202300043/1/A
- Datum uitspraak: 8 februari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], en het college van bestuur van Hogeschool Inholland (hierna: college), verweerder. Procesverloop Bij beslissing van 18 juli 2022 heeft de Centrale Studentenadministratie van Hogeschool Inholland (hierna: CSA) aan [appellante] meegedeeld dat zij wordt uitgeschreven van de opleiding Pabo VT en wordt afgemeld bij de IND. Bij beslissing van 19 oktober 2022 heeft het college het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (hierna: CBHO) ingesteld. Het CBHO, dat op 1 januari 2023 is opgehouden te bestaan, heeft dit beroep overgedragen aan de Afdeling. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 31 januari 2023, waar [appellante] en het college, vertegenwoordigd door mr. P. de Vries en M. Bloemzaad, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding
- [appellante] volgde als internationale studente sinds september 2021 de opleiding Pabo VT aan de Hogeschool Inholland. Als internationale studente moest [appellante] in verband met haar verblijfsvergunning elk jaar voldoen aan de studienorm die volgt uit artikel 3.87a van het Vreemdelingenbesluit 2000, in samenhang gelezen met artikel 1 van de Regeling normering studievoortgang vanwege verblijfsvergunning in verband met studie en artikel 5.5 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs. Deze norm bedraagt 30 studiepunten per studiejaar. In het studiejaar 2021-2022 heeft [appellante] 21 studiepunten behaald. Bij de beslissing van 18 juli 2022 heeft de CSA aan [appellante] meegedeeld dat zij wordt uitgeschreven van de opleiding Pabo VT en wordt afgemeld bij de IND omdat zij in het studiejaar 2021-2022 niet heeft voldaan aan de studienorm.
- [appellante] heeft in haar bewaarschrift toegelicht dat zij tien jaar als onderwijzeres in Suriname heeft gewerkt en in 2021 de opleiding Pabo VT is gestart om zich verder te scholen. [appellante] heeft erop gewezen dat zij vanaf de aanvang van de studie veel uitdagingen heeft gehad die van invloed zijn geweest op haar prestaties. Zo had zij een vooropleiding tot hoofdonderwijzeres in Suriname afgerond maar moest zij toch beginnen in het eerste leerjaar van de Pabo opleiding. [appellante] heeft dit als demotiverend ervaren. [appellante] had daarnaast te maken met een nieuwe leer- en woonomgeving en uitdagingen in de persoonlijke en huiselijke sfeer. [appellante] heeft tot slot aangevoerd dat zij twee keer positief is getest op het coronavirus. Zij heeft benadrukt dat ze voldoende gemotiveerd is om de studie voort te zetten en een plan van aanpak heeft opgesteld om studiesucces te garanderen.
- Het college heeft het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college heeft erop gewezen dat [appellante] wordt geacht op de hoogte te zijn van de in- en uitschrijfvoorwaarden. Daarin is bepaald dat een student 50% van de te behalen studiepunten moet halen om zijn verblijfvergunning te behouden. [appellante] is op deze regels gewezen. Het college stelt vast dat [appellante] niet voldoet aan de eis van de IND om 30 studiepunten te behalen. Het mocht daarom besluiten om [appellante] uit te schrijven van de opleiding en haar af te melden bij de IND. De persoonlijke omstandigheden die [appellante] heeft aangevoerd kunnen niet leiden tot een andere beslissing. Het college kan zich goed voorstellen dat een emigratie een student bezig houdt. Volgens het college is echter onvoldoende duidelijk dat [appellante] als gevolg hiervan slechts 21 studiepunten heeft behaald. Wet- en regelgeving
- De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak. Beroep
- [appellante] is het niet eens met de beslissing van het college en komt daartegen in beroep. Volgens [appellante] heeft de opleiding haar abrupt bericht dat zij wordt uitgeschreven van de opleiding omdat zij onvoldoende studiepunten heeft behaald. [appellante] voert verder aan dat zij twee keer besmet is geweest met het coronavirus. Hierdoor kon zij zich minder goed concentreren op haar studie en heeft zij het Wiscat-tentamen en het vak Ontwikkelingspsychologie niet behaald. [appellante] voert tot slot aan dat zij alles in Suriname heeft achtergelaten en erg moest wennen aan een nieuwe omgeving. Het college heeft aan deze omstandigheden onvoldoende gewicht toegekend. Het college heeft volgens [appellante] ten onrechte besloten om haar uit te schrijven van de opleiding en haar af te melden bij de IND. 5.
- De Afdeling volgt het standpunt van [appellante] niet. [appellante] voldoet niet aan de studienorm van 30 studiepunten om het studentenvisum te behouden. [appellante] wordt geacht op de hoogte te zijn van deze regel. Niet is gebleken dat [appellante] als gevolg van coronabesmettingen het Wiscat-tentamen en het vak Ontwikkelingspsychologie niet heeft behaald. De Afdeling betrekt daarbij dat [appellante] in het studiejaar 2021-2022 drie kansen had om het Wiscat-tentamen te behalen, terwijl zij slechts tijdens één van de kansen besmet was met het coronavirus. [appellante] heeft verder over het tentamen van het vak Ontwikkelingspsychologie verklaard dat zij op dat moment besmet was met het coronavirus, maar dat zij zich desondanks goed voelde en het tentamen heeft gemaakt. Ook heeft zij dat tentamen later nog eens herkanst. Wat [appellante] verder heeft aangevoerd als redenen voor het niet behalen van de norm is terecht niet aangemerkt als omstandigheden die rechtvaardigen dat slechts 21 studiepunten zijn behaald. Dergelijke omstandigheden zullen zich bij internationale studenten in het algemeen in zekere mate voordoen. Hiermee is voldoende rekening gehouden in de specifiek voor deze groep studenten geldende verlaagde norm, die vereist dat de helft van de in het eerste jaar te behalen studiepunten moet worden verkregen. Het college heeft daarom terecht besloten dat [appellante] vanwege het niet behalen van de studienorm wordt afgemeld bij de IND. 5.
- Het betoog faalt. Conclusie
- Het beroep is ongegrond.
- Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier. w.g. Borman lid van de enkelvoudige kamer w.g. Dijkshoorn griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2023 735-1022 BIJLAGE Vreemdelingenbesluit 2000 Artikel 3.87a
- De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met studie, kan in ieder geval op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet worden afgewezen, indien de houder daarvan: […] b. niet overeenkomstig bij ministeriële regeling vastgestelde normen voldoende studievoorgang boekt. […] Regeling normering studievoortgang vanwege verblijfsvergunning in verband met studie Artikel 1 De norm voor voldoende studievoortgang, als bedoeld in artikel 3.87a, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000, is de norm zoals vastgelegd in artikel 5.5 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs. Gedragscode internationale student hoger onderwijs Paragraaf 5.5 De instelling stelt jaarlijks, na afloop van ieder studiejaar, de studievoortgang vast van de internationale student, met uitzondering van de uitwisselingsstudent. Als voldoende studievoortgang wordt aangemerkt: 50% (of meer) van de proportionele nominale studielast voor het (gedeelte van het) studiejaar. In afwijking hiervan geldt dat de internationale student het voorbereidend jaar en de premaster met goed gevolg dient af te ronden. Indien geen sprake is van voldoende studievoortgang stelt de instelling de oorzaak hiervan vast, bijvoorbeeld door een studievoortganggesprek met een studieadviseur. Indien blijkt dat de internationale student niet/onvoldoende studeert of het niveau niet aankan, wordt de verblijfsvergunningplichtige student binnen een maand afgemeld bij de IND. Wanneer blijkt dat er persoonlijke omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 7.51 WHW alsmede artikel 2.1 Uitvoeringsbesluit WHW, ten gevolge waarvan er geen sprake is van voldoende studievoortgang, worden er bindende afspraken met de internationale student gemaakt opdat het tijdig afstuderen niet in het geding komt. Er vindt in dat geval voor verblijfsvergunningplichtige studenten geen afmelding plaats bij de IND. […]
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.