(2008)543 definitief, blz. 8). In het bij dit Commissievoorstel behorende "Staff Working Paper", onder VI, blz. 47, wordt hierover nader toegelicht: "This section assesses the impact of extending the rights of the public to better access to information about the use of animals for scientific purposes. However, increased openness in this area must be balanced against concerns about intellectual property rights and safety of personnel and property." Ook in een ander werkdocument van de Commissie over de NTS ("Non-technical Project Summaries under Directive 2010/63/EU on the protection of animals used for scientific purposes" van 26 november 2021, blz. 8), dat is geüpdatet naar aanleiding van Verordening (EU) 2019/1010 waarbij de Dierproevenrichtlijn is gewijzigd, wordt het belang van de geheimhouding van namen en adressen van de vergunninghouder en zijn personeel benadrukt. 9.
- Toepassing van de Wob op documenten uit het projectvergunningsdossier mag niet leiden tot een situatie waarin het nuttig effect van artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn niet wordt gewaarborgd. Toepassing van de Wob mag dus niet leiden tot een verplichting om alsnog gegevens openbaar te maken die volgens de NTS anoniem moeten blijven of die ertoe kunnen leiden dat de NTS is te herleiden tot de vergunninghouder of zijn personeel. In dit geval heeft het Wob-verzoek betrekking op één met naam genoemde vergunninghouder. De CCD heeft zich met juistheid op het standpunt gesteld dat openbaarmaking van de gevraagde informatie over dierproeven daarom per definitie niet mogelijk is zonder de anonimiteit van in ieder geval de vergunninghouder in de NTS teniet te doen. Uit de hiervoor vermelde achtergrond van artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn volgt dat het garanderen van die anonimiteit in het belang van de veiligheid van de vergunninghouder, zijn personeel en zijn eigendommen is. De door de CCD ingeroepen weigeringsgronden liggen hiermee in lijn en kunnen daarom richtlijnconform worden uitgelegd. Omdat in artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn een risico voor de veiligheid van de vergunninghouder, zijn personeel en zijn eigendommen wordt verondersteld, moet er bij toepassing van die weigeringsgronden van worden uitgegaan dat die veiligheid in het geding komt bij openbaarmaking van gegevens die de anonimiteit van de NTS teniet doen. Anders dan Animal Rights aanvoert, is daarom niet van belang of er in een concreet geval een reële kans bestaat op dierenrechtenactivisme. Om het nuttig effect van artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn te verzekeren heeft de CCD in dit geval daarom een zwaarder gewicht mogen toekennen aan de belangen die worden genoemd in artikel 10, tweede lid, onder e en g, en zevende lid, van de Wob dan aan het belang van openbaarmaking. Dit leidt ertoe dat openbaarmaking van de gevraagde informatie moest worden geweigerd. Het betoog faalt.
- Omdat openbaarmaking van de gevraagde informatie, ook als dat milieu-informatie zou zijn, moest worden geweigerd met een beroep op de vrees voor dierenrechtenactivisme, hoeft de vraag of het projectvergunningsdossier milieu-informatie bevat niet te worden beantwoord. Eindoordeel
- Artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn is op juiste wijze geïmplementeerd in artikel 10a1, zevende lid, van de Wod en artikel 4 van de Dierproevenregeling
- Geen van deze bepalingen kan worden aangemerkt als een bijzondere openbaarmakingsregeling die uitputtend van aard is, omdat zij alleen de openbaarmaking van de NTS regelen. De Wob is dus van toepassing naast deze bepalingen. Toepassing van de Wob mag er echter niet toe leiden dat het nuttig effect van artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn verloren gaat. Dit betekent dat er op grond van de Wob geen informatie openbaar mag worden gemaakt die de anonimiteit van de NTS opheft. Als een Wob-verzoek, zoals in dit geval, betrekking heeft op één met naam genoemde vergunninghouder, mogen er geen documenten over dierproeven uit een projectvergunningsdossier openbaar worden gemaakt. Op basis van die informatie kan de bij die dierproeven behorende NTS namelijk worden achterhaald en gaat de anonimiteit daarvan verloren. Uit de achtergrond van artikel 43 van de Dierproevenrichtlijn volgt dat die anonimiteit dient ter waarborging van de veiligheid van de vergunninghouder, zijn personeel en zijn eigendommen. De weigeringsgronden zoals neergelegd in artikel 10, tweede lid, onder e en g, en zevende lid, van de Wob kunnen daarom richtlijnconform worden uitgelegd. Dit betekent dat de CCD de gevraagde informatie terecht heeft geweigerd met toepassing van die weigeringsgronden.
- Het incidenteel hoger beroep van Erasmus MC is ongegrond. Het hoger beroep van Animal Rights is eveneens ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust, omdat de rechtbank de weigeringsgronden van de Wob niet richtlijnconform heeft uitgelegd.
- De CCD hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier. w.g. Daalder voorzitter w.g. De Vries-Biharie griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2022 611 BIJLAGE - WETTELIJK KADER (zoals dat gold ten tijde van belang) Wet openbaarheid van bestuur Artikel 10
- […].
- Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a-d. […]; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. […]; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
- […].
- Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu […].
- […].
- Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie.
- Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
- Voorzover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu. Wet op de dierproeven Artikel 10a1 1-
- […].
- De niet-technische samenvatting van een project waarvoor de centrale commissie dierproeven een projectvergunning heeft verleend en de eventuele aanvullingen daarop, worden op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze bekend gemaakt. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het indienen van de niet-technische samenvatting en de eventuele aanvullingen daarop door de aanvrager dan wel vergunninghouder.
- […]. Artikel 10a2
- De centrale commissie dierproeven verleent slechts een projectvergunning voor een project indien: a-b. […]; c. het project zo is opgezet dat de dierproeven zo humaan en milieuvriendelijk mogelijk kunnen worden uitgevoerd; en d. […]. Dierproevenregeling 2014 Artikel 4
- Voor de niet-technische samenvatting van het project en eventuele aanvullingen hierop als gevolg van wijzigingen als bedoeld in artikel 10a5 van de wet, of een beoordeling van het project achteraf als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, onder d, van de wet, maakt de aanvrager respectievelijk vergunninghouder gebruik van het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model.
- Onverminderd de bescherming van de intellectuele eigendom en vertrouwelijke informatie bevat de niet-technische samenvatting de volgende gegevens: a. informatie over de doelstellingen van het project met inbegrip van de voorspelde schade en baten en de aantallen en soorten te gebruiken dieren; b. onderbouwing dat aan het vereiste op het gebied van vervanging, vermindering en verfijning zoals neergelegd in de artikelen 1d en 10, tweede lid, van de wet wordt voldaan.
- De aanvrager zorgt ervoor dat de niet-technische samenvatting anoniem is en geen namen en adressen van de gebruiker en zijn personeel bevat.
- De centrale commissie dierproeven maakt zo snel mogelijk na de verlening van een projectvergunning de niet-technische samenvatting openbaar en vermeldt daarbij indien van toepassing dat het project achteraf wordt beoordeeld, en binnen welke termijn. De centrale commissie dierproeven maakt eventuele aanvullingen op een niet-technische samenvatting als gevolg van wijzigingen als bedoeld in artikel 10a5 van de wet, of een beoordeling van het project achteraf als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, onder d, van de wet, zo snel mogelijk na ontvangst openbaar. De centrale commissie dierproeven zorgt ervoor dat de niet-technische samenvatting tot vijf jaar na afloop van het project, dan wel, indien van toepassing, vijf jaar na afloop van de beoordeling van het project achteraf, door een ieder kan worden ingezien middels een doorzoekbare online databank. Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1010 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 Artikel 43 Niet-technische samenvatting van het project
- Onverminderd de bescherming van de intellectuele eigendom en vertrouwelijke informatie bevat de niet-technische samenvatting van een project de volgende gegevens: a) informatie over de doelstellingen van het project, met inbegrip van de voorspelde schade en baten en de aantallen en soorten te gebruiken dieren; b) het bewijs dat aan de vereiste vervanging, vermindering en verfijning wordt voldaan. De niet-technische samenvatting van een project is anoniem en bevat geen namen en adressen van de gebruiker en zijn personeel.
- De lidstaten kunnen voorschrijven dat in de niet-technische samenvatting van het project wordt vermeld of een project aan een beoordeling achteraf zal worden onderworpen en zo ja, binnen welke termijn. Vanaf 1 januari 2021 zorgen de lidstaten er in een dergelijk geval voor dat de niet-technische samenvatting van het project uiterlijk zes maanden na de afronding van de beoordeling achteraf wordt geactualiseerd met de resultaten daarvan.
- De lidstaten publiceren tot en met 31 december 2020 de niet-technische samenvattingen van de toegelaten projecten en de eventuele aanvullingen daarop. Vanaf 1 januari 2021 dienen de lidstaten uiterlijk zes maanden na de vergunning de niet-technische projectsamenvattingen en eventuele aanvullingen via elektronische gegevensoverdracht in bij de Commissie ter publicatie.
- De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gemeenschappelijk format vast voor de indiening van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De diensten van de Commissie ontwikkelen en onderhouden een doorzoekbare en vrij toegankelijke databank van niet-technische projectsamenvattingen en de eventuele aanvullingen daarop.