(1967)is te zien (7 jaar in het jaar 1974/1975) en niets over een geboortedag en geboortemaand. Ook zijn een naam van een vader en een grootvader "[naam 3]" vermeld maar niet de naam [naam 2] zoals vermeld in de tazkera van
- Daarnaast heeft het college erop gewezen dat onduidelijkheid over de vaststelling van de identiteit en hoe is overgegaan tot afgifte ook mede is ingegeven door eerdere verklaringen van [appellante] zelf en de Afghaanse autoriteiten. Volgens een eerdere verklaring van de Afghaanse autoriteiten uit 2007 was haar achternaam '[achternaam 1]" en haar geboortedatum "[geboortedatum] 1973". In haar paspoort van 2012 stonden als achternaam en geboortedatum "[naam 3]" en "[geboortedatum] 1973". Met de hand was op het paspoort geschreven dat haar achternaam en geboortedatum "[achternaam 1]" en "[geboortedatum] 1967’ zijn. Volgens een verklaring van de Afghaanse ambassade van 18 februari 2013 luiden de achternaam en het geboortejaar "[achternaam 2]" en "1967’ (geen dag of maand). In het Afghaanse paspoort van 9 december 2015 staan als achternaam en geboortedatum ‘[achternaam 2]" en "[geboortedatum] 1967". 12.
- Tegen de concrete onderbouwing van het college dat onduidelijk is hoe de Afghaanse autoriteiten de identiteit van [appellante] hebben vastgesteld en zijn overgegaan tot afgifte heeft zij het volgende ingebracht. Onder verwijzing naar een e-mail van de Afghaanse ambassade van 16 november 2018 en het ambtsbericht betoogt zij dat onjuiste persoonsgegevens in de tazkera van 1975 terecht zijn gekomen. Uit de e-mail en landeninformatie blijkt dat administratieve onzorgvuldigheden bij tazkera’s voorkomen, leeftijden in voorkomende gevallen worden geschat, namen afwijkend worden geschreven en dat verzocht kan worden om een nieuwe tazkera. Dit kan door een aanvraag in te dienen bij de Afghaanse ambassade die de aanvraag doorstuurt naar de National Statistics and Information Authority (hierna: NSIA) die de database van de General Directorate of Civil Registration and Vital Statistics raadplegen om de identiteit vast te stellen. De gegevens in de database van de NSIA zijn gebaseerd op het Population Registration Department. Op het uittreksel daarvan staan alleen de voornaam en het geboortejaar vermeld en niet de achternaam, geboortedag en geboortemaand. [appellante] betoogt dat het niet gebruikelijk is om een geboortedag op te nemen en leeftijden vaak worden geschat. Over het ontbreken op het uittreksel van het register van het Population Registration Department van de achternaam, betoogt [appellante] dat de achternaam van haar grootvader wel vermeld staat en het gebruikelijk is dat kleinkinderen de achternaam overnemen van de grootvader aangevuld met de letter i en Afghaanse namen op verschillende manieren vertaald kunnen worden. Afghanistan kent geen traditie van het gebruiken van achternamen op de tazkera. 12.
- [appellante] heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft onder verwijzing naar e-mails en verklaringen van de Afghaanse ambassade en landeninformatie uit het ambtsbericht laten zien hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Maar daaruit blijkt dat alleen het gestelde geboortejaar is te herleiden tot het uittreksel van het register van het Population Registration Department. Over de exacte geboortedag, geboortemaand en achternaam blijft onduidelijkheid bestaan, zoals ook de rechtbank heeft overwogen. Op grond van het dossier kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de achternaam, geboortedag en geboortemaand op de tazkera van 5 november 2012 zijn gebaseerd op een verklaring van [appellante] zelf. Dat onduidelijkheid blijft bestaan komt niet alleen door administratieve onzorgvuldigheden van de Afghaanse autoriteiten, tegenstrijdige gegevens op de twee paspoorten en tegenstrijdige verklaringen van de Afghaanse ambassade, maar ook door tegenstrijdige verklaringen en verzoeken van [appellante] zelf. Zij heeft zelf bij verschillende wijzigingsverzoeken ook verschillende spellingen van haar achternaam en verschillende geboortedagen, geboortemaanden en geboortejaren doorgegeven. Zij heeft eerst in het kader van de Ranov-regeling verzocht haar voor- en achternaam en geboortedatum te wijzigen in [naam 3], geboren op [geboortedatum]
- Op 14 juni 2012 wilde [appellante] haar persoonsgegevens wijzigen in [naam 4], geboren op [geboortedatum]
- In deze hogerberoepsprocedure wil zij haar persoonsgegevens wijzigen in [naam 2], geboren op [geboortedatum]
- 12.
- De conclusie is dat de tazkera van 5 november 2012 wel een brondocument is, maar de daarin vermelde feiten niet voor verwerking in de brp in aanmerking komen. Wat hiervoor is geoordeeld en overwogen over de onduidelijkheden over de vaststelling door de Afghaanse autoriteiten van de identiteit van [appellante] en de afgifte raakt bovendien ook aan het antwoord op de vraag of het verband kan worden gelegd tussen [appellante] en de overgelegde brondocumenten.
- Wat hiervoor is geconcludeerd geldt ook voor het Afghaanse paspoort van 9 december
- Niet in geschil is dat dit paspoort is gebaseerd op de tazkera van 5 november 2012 waarvan is gebleken dat voor afgifte daarvan geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Gelet hierop gaat het bewijsvermoeden dat in beginsel van de juistheid van de gegevens in een door de bevoegde autoriteit afgegeven paspoort moet worden uitgegaan in dit geval niet op.
- Uit de overgelegde brondocumenten en nadere bewijsmiddelen volgt daarom niet buiten redelijke twijfel dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Het betoog faalt. De belangenafweging
- In geschil is ten slotte of [appellante] terecht betoogt dat het college in strijd met artikel 8 van het EVRM geen belangenafweging heeft gemaakt. Er had volgens haar een belangenafweging in haar voordeel gemaakt moeten worden.
- Het college heeft niet in strijd gehandeld met artikel 8 van het EVRM. Hierbij is van belang dat de door [appellante] overgelegde stukken de stelling dat zij de gestelde persoon is weliswaar in enige mate ondersteunen, maar dat deze, gelet op wat onder 12.4 en 13 is overwogen, niet tot de conclusie leiden dat de in de brp geregistreerde gegevens onjuist zijn. Het college hoefde er dus niet vanuit te gaan dat [appellante] de gestelde persoon is. Gelet hierop hoefde het college geen belangenafweging te maken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:435). Het betoog faalt. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank van 12 maart 2021 wordt bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. J.TH. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier. w.g. Bijloos voorzitter w.g. Van Leeuwen griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2022 373-898 BIJLAGE Wet basisregistratie personen Artikel 2.7
- In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen: a. algemene gegevens: 1° gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht, de ouders, het huwelijk, dan wel geregistreerd partnerschap en eerdere huwelijken of eerder geregistreerde partnerschappen, de echtgenoot dan wel geregistreerd partner en eerdere echtgenoten of geregistreerde partners, de kinderen en het overlijden; [...] Artikel 2.8 [...]
- De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e: a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand; b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan; c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld; e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend. [...] Artikel 2.10 [...] Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, alsmede artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten. [...] Artikel 2.58
- Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen.
- Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling [artikelen 2.1-2.61]. […]