(2012)" heeft gebruikt. Voor recreatiebungalows gaat de publicatie uit van een verkeersgeneratie van 2,6 tot 2,8 motorvoertuigen per etmaal per recreatiewoning in het buitengebied. Het gaat in dit geval om vijf recreatiewoningen en dus om ongeveer veertien motorvoertuigen per etmaal. [appellant sub 3] en anderen hebben deze toelichting niet bestreden. De Afdeling is oordeel dat de raad voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de verkeersgeneratie door het initiatief is berekend. In de plantoelichting staat dat de bestaande ontsluiting van het bosperceel aan de Roessinks Drijfdijk gehandhaafd blijft. De Roessinks Drijfdijk, een zandweg, heeft een (recreatieve) functie voor fietsers, landbouwverkeer, wandelaars en ruiters. Verkeerstellingen wijzen uit dat per etmaal slechts tien tot twintig voertuigen gebruik maakten van de Roessinks Drijfdijk. De zandwegen worden voornamelijk beschouwd als een onderdeel van het landschap. Deze beperkte functie mag niet leiden tot het minder goed onderhouden van de zandwegen. De vijf boomwoningen leiden volgens de raad tot een beperkte toename van de verkeersbewegingen op de Roessinks Drijfdijk en de aansluitende provinciale Ruurloseweg. [appellant sub 3] en anderen hebben deze toelichting niet bestreden Er is dus geen aanleiding. voor het oordeel dat het plan leidt tot problemen met de verkeersafwikkeling in de omgeving. Het plan voorziet in een parkeerterrein voor maximaal veertien voertuigen in het zuidelijke deel van het bosperceel. Er wordt dus op eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte. [appellant sub 3] en anderen vrezen dat er geparkeerd zal worden bij de boomwoningen. De raad wijst er terecht op dat dit niet is toegelaten. Artikel 8.1.2, onder m, van de planregels bepaalt dat parkeren uitsluitend is toegestaan op de centrale parkeervoorziening bij de in- en uitrit naar het Treehouse Resort. Het betoog slaagt niet. Geluidshinder
- [appellant sub 3] en anderen betogen dat zij ernstige geluidshinder zullen ondervinden van het Treehouse Resort. De raad heeft ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de akoestische gevolgen van de ontwikkeling. 21.
- Volgens de raad bedraagt de afstand tussen het plangebied en de meest nabijgelegen woning van [appellant sub 3] en anderen (Ruurloseweg 88) meer dan 90 m. In de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komen de functies "kampeerterreinen" en "vakantiecentra" voor. Bij deze functies is volgens deze publicatie bij een afstand van meer dan 50 m geen ernstige hinder te vrezen. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. [appellant sub 3] en anderen hebben deze toelichting niet bestreden. Het betoog slaagt niet. Lichthinder 21.
- [appellant sub 3] en anderen vrezen voor ernstige lichthinder door de beoogde ontwikkeling. Weliswaar ligt aan het plan een zogenoemd "lichtplan" ten grondslag, maar hierin staat niet welke hinderbeperkende maatregelen zullen worden genomen. Verder gaat het lichtplan slechts over de verlichting vanuit de boomwoningen. De hinder door de verlichting van de paden, het parkeerterrein en van de koplampen van voertuigen is niet betrokken bij het onderzoek. 21.
- Voor het initiatief is het "Lichtplan Treehouse Resort" opgesteld, dat bij de plantoelichting is gevoegd. Dit plan beschrijft maatregelen om de lichtuitstraling van de boomwoningen te beperken. Het gaat onder meer om het type lamp, soort glas en het gebruik van gordijnen. In het lichtplan wordt voorgesteld de woningen uit te voeren met "thermopane ruiten, kleur grijs, met een zonwerende coating, in combinatie met LED-inbouw armaturen". De lichtreductie bedraagt in dat geval 97,5 procent. Als de recreanten tijdig de gordijnen goed sluiten, dan zal de lichtuitstraling naar verwachting vrijwel tot nul worden teruggebracht. Als de gordijnen niet worden gebruik is er ook nog de bosstrook rondom de boomwoningen die dan nog de laatste lichtdoorstraling zal wegnemen. De raad heeft mogen oordelen dat de lichthinder door de boomwoningen in voldoende mate kan worden beperkt door het treffen van de in het lichtplan voorgestelde - eenvoudige - maatregelen. Het is niet nodig om dit in het plan vast te leggen. Het is niet aannemelijk dat door het parkeerterrein - voor maximaal veertien voertuigen - en de eventuele verlichting van de paden of door koplampen ernstige lichthinder zal ontstaan. Het betoog slaagt niet. Soortenbescherming
- [appellant sub 3] en anderen betogen dat het plan niet-uitvoerbaar is in verband met de bepalingen van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) over de bescherming van soorten. Het aan het plan ten grondslag gelegde onderzoek naar de gevolgen van het Treehouse Resort voor beschermde diersoorten is volgens hen onvolledig. Het onderzoek is beperkt tot de gevolgen van het gebruik voor verblijfsrecreatie van de locaties waar de boomwoningen worden gerealiseerd en van het parkeerterrein in het zuiden. Dit is niet representatief, omdat het gehele bosperceel voor verblijfsrecreatie zal worden gebruikt. In de onderzoeken is bovendien niet betrokken dat er auto’s het bos in zullen rijden en bij de boomwoningen zullen parkeren. [appellant sub 3] en anderen wijzen op de gevolgen van het plan voor de das. Deskundigen van de Stichting Das en Boom hebben in of nabij het plangebied dassenburchten gesignaleerd. Verder wijzen [appellant sub 3] en anderen erop dat in de plantoelichting staat dat in het plangebied jaarrond beschermde nesten van vogels zijn gesignaleerd. Deze nesten zijn, anders dan de raad veronderstelt, niet alleen beschermd als zij feitelijk in gebruik zijn. 22.
- De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen als en voor zover hij op voorhand in redelijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Das 22.
- Over de gevolgen van (rijdende) auto’s in het bos heeft de raad toegelicht dat het toegestaan zal zijn dat auto’s naar de boomwoningen rijden voor het laden en lossen, dus in beginsel bij aankomst en vertrek van de recreanten. Het parkeren elders dan op de centrale parkeervoorziening aan de rand van het bosperceel is niet toegestaan gelet op artikel 8.1.2, onder m, van de planregels. 22.
- In het deskundigenverslag staat dat [appellant sub 3] en anderen bij brief van 30 juli 2021 een kaart hebben overgelegd waarop de locaties van bewoonde en verlaten dassenburchten zijn weergegeven. Deze kaart is opgesteld door Staatsbosbeheer met inbreng van Stichting Das & Boom. Uit deze kaart volgt dat de bewoonde burchten niet binnen het bosperceel liggen, maar daarbuiten. Dit is volgens de deskundige in lijn met de ecologische onderzoeken uit 2020 en 2021, die in opdracht van de raad zijn uitgevoerd. Ook strookt dit met de eigen bevindingen van de deskundige tijdens het veldonderzoek. Uitvoering van het plan zal geen burcht in het plangebied verstoren. Ook de bijburcht aan de oostrand van het perceel ligt op enige afstand van de beoogde locatie van boomwoning nr. 2 en zal niet worden verstoord. Dassen eten regenwormen. Die kunnen in de bosbodem aanwezig zijn, maar vooral daarbuiten. Dassen hoeven voor dit type voedsel het bosperceel dus niet te betreden. 22.
- Er is gelet op het deskundigenverslag geen reden voor het oordeel dat het plan niet-uitvoerbaar is door de nadelige gevolgen van het Treehouse Resort voor de das. Het betoog slaagt niet. Vogelsoorten 22.
- Aan het plan liggen drie rapporten ten grondslag over de gevolgen van het Treehouse Resort voor beschermde vogelsoorten. Dit zijn de rapporten "Aanvullende vogelonderzoek Lijftogtsheide" van juli 2016, "Quickscan natuurtoets Landgoed Lijftogtsheide" van april 2017", en "Briefnotitie Actualisering" van maart
- Deze rapporten zijn beoordeeld in het kader van het deskundigenonderzoek, aan de hand van wat [appellant sub 3] en anderen daartegen hebben ingebracht. 22.
- In het deskundigenverslag staat dat in de Quickscan is gekeken naar de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de aanwezige flora en fauna op het bosperceel. In het rapport is aangegeven dat op basis van literatuuronderzoek in de omgeving van het bosperceel bos- en struweelvogels te verwachten zijn. Een deel van de bosvogels behoort tot de vogelsoorten waarvan ook de vaste nestplaatsen jaarrond beschermd zijn. Bij het veldonderzoek zijn de vogels wel in de omgeving van het plangebied gesignaleerd, maar niet in het plangebied zelf. Een veldonderzoek in de wintermaanden gericht op het zoeken naar nesten van jaarrond beschermde vogels resulteerde in de vondst van enkele oude nesten, ondanks het feit dat het gebied geschikt is als habitat voor de soorten buizerd, boomvalk, havik, sperwer en ransuil. Recente sporen van de vogels ontbraken. Uitzondering is de waarneming van een sperwer. In de Briefnotitie is het in maart 2020 uitgevoerde onderzoek beschreven. Het onderzoek is toegespitst op de locaties waar de boomwoningen zijn voorzien, een straal van 25 m daaromheen, en op de locatie van het toekomstige parkeerterrein. Op basis van veldonderzoek is geconcludeerd dat er geen nesten van jaarrond beschermde vogels in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Wel is een buizerdpaar aangetroffen, dat gelet op hun gedrag een nest in het bos kan gebruiken. Uit de Briefnotitie van maart 2020 kan de deskundige niet eenduidig afleiden op welke locatie de buizerds zijn waargenomen. Wel is het zo dat de buizerd een vogel is waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. De exacte locatie van het nest zou bekend moeten zijn om een afdoende bescherming ervan te realiseren, aldus de deskundige. Gelet op deze bevindingen ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het plan niet-uitvoerbaar is door de gevolgen van het Treehouse Resort voor beschermde vogelsoorten. Gebiedsbescherming
- [appellant sub 3] en anderen betogen dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 2.7 van de Wnb wegens de gevolgen van het Treehouse Resort voor beschermde natuurgebieden. Het verrichte onderzoek naar de gevolgen van de stikstofdepositie is volgens hen verouderd, omdat de berekening is verricht met een niet-actuele versie van de rekentool AERIUS. 23.
- In artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) staat dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Dit is het zogeheten relativiteitsvereiste. 23.
- De normen van de Wnb strekken tot de bescherming van de natuurwaarden van de betrokken Natura 2000-gebieden. Dit is een algemeen belang waarvoor [appellant sub 3] en anderen niet in rechte kunnen opkomen. Zij kunnen slechts opkomen voor het belang van een goede kwaliteit van hun woon- en leefomgeving. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Rijntakken) ligt op 6,5 km van de percelen van [appellant sub 3] en anderen. Daarom bestaat geen verwevenheid tussen de belangen van [appellant sub 3] en anderen en de algemene belangen die de Wnb beoogt te beschermen. Deze beroepsgrond stuit dus af op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a van de Awb. Overige beroepsgronden
- Het betoog van [appellant sub 3] en anderen dat het plan in strijd is met provinciaal beleid, omdat het plangebied is aangewezen als stiltegebied slaagt niet, nu zij dit betoog niet nader hebben onderbouwd.
- Het betoog van [appellant sub 3] en anderen dat het plan niet-uitvoerbaar is omdat de bodem van het bosperceel verontreinigd is, kan, gelet op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a van de Awb, niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Beroep belangenvereniging Varssel Draagvlak
- Over het betoog van Belangenvereniging Varssel dat in Varssel onvoldoende maatschappelijk draagvlak bestaat voor het Treehouse Resort, overweegt de Afdeling dat het ontbreken van draagvlak bij de bewoners en belangenorganisaties in de omgeving van de bestreden ontwikkeling, wat daar ook van zij, niet betekent dat de raad het plan niet heeft mogen vaststellen. Er is geen wettelijke regel die bepaalt dat een bestemmingsplan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Het betoog slaagt niet. Overige beroepsgronden
- Belangenvereniging Varssel heeft voor het overige verwezen naar het beroep van [appellant sub 3] en anderen. De Afdeling heeft de beroepsgronden van [appellant sub 3] en anderen hiervoor al besproken en geoordeeld dat deze niet slagen. Conclusie
- De beroepen van [appellant sub 3] en anderen en Belangenvereniging Varssel zijn ongegrond. Proceskosten
- De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1], en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en anderen, gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Bronckhorst van 29 oktober 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied; Veegplan 2020-2A" wat betreft: a. de aanduiding "maatvoering: aantal woningen = 2" voor het perceel [locatie 1] in Zelhem; b. de streep op de verbeelding die loopt over het plandeel met de bestemming "Wonen - 1" op het perceel [locatie 3] in Vorden; III. verklaart de beroepen van [appellant sub 3] en anderen, en Belangenvereniging Varssel ongegrond; IV. draagt de raad van de gemeente Bronckhorst op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak te zorgen dat onderdeel II. wordt verwerkt in de weergave van het bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl; V. veroordeelt de raad van de gemeente Bronckhorst tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van: a. [appellant sub 1] tot een bedrag van € 1.730,40, waarvan € 1.674,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; b. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en anderen tot een bedrag van € 1.674,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; VI. gelast dat de raad van de gemeente Bronckhorst aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt: a. € 178,00 voor [appellant sub 1]; b. € 354,00 voor [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.M.L. Niederer en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier. w.g. Verheij voorzitter w.g. Milosavljević griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2023 739.