202203765/2/A3. Datum uitspraak: 6 oktober 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, verzoeker, tegen uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 6 mei 2022 in zaak nr. 21/4176 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te Vleuten, gemeente Utrecht, en het college. Openbare zitting gehouden op 6 oktober 2022 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter griffier: mr. L.E.E. Konings Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door mr. E. Chahid en M.T. Puertas; [wederpartij], vergezeld van [gemachtigde]. ==================================== Bij besluit van 28 augustus 2020 heeft het college een verzoek van [wederpartij] om correctie van zijn adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 mei 2022 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld. Tevens heeft het college de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de aangevallen uitspraak. Beslissing De voorzieningenrechter schorst de aangevallen uitspraak totdat op het hoger beroep is beslist. Gronden - Het belang van het college bij het verzoek is het voorkomen dat het in de brp te wijzigen adresgegeven bij een geslaagd hoger beroep binnen korte tijd opnieuw zou moeten worden gewijzigd. Dit zou de betrouwbaarheid van de brp schaden. - Hierbij is van belang dat andere instanties afgaan op de in de brp geregistreerde gegevens, terwijl deze gegevens dus nog onderwerp van beoordeling in hoger beroep zijn. - Als belang van [wederpartij] bij onmiddellijke uitvoering van de rechtbankuitspraak vermeldt hij dat zijn ervaring is dat de gemeente niet doet wat zij zegt. Hij heeft geen vertrouwen in de gemeente. Uitvoering van de rechtbankuitspraak zou voor hem betekenen dat er nu in ieder geval iets gebeurt en dat hij even geen last heeft van de stress die hij al jarenlang ervaart. - Het is voor [wederpartij] naar dat hij langer stress ervaart als het hoger beroep moet worden afgewacht. Maar dit door hem ervaren nadeel is kleiner dan het belang van het college om de bestaande registratie te handhaven totdat op het hoger beroep is beslist. - De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat het college de uitspraak die in hoger beroep zal worden gedaan niet zal naleven. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Konings griffier 978
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.