(2020)bevestigd, aldus Natuurmonumenten. Verder gaat de minister in het besluit niet in op de stelling van Natuurmonumenten dat de functie van de Westerschelde als leefgebied van finten kan worden ingeperkt als juveniele finten worden bijgevangen. Ook worden de cumulatieve gevolgen voor beschermde vogels daarin niet besproken. Bij het oordeel dat het besluit van 12 maart 2021 niet deugdelijk is gemotiveerd, betrekt de Afdeling dat de minister pas op 14 januari 2022, tien dagen voor de zitting, een verweerschrift heeft ingediend. Het verweerschrift is buiten de 10 dagentermijn van artikel 8:58 van de Awb ingediend, omdat het niet uiterlijk op de elfde dag voor de zitting op 24 januari 2022 is ontvangen. Mede gelet op de inhoud van dat verweerschrift kon Natuurmonumenten daarop niet adequaat reageren. De Afdeling kan daarom de motivering van het besluit niet in samenhang met het verweerschrift beoordelen. Slotsom
- Het beroep is gegrond. Het besluit van 12 maart 2021 komt wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb voor vernietiging in aanmerking. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit op bezwaar slechts bij haar beroep kan worden ingesteld. 4.
- De minister moet de proceskosten vergoeden. De Afdeling ziet aanleiding het beroep in deze zaak en het beroep in zaak nr. 202102651/1/A3 als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht aan te merken. In elk van deze zaken zal dan ook de helft van de in aanmerking komende proceskosten worden vergoed. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 maart 2021, kenmerk 494-42351; III. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld; IV. veroordeelt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot vergoeding van bij de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00 (zegge: zevenhonderdnegenenvijftig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; V. gelast dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,- vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. E. Steendijk, en mr. C.M. Wissels, in tegenwoordigheid van mr. K.S. Man, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2022 BIJLAGE Wet natuurbescherming Artikel 1:3 […]
- Bevoegdheden, verantwoordelijkheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten als bedoeld in de artikelen 2.7, tweede of derde lid, […] berusten bij één van Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Ministers, en de bevoegdheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten, bedoeld in artikel 2.4, eerste, tweede en derde lid, berusten bij Onze Minister, indien zij betrekking hebben op: a. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van handelingen, of […]. Artikel 2.1
- Onze Minister wijst gebieden aan als speciale beschermingszones ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onderdeel a, en 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn en de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de Habitatrichtlijn. De speciale beschermingszones worden aangeduid als Natura 2000-gebied. Artikel 2.7 […]
- Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
- Gedeputeerde staten verlenen een vergunning als bedoeld in het tweede lid uitsluitend indien is voldaan aan artikel 2.
- Artikel 2.8
- Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. […]
- Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Besluit natuurbescherming Artikel 1.3
- Als categorieën van handelingen en projecten als bedoeld in artikel 1.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen: […] f. uitoefening van de volgende vormen van visserij: […]; 2°. sleepnetvisserij in zoute wateren; […].