(18)" gewijzigd in "de hiervoor onder (30, lid 2)"; - bijlage 6 "Monitoringsplan uitbreiding meetnet Sigrano" van 15 juli 2008 is toegevoegd; - bijlage 7 "Uitwerking Meet- en Regelsysteem, jaarrapport 2017" van 29 maart 2018 en "Effectanalyse ecologie bronveengebied Rode Beek (Brunssummerheide) 2008-2017" van 6 maart 2018 is toegevoegd.
- Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben." Op grond van deze bepaling heeft het beroep van de stichting en het bewonerscollectief van rechtswege mede betrekking op het herstelbesluit.
- De stichting en het bewonerscollectief richten zich in de zienswijze niet tegen de onder 8 genoemde wijzigingen en aanvullingen. De Afdeling leidt hieruit af dat zij geen bezwaren hebben tegen deze wijzigingen en aanvullingen. Ter zitting hebben zij dat bevestigd.
- De stichting en het bewonerscollectief hebben over het herstelbesluit in de zienswijze aangevoerd dat dit besluit evenals het oorspronkelijke besluit gebaseerd is op het PAS en dat dat deel van het besluit ten onrechte niet is gewijzigd. De Afdeling overweegt dat de opdracht in de tussenuitspraak niet inhield dat het gebrek dat betrekking heeft op het PAS moest worden hersteld. Daarover heeft de Afdeling in de tussenuitspraak geoordeeld dat zij aanleiding ziet voor het in stand laten van de rechtsgevolgen. Conclusie Wnb-vergunning en -ontheffing
- In wat de stichting en het bewonerscollectief hebben aangevoerd ziet de Afdeling gelet op wat onder 25.3 tot en met 25.5 van de tussenuitspraak is overwogen aanleiding voor het oordeel dat het besluit tot verlening van de Wnb-vergunning en -ontheffing van 18 december 2018 is genomen in strijd met artikel 2.8, derde lid, van de Wnb. Daarnaast is dat besluit, gelet op wat onder 28.3 en 28.4 van de tussenuitspraak is overwogen, genomen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep van de stichting en het bewonerscollectief, voor zover het is gericht tegen het besluit tot verlening van de Wnb-vergunning en -ontheffing van 18 december 2018 is gegrond, zodat dat besluit moet worden vernietigd.
- Gelet op wat hiervoor onder 10 en 11 is overwogen, is het beroep van de stichting en het bewonerscollectief, voor zover het is gericht tegen het besluit van 12 januari 2021 tot wijziging van de Wnb-vergunning en -ontheffing, ongegrond.
- De rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit van 18 december 2018, zoals gewijzigd bij besluit van 12 januari 2021, worden in stand gelaten, omdat uit de beoordeling van het college buiten het kader van het PAS om naar voren is gekomen dat het project vanwege stikstofdepositie niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied, omdat die stikstofdepositie afneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Ontgrondingsvergunning
- Onder 16.3 en 18 van de tussenuitspraak is overwogen dat de ontgrondingsvergunning van 18 december 2018, voor zover dat betreft artikel 1.2 van de voorschriften, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is verleend, omdat daar een verschrijving in staat die voor onduidelijkheid kan zorgen. Het beroep van de stichting en het bewonerscollectief, voor zover het is gericht tegen de ontgrondingsvergunning van 18 december 2018, is gegrond, zodat dat besluit in zoverre moet worden vernietigd. Zoals is aangekondigd in de tussenuitspraak, zal de Afdeling met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak voorzien door artikel 1.2 van de voorschriften aan te passen en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van dat besluit, voor zover het wordt vernietigd. Proceskosten
- Het college moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep, voor zover dit is gericht tegen het besluit tot verlening van een ontgrondingsvergunning van 18 december 2018, kenmerk 2018/86928, gegrond; II. vernietigt dat besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 18 december 2018, kenmerk 2018/86928, voor zover dat betreft de passage "aan de noordwestrand van de groeve (bij de Noordplas)" in artikel 1.2 van de voorschriften; III. bepaalt dat in plaats van de vernietigde passage in artikel 1.2 van de voorschriften de volgende tekst komt: "aan de noordwestrand van de Noordplas"; IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit, voor zover vernietigd; V. verklaart het beroep, voor zover dit is gericht tegen het besluit tot verlening van een Wnb-vergunning en -ontheffing van 18 december 2018, kenmerk 2018/87035, gegrond; VI. vernietigt dat besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 18 december 2018, kenmerk 2018/87035; VII. verklaart het beroep tegen het besluit van 12 januari 2021 tot wijziging van de Wnb-vergunning en -ontheffing, kenmerk 2018/87035, ongegrond; VIII. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van 18 december 2018, kenmerk 2018/87035, zoals gewijzigd bij besluit van 12 januari 2021, geheel in stand blijven; IX. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Limburg tot vergoeding van bij Stichting Behoud Brunssummerheide en Bewonerscollectief BuurSibelco in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 68,91, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; X. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Limburg aan Stichting Behoud Brunssummerheide en Bewonerscollectief BuurSibelco het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 345,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. E.J. Daalder en mr. B. Meijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J.M.A. Poppelaars, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2022 780