(1)te worden toegepast. De Afdeling zal zelf in de zaak voorzien door vast te stellen dat het bedrag dat het college als proceskostenvergoeding aan [appellant] dient te betalen moet worden vastgesteld op € 597,00, en te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 19 augustus 2022, voor zover dat is vernietigd. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat de bijlage bij het Bpb een overzicht geeft van proceshandelingen waaraan punten zijn toegekend. Aan het indienen van een bezwaarschrift wordt in de tabel onder A5 van de bijlage bij het Bpb 1 punt toegekend, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen het indienen van een pro forma bezwaarschrift en het indienen van een materieel bezwaarschrift.
- Het college moet de proceskosten van [appellant] vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gouda van 19 augustus 2022, kenmerk 362804, voor zover daarin aan [appellant] een bedrag van € 135,25 als proceskostenvergoeding in bezwaar is toegekend; III. stelt het bedrag dat door het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan [appellant] als proceskostenvergoeding in bezwaar moet worden toegekend vast op € 597,00; IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 19 augustus 2022; V. veroordeelt het college van burgermeester en wethouders van Gouda tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.674,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. Melenhorst griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023 490-1030 BIJLAGE Wettelijk kader Besluit proceskosten bestuursrecht Artikel 1 van het Bpb luidt: "Een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 onderscheidenlijk een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, of 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan uitsluitend betrekking hebben op: a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, […]." Artikel 2 luidt: "
- Het bedrag van de kosten wordt bij de uitspraak, onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaar of administratief beroep als volgt vastgesteld: a. ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a: overeenkomstig het in de bijlage opgenomen tarief; […]." De eerste volzin van de bijlage bij het Bpb luidt: "Het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Bpb, wordt vastgesteld door aan de verrichte proceshandelingen punten toe te kennen overeenkomstig onderstaande lijst (A) en die punten te vermenigvuldigen met de waarde per punt (B) en met toepasselijke wegingsfactoren (C)."