(10m)zal slechts een beperkt aantal bomen gekapt worden. Verder heeft de raad er ter zitting op gewezen dat in het bestemmingsplan "Eelink 2012" ook bouwmogelijkheden waren opgenomen binnen het agrarisch bouwvlak en dat de in dat plan voorziene opening in de houtwal weliswaar op een grotere afstand van de woningen van [verzoekers] was voorzien maar wel in een grotere doorbreking van de coulisse voorzag. 4.
- Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad aan het wijzigen van de bestemming "Agrarisch" naar "Wonen" een voldoende deugdelijke ruimtelijke onderbouwing ten grondslag gelegd. In het door [verzoekers] aangevoerde ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat de raad zonder meer aan de genoemde kwaliteiten is voorbij gegaan en niet op zorgvuldige wijze heeft meegewogen. Daarbij is van belang dat de beeldbepalende boerderij zal blijven bestaan, dat aan de beek bescherming is toegekend terwijl daaraan in het tot nu toe geldende bestemmingsplan geen bijzondere waarden zijn toegekend en dat in dat plan op een deel van de gronden ook, zij het agrarische, bebouwing tot de mogelijkheden behoorde. Mede gelet hierop en op de voormelde toelichting van de raad ziet de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding voor de conclusie dat het plan in dit opzicht niet in stand zal kunnen blijven.
- Voor zover [verzoekers] betogen dat onvoldoende rekening is gehouden met de flora en fauna ter plaatse wijst de voorzieningenrechter er op dat de vraag of voor de uitvoering van het plan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (hierna: de Ffw) nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, in beginsel pas aan de orde komt in een procedure op grond van de Ffw. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet had mogen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Gelet op de uitkomsten van de "Quick scan natuurtoets Eelink Noord in Winterswijk" van 14 februari 2020, de aanvullende "Aanvullend natuuronderzoek Eelink Noord in Winterswijk" en de toelichting ter zitting van de raad, kon de raad naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter er op voorhand in redelijkheid van uitgaan dat de Ffw niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
- Verder betogen [verzoekers] dat onvoldoende rekening is gehouden met het door hen aangedragen alternatief bij het buurtschap Meddo waar volgens hen aanzienlijk minder bezwaren bestaan tegen de realisering van woningbouw. 6.
- De voorzieningenrechter overweegt dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De raad heeft tijdens de zitting toegelicht dat de door [verzoekers] genoemde locatie niet nader is geconcretiseerd. Bovendien is de in het voorliggende bestemmingsplan voorziene locatie gelegen in de buurt van de kern van Winterswijk terwijl in het buurtschap Meddo geen vergelijkbare voorzieningen aanwezig zijn zodat volgens de raad geen sprake is van een alternatief met aanzienlijk minder bezwaren. Gelet op deze toelichting is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de raad in redelijkheid niet voor de aangedragen alternatieve locatie heeft hoeven kiezen. Conclusie
- Nu de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding ziet voor het oordeel dat de raad het bestemmingsplan niet heeft mogen vaststellen, zal de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening, in aanmerking genomen de belangen die met het plan zijn gediend, afwijzen.
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2022 700