202202814/1/R4.Datum uitspraak: 26 juli 2023 AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen:
(2005)Plankaart (uitsnede) Planregels Artikel 2.9 Uitwerkingsgebied (UW) A. Uitwerkingsplicht De gemeenteraad dient overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening het op de plankaart aangewezen uitwerkingsgebied binnen deze planperiode uit te werken, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 1.4 en 4.1 van deze voorschriften, en mits: 1. bij woningbouw vooraf met een akoestisch onderzoek is aangetoond dat kan worden voldaan aan de maximaal toegestane geluidswaarden krachtens de Wet geluidhinder; 2. vooraf met een bodemonderzoek is aangetoond dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; 3. de onder B genoemde beschrijving in hoofdlijnen en onder C genoemde uitwerkingsregels daarbij in acht worden genomen; 4. de uitvoerbaarheid van de toekomstige ontwikkeling van het uitwerkingsgebied voldoende is verzekerd door contractuele afspraken met private partijen of een gemeentelijke grondexploitatie; 5. een bestemmingsregeling voor de woonfunctie wordt uitgewerkt indien het uitwerkingsplan voorziet in een nieuwe woonbestemming; 6. advies is ingewonnen bij de brandweer betreffende de externe veiligheid van het 'landmarkkantoor' en mogelijke (bouwkundige) maatregelen hieromtrent. Daartoe kan de gemeenteraad de op de plankaart voor uitwerkingsgebied aangewezen gronden, na uitwerking, bestemmen voor: 1. kantoordoeleinden; 2. bedrijfsdoeleinden (categorie 1 en 2) 3. woondoeleinden, (categorie I, II en III); 4. verkeersdoeleinden; 5. groendoeleinden; 6. water. C. Uitwerkingsregels Bij uitwerking van het gebied neemt de Gemeenteraad de volgende regels in acht: a.
- a)binnen het uitwerkingsgebied zijn de volgende functies toelaatbaar: wonen, kantoren, bedrijven, verkeer en verblijf, groen en water, met dien verstande dat langs de Korte Poot van de Korte Bergweg geen bedrijfs- of kantoordoeleinden zijn toegestaan;
- b)in het uitwerkingsgebied zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die passen in de nabijheid van woningen en zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende Lijst van bedrijfstypen;
- c)een eventuele nieuw woning langs de Korte Bergweg dient in de rooilijn van de overige woningen langs deze weg te worden gebouwd;
- d)in totaal mag binnen het gehele uitwerkingsgebied niet meer dan 8.100 m² grondoppervlak worden bebouwd;
- e)de goothoogte van de bebouwing, mag niet meer dan 10 meter bedragen en de nokhoogte niet meer dan 12 meter, behalve daar waar op de plankaart een andere bouwhoogte is aangeduid;
- f)indien een plat dak is voorzien mag de bouwhoogte niet meer dan 10 meter bedragen, behalve daar waar op de plankaart een andere bouwhoogte is aangeduid;
- g)de verticale diepte van gebouwen mag niet meer dan 6,5 meter bedragen;
- h)tenminste 10% van de gronden voor groendoeleinden wordt aangewezen, ten behoeve van de realisering van onder meer een groene overgang tussen de woningen langs de Korte Bergweg (korte poot) en het uit te werken werkgebied; i.
- i)de ontsluitingsweg dient het tracé van de op de plankaart aangewezen ontsluiting globaal te volgen (enige verschuiving ten noorden of zuiden van deze lijn is toegestaan);
- j)de breedte van het profiel van de aan te wijzen ontsluitingsweg dient gelijk te zijn aan de breedte van het profiel van de ontsluitingsweg langs de autoboulevard, zoals dat op de plankaart is aangegeven;
- k)parkeren dient op eigen terrein te worden voorzien; I) indien er in de bosstrook langs de Huis ter Heideweg bomen worden gekapt dienen deze conform de daarvoor geldende, gemeentelijke regels te worden gecompenseerd; E. Anticipatie op de uitwerking 1. Het is verboden bouwwerken op te richten voordat de uitwerking rechtskracht heeft verkregen (behoudens vrijstelling). 2. De Gemeenteraad kan vrijstelling verlenen voor de oprichting van bouwwerken voordat de uitwerking rechtskracht heeft verkregen, mits: - het bouwplan past binnen een ontwerpuitwerking of een door de Gemeenteraad vastgestelde uitwerking; - Gedeputeerde Staten vooraf schriftelijk hebben verklaard dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. 3. Bij het verlenen van vrijstelling dient de procedure te worden gevolgd zoals beschreven in artikel 1.2 van deze voorschriften.