202101262/1/A
- Datum uitspraak: 1 maart 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], [land], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 januari 2021 in zaak nr. 19/2789 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor het berekeningsjaar 2018 herzien en (lager) vastgesteld op € 854,
- Bij besluit van 25 maart 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 januari 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2023, waar de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen. Overwegingen
- In geschil is of de rechtbank na ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] aan hem terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend.
- De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor 2018 terecht heeft herzien en lager vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet aangetoond dat hij ook in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 voor zorg verzekerd was. Om die reden heeft [appellant] uitsluitend over de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 september 2018 recht op zorgtoeslag. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien een proceskostenvergoeding toe te kennen.
- [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Hij voert daartoe aan dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verweerschrift in de beroepsprocedure heeft ingetrokken, omdat er een verkeerde beschikking was afgegeven. [appellant] benadrukt dat hij in verband met de behandeling van zijn bezwaar en beroep hoge kosten heeft moeten maken.
- De klacht van [appellant], dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend, mist feitelijke grondslag. Niet is gebleken dat de Belastingdienst/Toeslagen in deze beroepsprocedure bij de rechtbank heeft aangegeven een verkeerde beslissing over de zorgtoeslag van [appellant] over 2018 te hebben genomen en evenmin is gebleken dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verweerschrift heeft ingetrokken. Gelet hierop en gelet op het oordeel van de rechtbank dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2018 terecht heeft vastgesteld op € 854,00, welk oordeel door [appellant] in hoger beroep niet (gemotiveerd) is betwist, is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank aan [appellant] terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Meyer-de Beer, griffier. w.g. Borman lid van de enkelvoudige kamer w.g. Meyer-de Beer griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023 854
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.