(1993)uit ten hoogste milieucategorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 3.2.1 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen per bouwperceel niet meer bedraagt dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' de goothoogte van gebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan aangegeven; d. bedrijfsgebouwen evenwijdig aan de zijdelingse bestemmingsgrens worden gebouwd; e. gebouwen, met uitzondering van bijgebouwen, dienen te worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling minimaal 25 graden bedraagt; f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' één bedrijfswoning is toegestaan; g. de inhoud van een bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 750 m3; h. bij een bedrijfswoning bijgebouwen en overkappingen mogen worden opgericht, waarbij:
- de maximale gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m2;
- de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen;
- de bebouwing minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd;
- de bebouwing op maximaal 50 m van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd. 3.2.2 Andere bouwwerken, geen overkappingen zijnde de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan: a. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; b. 5 m voor overige andere bouwwerken, geen overkappingen zijnde. 3.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder h, sub 1 ten behoeve een grotere oppervlakte aan bijgebouwen onder de voorwaarde dat: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 75 m2; b. de bijgebouwen vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar zijn dan wel op andere wijze in het landschap zijn ingepast. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 . Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijf toegestaan. 3.4.2 . Het in lid 3.1 genoemde bedrijfsmatige gebruik is uitsluitend toegestaan, indien uiterlijk 2 jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, passende gebiedseigen opgaande beplanting in de gehele bestemming 'Groen' is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 ten behoeve van: a. het toestaan van bedrijfsactiviteiten die niet genoemd zijn in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels, indien de betreffende bedrijven voor wat betreft milieuplanologische hinder, naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën; b. het toestaan van bedrijfsactiviteiten met milieucategorie 3 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels, indien de betreffende bedrijven naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën.