202104328/1/R4. Datum uitspraak: 26 oktober 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Leusden, en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), en de raad van de gemeente Leusden, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 december 2020 heeft de raad de aanvraag van buurtbewoners van de Doornseweg en de Waterlooweg te Leusden (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]) om een bestemmingswijziging voor het perceel B 765 te Leusden geweigerd. Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend. [partij] en Landgoed Den Treek-Henschoten N.V. hebben gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid een schriftelijke uiteenzetting te geven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 september 2022, waar [appellant] en [appellant A] en de raad, vertegenwoordigd door mr. drs. H.A. Samuels Brusse-van der Linden, advocaat te Baarn, mr. C.A. Lindhout en A.M. Hakvoort-Brouwer, zijn verschenen. Ook is op de zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], als partij gehoord. Landgoed Den Treek-Henschoten N.V., vertegenwoordigd door ing. J.G. van der Linden, heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen. De zaak is ter zitting tegelijkertijd behandeld met zaak nr. 202202531/1/R4. Overwegingen Inleiding 1. Ten zuiden van de Waterlooweg en ten oosten van de Doornseweg te Leusden bevindt zich het perceel B 765 (hierna: het perceel). Dit perceel was in eigendom van Defensie en in gebruik als personeelscamping. Dit perceel is nu in eigendom van Landgoed Den Treek-Henschoten N.V. en in gebruik door [partij] als camping. 2. Voor het perceel geldt de beheersverordening "Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen" (hierna: de beheersverordening) en geldt het besluitvak "Bsp Buurtschappen". Gelet hierop gelden volgens de artikelen 3.1 en 3.2 van de beheersverordening in beginsel de voorschriften en plankaart van het bestemmingsplan "Buurtschappen" uit 2003. Aan het perceel is volgens de plankaart van het bestemmingsplan "Buurtschappen" de bestemming "Bos met meervoudige doelstelling" en de aanduiding "Camping toegestaan" toegekend. 3. Op 19 oktober 2020 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor het verwijderen van de aanduiding "Camping toegestaan" van de plankaart van het bestemmingsplan "Buurtschappen", zodat het perceel niet meer kan worden gebruikt als camping. De raad heeft de aanvraag bij besluit van 10 december 2020 geweigerd en het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar bij besluit van 27 mei 2021 deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. [appellant] vindt dat het besluit van 27 mei 2021 niet in stand kan blijven en hij heeft daarom tegen dit besluit beroep ingesteld. Ontvankelijkheid 4. Het beroep van [appellant] is ingesteld door [appellant], ICTime Consulting & Training B.V., [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F], [appellant G], [appellant H], [appellant I], [appellant J], [appellant K], [appellant L], [appellant M], [appellant A], [appellant N], [appellant O], [appellant P], [appellant Q], [appellant R], [appellant S], [appellant T], [appellant U], [appellant V], [appellant W], [appellant X], [appellant Y], [appellant Z], [appellant AA], [appellant AB], [appellant AC], [appellant AD], [appellant AE], [appellant AF], [appellant AG] en [appellant AH]. Procesbelang 5. Ten tijde van het instellen van beroep woonden [appellant AF], [appellant AG], [appellant T], [appellant U], [appellant N] en [appellant O] aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] te Leusden. Op de zitting is gebleken dat zij hun woningen nadien hebben verkocht en zijn verhuisd. Door deze verhuizingen hebben zij niet langer een belang bij de uitkomst van deze procedure. De conclusie is dat het beroep, voor zover ingesteld door [appellant AF], [appellant AG], [appellant T], [appellant U], [appellant N] en [appellant O], niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Artikel 6:13 van de Awb 6. De raad stelt dat het beroep niet-ontvankelijk is, voor zover dat is ingediend door [appellant J], [appellant K], [appellant K], [appellant M] en [appellant AA]. Zij hebben namelijk geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 10 december 2020, aldus de raad. 6.1. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt: "Geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld." 6.2. De Afdeling stelt vast dat [appellant J], [appellant K], [appellant K], [appellant M] en [appellant AA] geen bezwaar hebben gemaakt tegen het besluit van 10 december 2020. Het is de Afdeling niet gebleken dat dit aan hen redelijkerwijs niet kan worden verweten. Gelet hierop is het beroep van [appellant], voor zover dat is ingesteld door [appellant J], [appellant K], [appellant K], [appellant M] en [appellant AA], niet-ontvankelijk. Belanghebbendheid Toetsingskader 7. In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. Beroep 8. De raad stelt dat het beroep, voor zover dat is ingesteld door [appellant AH], [appellant AD], [appellant AE], [appellant AB] en [appellant AC], niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Deze personen kunnen volgens de raad niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij het bestreden besluit, omdat zij geen gevolgen van enige betekenis van het bestreden besluit zullen ondervinden vanwege de afstand van hun woningen tot het perceel en het ontbreken van zicht daarop. 8.1. [appellant] betoogt dat [appellant AH], [appellant AD], [appellant AE], [appellant AB] en [appellant AC] wel als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, omdat zij overlast ondervinden van de activiteiten op het perceel. In dat verband wijst hij op het verkeer van en naar de camping. Ook wijst hij op de te verlenen horecavergunning en de toekomstige uitbreiding van de camping. Bovendien heeft volgens [appellant] een ieder het recht om voor het belang van de natuur en de houtopstand op te komen en om die reden kan een ieder opkomen tegen een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan om een gebied niet terug te geven aan de natuur. 8.2. [appellant AH], [appellant AD], [appellant AE], [appellant AB], [appellant AC] wonen aan de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6]. Zij zijn geen belanghebbenden bij het indienen van het bezwaar tegen het besluit van 10 december 2020. De Afdeling acht niet aannemelijk dat zij feitelijke gevolgen zullen ondervinden van het besluit tot afwijzing van de aanvraag om een bestemmingswijziging voor het perceel vast te stellen. Zij wonen namelijk op een afstand van ongeveer 170 m van het perceel en zij hebben vanaf hun woningen daar geen zicht op. Ook acht de Afdeling het niet aannemelijk dat ter plaatse van de woningen aan de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] een relevante toename van verkeershinder zal worden ondervonden. Gelet op de ligging van de ontsluiting van het perceel ten opzichte van de woningen aan de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6], zal het verkeer van en naar het perceel ter plaatse van deze woningen al of nog steeds in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen. Daarbij is van belang dat in het heersende verkeersbeeld ook verkeer van en naar de bedrijven die zijn gevestigd aan de Doornseweg, zoals een restaurant, is opgenomen. Voor zover wordt gewezen op de te verlenen horecavergunning en de toekomstige uitbreiding van de camping, merkt de Afdeling op dat deze toekomstige, onzekere ontwikkelingen onvoldoende zijn om belanghebbenden bij het bestreden besluit te kunnen zijn. De conclusie is dat het beroep, voor zover ingesteld door [appellant AH], [appellant AD], [appellant AE], [appellant AB] en [appellant AC], niet-ontvankelijk is. Bezwaar 9. [appellant] betoogt dat de raad ICTime Consulting & Training B.V., [appellant A], [appellant I], [appellant H], [appellant G], [appellant F], [appellant D], [appellant E], [appellant B] en [appellant C] in het besluit van 27 mei 2021 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Deze personen zijn belanghebbenden bij het besluit van 10 december 2020 en het bezwaar tegen dat besluit was daarom wel ontvankelijk. Volgens [appellant] heeft een ieder het recht om voor het belang van de natuur en de houtopstand op te komen en om die reden kan een ieder opkomen tegen een onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan om een gebied niet terug te geven aan de natuur. Daarnaast wijst [appellant] erop dat de genoemde personen als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, omdat zij overlast ondervinden van de activiteiten op het perceel. In dat verband wijst hij op het verkeer van en naar de camping. Ook wijst hij op de te verlenen horecavergunning en de toekomstige uitbreiding van de camping. 9.1. In het besluit van 27 mei 2021 heeft de raad het bezwaar van [appellant], voor zover dat is ingediend door ICTime Consulting & Training B.V., [appellant A], [appellant I], [appellant H], [appellant G], [appellant F], [appellant D], [appellant E], [appellant B] en [appellant C], niet ontvankelijk verklaard. Voor zover [appellant] heeft betoogd dat deze (rechts)personen belanghebbenden bij het besluit van 10 december 2020 zijn en het bezwaar tegen dat besluit daarom ontvankelijk was, overweegt de Afdeling als volgt. - ICTime Consulting & Training B.V. 9.2. Uit artikel 2 van de statuten volgt dat ICTime Consulting & Training B.V. is gevestigd te Oegstgeest. Uit artikel 3 van de statuten volgt dat deze B.V. onder meer ten doel heeft het vestigen c.q. afsluiten van stamrechten, lijfrentes en kapitaalverzekeringen en het geven van adviezen en het verlenen van diensten op het gebied van productiviteitsverbetering mede door het gebruik van ICT. Gelet hierop is sprake van een te ver verwijderd verband tussen het belang van ICTime Consulting & Training B.V. en het besluit van 10 december 2020 waarin is geweigerd de bestemming voor het perceel te wijzigen. Het belang van ICTime Consulting & Training B.V. is niet rechtstreeks betrokken bij het besluit van 10 december 2020 en zij is daarom geen belanghebbende bij dat besluit. De conclusie is dat de raad het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 10 december 2020, voor zover dat is ingediend door ICTime Consulting & Training B.V., terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het betoog slaagt niet. - [appellant A] 9.3. [appellant A] woont aan de [locatie 7] te Oegstgeest. De Afdeling acht niet aannemelijk dat hij feitelijke gevolgen zal ondervinden van het besluit van 10 december 2020 waarin is geweigerd de bestemming voor het perceel te wijzigen. [appellant A] woont namelijk op een afstand van, hemelsbreed, ongeveer 60 km van het perceel. De omstandigheden die [appellant A] op de zitting heeft genoemd waarom hij meent belanghebbende te zijn bij het besluit van 10 december 2020, zoals de omstandigheid dat hij als vrijwilliger helpt bij het beheer van het bos in het gebied en dat hij met andere buurtbewoners geniet van de natuur, zijn belangen die zich onvoldoende onderscheiden van de belangen van willekeurige anderen en zijn daarom geen persoonlijke belangen. Gelet op het voorgaande is [appellant A] geen belanghebbende bij het besluit van 10 december 2020. De conclusie is dat de raad het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 10 december 2020, voor zover dat is ingediend door [appellant A], terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het betoog slaagt niet. - [appellant I], [appellant H], [appellant G], [appellant F], [appellant D], [appellant E], [appellant B] en [appellant C] 9.4. [appellant I], [appellant H], [appellant G], [appellant F], [appellant D], [appellant E], [appellant B] en [appellant C] wonen aan de [locatie 8], [locatie 9], [locatie 10], [locatie 11] en [locatie 12]. De Afdeling acht niet aannemelijk dat zij feitelijke gevolgen zullen ondervinden van het besluit van 10 december 2020 waarin is geweigerd de bestemming voor het perceel te wijzigen. Zij wonen namelijk op een afstand van ongeveer 300 m van het perceel en zij hebben vanaf hun woningen daar geen zicht op. Ook acht de Afdeling het niet aannemelijk dat ter plaatse van de woningen aan de [locatie 8], [locatie 9], [locatie 10], [locatie 11] en [locatie 12] een relevante toename van verkeershinder zal worden ondervonden. Gelet op de ligging van de ontsluiting van het perceel ten opzichte van de woningen aan de [locatie 8], [locatie 9], [locatie 10], [locatie 11] en [locatie 12], zal het verkeer van en naar het perceel ter plaatse van deze woningen al of nog steeds in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen. Daarbij is van belang dat in het heersende verkeersbeeld ook verkeer van en naar de bedrijven die zijn gevestigd aan de Waterlooweg, zoals een manege, is opgenomen. Voor zover wordt gewezen op de te verlenen horecavergunning en de toekomstige uitbreiding van de camping, merkt de Afdeling op dat deze toekomstige, onzekere ontwikkelingen onvoldoende zijn om belanghebbenden bij het bestreden besluit te kunnen zijn. Gelet op het voorgaande zijn [appellant I], [appellant H], [appellant G], [appellant F], [appellant D], [appellant E], [appellant B] en [appellant C] geen belanghebbenden bij het besluit van 10 december 2020. De conclusie is dat de raad het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 10 december 2020, voor zover dat is ingediend door deze personen, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het betoog slaagt niet. Inhoudelijk Toetsingskader 10. Bij het besluit over de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsruimte en moet hij de betrokken belangen afwegen. De Afdeling maakt die belangenafweging niet zelf, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Relevante planregels en voorschriften 11. Artikel 3.1 van de planregels van de beheersverordening luidt: "Op de onderhavige beheersverordening 'Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen' zijn: de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.