien nodig - passende maatregelen te treffen om hinder als gevolg van het parkeren van bezoekers te voorkomen, zoals het invoeren van bewonersparkeren of een blauwe zone. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten gevolge van dit plan geen onaanvaardbare parkeerhinder zal ontstaan. Ook acht de Afdeling van belang dat bezoekers van het Archeon ook nu al op de Renaissancelaan kunnen parkeren om vervolgens via de aanwezige fietsbruggen naar het Archeon te lopen. In de omstandigheid dat genoemde maatregelen niet in het bestemmingsplan zijn gewaarborgd, ziet de Afdeling geen grond voor een ander oordeel. Voor dergelijke maatregelen moeten verkeersbesluiten worden genomen. De raad heeft toegezegd dat deze worden genomen indien dat nodig blijkt. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het betoog slaagt niet. Bestuurlijke lus
- Op grond van artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. 9.
- Gelet op wat onder 6.2, 7.3 en 7.4 is overwogen, is het besluit van 17 oktober 2019 genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling het college op de voet van artikel 8:51d van de Awb opdragen om het gebrek in het besluit van 17 oktober 2019 binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak te herstellen. Het gaat daarbij concreet om de gebreken die zijn geconstateerd in overwegingen 6.2, 7.3 en 7.
- De raad moet daartoe, met inachtneming van wat in die overwegingen is vermeld, ofwel het bestemmingsplan alsnog deugdelijk motiveren, dan wel een ander besluit nemen. De raad hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd besluit niet opnieuw afdeling 3.4 van de Awb toe te passen. De raad moet een eventueel gewijzigd besluit wel op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendmaken en meedelen. Proceskosten
- In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. draagt de raad van gemeente Alphen aan den Rijn op: - om binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de in de overwegingen 6.2 en 7.3 geconstateerde gebreken, met inachtneming van hetgeen in overweging 7.4 is overwogen, te herstellen; - de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en een nieuw of gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2021 270-964.