(2005). Het college heeft in het besluit van 13 december 2018 beschreven hoe toepassing is gegeven aan het beleid en de BBT-informatiedocumenten. De in paragraaf 6.11 van de watervergunning beschreven als BBT aangemerkte maatregelen zijn erop gericht om emissie van PFOS zo veel mogelijk te voorkomen en te minimaliseren op een haalbare en betaalbare manier. Zo worden de meest verontreinigde partijen grond die vanwege de PFOS-waarde niet geschikt zijn voor hergebruik afgedekt met folie, zijn er slibvangputten en is er een adequaat depotbeheer, zoals het niet storten van af te dekken partijen grond bij hevige neerslag, het voorkomen van verspreiding van grond door het wassen van banden van vrachtwagens en het voorkomen van verstuiving. Het college heeft vervolgens bepaald in hoeverre het in de bergingskelder opgevangen hemelwater na toepassing van deze BBT dan nog PFOS kan bevatten. Omdat hemelwater zelf ook PFOS kan bevatten als gevolg van emissies naar de lucht, heeft het college conform de BBT-informatiedocumenten 'Nota Lozingseisen WVO' en het 'Handboek immissietoets' voorgeschreven dat alleen een gehalte mag worden geloosd dat het bereiken van de waterkwaliteitsdoelstelling uit de BKMW 2009 van 0,00065 µg/l niet belemmert. Door de lozing tijdelijk te vergunnen tot 1 januari 2024 heeft het college verder invulling gegeven aan de continue verbeterplicht. De Afdeling ziet in wat RichPort en andere hebben aangevoerd, geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college het beleid en de BBT-informatiedocumenten niet op juiste wijze heeft toegepast. Ook bestaat geen grond voor het oordeel dat het college bij de bepaling van de aan de vergunning te verbinden lozingsnorm de in het BKMW 2009 gestelde waterkwaliteitseisen voor oppervlaktewater niet als uitgangspunt heeft mogen nemen. Niet in geschil is dat het aanwezige PFOS-gehalte in de poldersloot veel hoger is dan het in de BKMW 2009 gestelde doel van 0,00065 µg/l en dat de lozingsnorm van 0,1 µg/l in zoverre geen waarneembare verslechtering van de waterkwaliteit zal opleveren. Gelet daarop valt niet in te zien dat het college van Schiphol Nederland aanvullende maatregelen had moeten verlangen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, bestaat geen grond voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vergunningverlening verenigbaar is met de doelstellingen uit artikel 2.1 van de Waterwet. Het betoog slaagt niet. 7.
- De door RichPort en andere in beroep aangevoerde gronden leiden gelet op het voorgaande niet tot vernietiging van het besluit op bezwaar van 29 mei
- Conclusie
- Uit het voorgaande volgt dat RichPort en andere hun betoog in hoger beroep terecht hebben voorgedragen, maar dat dat niet leidt tot het daarmee beoogde resultaat, omdat de beslissing van de rechtbank juist is. De rechtbank heeft het beroep, zij het op onjuiste gronden, terecht ongegrond verklaard.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet, met verbetering van de gronden waarop deze rust, worden bevestigd.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzitter, en mr. J. Gundelach en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier. w.g. Van Ravels voorzitter De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2022 604 BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:69a De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Waterwet Artikel 2.1 van de Waterwet:
- De toepassing van deze wet is gericht op: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
- De toepassing van deze wet is mede gericht op andere doelstellingen dan genoemd in het eerste lid, voor zover dat elders in deze wet is bepaald. Artikel 6.1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: lozen: brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam […]; […] stoffen: afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen; […]. Artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onder a Het is verboden om stoffen te brengen in een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door Onze Minister of, ten aanzien van regionale wateren, het bestuur van het betrokken waterschap; Artikel 6.21 Een vergunning wordt geweigerd, voor zover verlening daarvan niet verenigbaar is met de doelstellingen in artikel 2.1 of de belangen, bedoeld in artikel 6.
- Artikel 6.26
- Op vergunningen voor het lozen […] zijn de volgende bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing: a. 2.14, eerste lid en derde tot en met zesde lid, […]. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Artikel 1.1
- In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: […] beste beschikbare technieken: voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld; […]. Artikel 2.14
- Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e: […] c. neemt het bevoegd gezag bij die beslissing in ieder geval in acht: 1°. dat de inrichting of het mijnbouwwerk ten minste de voor de inrichting of het mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden toegepast; 2˚. de voor de onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting of het mijnbouwwerk gevolgen kan hebben, geldende grenswaarden, voor zover de verplichting tot het in acht nemen daarvan is vastgelegd krachtens of overeenkomstig artikel 5.2 van de Wet milieubeheer, is vastgelegd in of krachtens artikel 5.16 van die wet, dan wel voor zover het inrichtingen betreft voortvloeit uit de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, 64, 65 of 66 van de Wet geluidhinder; […].
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de voor een inrichting of mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden bepaald. […]. Besluit omgevingsrecht Artikel 5.4
- Het bevoegd gezag houdt bij de bepaling van de […] met betrekking tot een lozing in aanmerking komende beste beschikbare technieken rekening met BBT-conclusies en bij ministeriële regeling aangewezen informatiedocumenten over beste beschikbare technieken.
- Indien op een activiteit of op een type productieproces binnen de inrichting, waarvoor een vergunning is aangevraagd, geen BBT-conclusies of informatiedocumenten als bedoeld in het eerste lid van toepassing zijn, […], stelt het bevoegd gezag de beste beschikbare technieken vast. Regeling omgevingsrecht Artikel 9.2 Het bevoegd gezag, dan wel, in gevallen waarin een vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet is aangevraagd, het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen, houdt bij de bepaling van de […] met betrekking tot een lozing in aanmerking komende beste beschikbare technieken en monitoringeisen rekening met de relevante BBT-conclusies en Nederlandse informatiedocumenten over beste beschikbare technieken, die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage. Bijlage: Nederlandse informatiedocumenten over BBT Naam document jaartal […] […] Algemene beoordelingsMethodiek 2016 maart 2016 […] Handboek Immissietoets 2019 oktober 2019 […] Lozingseisen Wvo-vergunningen november 2005