(2)de oppervlakte van het NNN ten minste gelijk blijft. Zoals hiervoor is vermeld, wordt het oppervlakteverlies van 1,1165 hectare vanwege de realisatie van het parkeerterrein één op één gecompenseerd met het opnemen van het weiland (de salderingslocatie) in het NNN. Aan de tweede voorwaarde dat de oppervlakte van het NNN ten minste gelijk blijft wordt daarmee voldaan. Dan resteert de vraag of de herbegrenzing hier zal plaatsvinden ten behoeve van een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het NNN en de wezenlijke kenmerken en waarden daarbij worden behouden. 22.
- Over de bosstrook ten zuiden van het parkeerterrein oordeelt de Afdeling dat deze strook NNN-gebied blijft. Niet is komen vast te staan of deze bosstrook als NNN-gebied kan blijven functioneren en of dit is betrokken bij de beoordeling of de herbegrenzing leidt tot een verbetering van de samenhang van het NNN. Het herstelbesluit is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. In zoverre slaagt het betoog. 22.
- Over het betoog van De Limiten en VVG dat er geen sprake is van een verbetering van de samenhang van het NNN, omdat de salderingslocatie al onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-gebied, overweegt de Afdeling als volgt. Uit hoofdstuk 5 van het Salderingsplan volgt dat de salderingslocatie als enig perceel ten opzichte van de omliggende percelen nog niet is aangewezen als NNN-gebied. Het gebied ten noorden, ten zuiden en ten oosten daarvan is namelijk al als NNN-gebied aangewezen. Volgens het Salderingsplan zal de herbegrenzing tot een verbeterde samenhang tussen de ter plaatse aanwezige NNN-gronden en ook tot een verbeterde planologische inpassing ervan leiden. Door de herbegrenzing wordt namelijk het NNN-bosperceel ten zuiden van het salderingsperceel namelijk direct verbonden met de NNN-noordelijke graspercelen en de kust en het NNN-bosperceel aan de oostzijde. Daarnaast is in paragraaf 5.3.2 van het Salderingsplan vermeld dat op de huidige NNN-gronden waarop de beoogde overloopparkeerplaats is voorzien, verstoring plaatsvindt door recreanten en uitstralende lichtschijnselen door verkeer vanaf de Oud Huizerweg. Het grasland op de salderingslocatie is ontoegankelijk voor recreanten en vanwege de dempende werking van de tussenliggende bosopstand is geen sprake van uitstralende lichtschijnselen vanaf de Oud Huizerweg. Dit leidt per saldo van een versterking van de ruimtelijke condities rust, donkerte en stilte in het lokale NNN-gebied, zo staat in het Salderingsplan. Uit het Salderingsplan blijkt verder dat de ontwikkeling van N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland bijdraagt aan de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever. De ontwikkeling van N14.03 Haagbeuken- en essenbos aan de oostzijde van het salderingsperceel sluit aan bij het aanwezige bosgebied dat, zoals de Afdeling heeft vastgesteld, onderdeel uitmaakt van dit Natura 2000-gebied. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op basis van het Salderingsplan op het standpunt mogen stellen dat de herbegrenzing daarom zal leiden tot een verbetering van de samenhang van het NNN. Het feit dat het salderingsperceel al deel uitmaakt van het Natura 2000-gebied doet hieraan niet af. De salderingslocatie maakt namelijk geen deel uit van het NNN. De raad heeft daarom redelijkerwijs kunnen oordelen dat de provinciale verordening in zoverre niet op voorhand in de weg zal staan aan de gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid. In zoverre slaagt het betoog niet. 22.
- Over het betoog van De Limiten en VVG dat op de salderingslocatie niet kan worden voorzien in de verloren bosbiotoop van het parkeerterrein, overweegt de Afdeling het volgende. In paragraaf 5.3 van het Salderingsplan is beschreven dat de salderingslocatie bestaat uit grasland en bosopstand. De bedoeling is dat op het perceel N12.02 kruiden- en faunarijk grasland wordt ontwikkeld, omdat dit aansluit bij het noordelijk aangrenzende grasland en omdat dit natuurdoeltype onderdeel is van de kernkwaliteit Klifkust. In de oostelijke hoek van de salderingslocatie staat een bosopstand die in het verlengde ligt van de zuidelijke en oostelijk aangrenzende bosopstanden die onderdeel vormt van het NNN. Het gaat om N14.03 Haagbeuken- en essenbos dat onderdeel vormt van de kernkwaliteit Landgoederenlandschap. De bedoeling is dat dit bostype ook wordt ontwikkeld op het salderingslocatie. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat door de voorgenomen inrichting van de salderingslocatie de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden behouden zoals is bedoeld in artikel 6.43, zesde lid, onder a, van de Omgevingsverordening. Dat op de salderingslocatie niet al het bosbiotoop van het parkeerterrein wordt gerealiseerd, betekent niet dat daarom de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden behouden. Het gaat om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN als geheel. In dat verband heeft de raad van belang mogen achten dat door de aanwijzing van de salderingslocatie als NNN er een aaneengesloten samenhangend NNN-gebied ontstaat, waar de te ontwikkelen natuurdoeltypen aansluiten op de natuurdoeltypen van de omliggende NNN-gronden en in zoverre de wezenlijke kenmerken en waarden van dit NNN-gebied worden versterkt. Het betoog slaagt niet. 22.
- Onder verwijzing naar het beoordelingskader zoals hiervoor onder 22.5 weergegeven, hoeft, anders dan VVG stelt, nog niet vast te staan dat door gedeputeerde staten een juridisch houdbaarheid herbegrenzingsbesluit zal worden genomen. Ook behoefde de salderingsovereenkomst nog niet bij de stukken te worden gevoegd. Naar het oordeel van de Afdeling is genoegzaam vast komen te staan dat de provincie in principe bereid is om tot herbegrenzing over te gaan. Dat is door VVG ook niet betwist. Het betoog slaagt niet. Kapvergunning
- De Limiten betoogt dat de bomen die voor het parkeerterrein gekapt worden, volgens de plantoelichting zijn aan te merken als houtopstanden als bedoeld in de Wnb. Volgens haar bestaat, anders dan de raad meent, geen zicht op ontheffing ten behoeve van herplant op andere grond. In paragraaf 1.2.10.3 van de plantoelichting is weliswaar vermeld dat Oud Valkeveen binnen de gemeente diverse gronden in eigendom heeft die beschikbaar zijn voor compensatie, maar onduidelijk is om welke gronden het gaat. Hierdoor is niet na te gaan of aan de gestelde voorwaarden voor de verlening van ontheffing kan worden voldaan. Verder wijst zij erop dat in de plantoelichting is opgenomen dat het mogelijk is om de begrenzing van de bebouwde kom aan te passen, waardoor de te kappen bomen in dat geval vallen onder het regime van artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gooise Meren 2020 (hierna: APV). Volgens De Limiten staat niet vast dat een kapvergunning op grond van de APV zal worden verleend. 23.
- In paragraaf 1.2.10 van de plantoelichting en in hoofdstuk 5 van de natuurtoets is ingegaan op het kapvergunningstelsel en hoofdstuk 4 van de Wnb. Binnen de bij besluit van de raad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom is de APV en daarbuiten is hoofdstuk 4 van de Wnb van toepassing. In de plantoelichting en in de natuurtoets staat dat de aanwezige bomen ter plaatse van het nieuw te realiseren parkeerterrein ten oosten van het speelpark buiten de vastgestelde bebouwde kom vallen. De daar te kappen bomen zijn aan te merken als een houtopstand in de zin van de Wnb. De Verordening houtopstanden Noord-Holland 2016 is van toepassing. Omdat voor de realisatie een (deel van de) beschermde houtopstand wordt geveld, geldt bij uitvoering een meldplicht en een herplantplicht op dezelfde locatie als de kap. In dit geval kan aan een herplant op dezelfde locatie niet worden voldaan. Bij de uitvoering van de wijzigingsbevoegdheid dient ontheffing te worden aangevraagd voor een herplant op een andere locatie. Daarvoor is een compensatieplan vereist, waarbij een geschikte alternatieve herplantlocatie onderzocht moet worden. Volgens de raad is het in het kader van de uitvoerbaarheid van het plan ten aanzien van beschermde houtopstanden aannemelijk dat zicht op ontheffing voor compensatie op een andere locatie dan de kaplocatie bestaat. Binnen de gemeentegrenzen heeft Oud Valkeveen diverse gronden in eigendom voor compensatie. Op deze gronden is een een-op-een-compensatie van 1,1165 hectare aan houtopstanden mogelijk. Daarnaast is het volgens de raad mogelijk de bebouwdekomgrens aan te passen vanaf het moment dat - ten behoeve van het nieuwe parkeerterrein - de begrenzing van het NNN door de provincie is herzien. In dat geval is de houtopstand niet meer beschermd onder de Wnb. Voor de gronden binnen de bebouwde kom geldt op grond van de APV dat een vergunning nodig is voor het kappen van een boom, als de boom op de waardevolle bomenlijst van Gooise Meren staat of als deze zich bevindt in een aangewezen waardevol gebied. Het speelpark en het parkeerterrein zijn aangewezen als 'waardevol gebied buitengebied Naarden', zodat een kapvergunning nodig is. Volgens de raad kan die hier ook worden verleend. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat regeling als opgenomen in hoofdstuk 4 van de Wnb en het kapvergunningstelsel uit de APV op voorhand niet aan uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en concreet de uitvoerbaarheid van de wijzigingsbevoegdheid waarmee het parkeerterrein mogelijk kan worden gemaakt, in de weg staan. Dat geen inzicht is gegeven in de precieze locaties waar de herplant zal plaatsvinden, is onvoldoende voor het oordeel dat deze herplantplicht op voorhand niet uitvoerbaar is. Het betoog slaagt niet. Conclusie
- De beroepen van Oud Valkeveen, van De Limiten en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen, van VVG en van SBGH tegen het besluit van 9 oktober 2019 zijn gegrond. Dit besluit moet daarom worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb.
- Het beroep van De Limiten tegen het besluit van 9 maart 2022, voor zover dit is ingediend door de bewoners van het Valkeveense gebied, het beroep van SNLG en het beroep van SMITC en anderen zijn niet-ontvankelijk. De beroepen van Oud Valkeveen en SBGH tegen het besluit van 9 maart 2022 zijn ongegrond. Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 17.2, 17.3, 18.1, 18.2, 19.5, 19.6, 20.5, 20.8, 20.11, 21.4 en 22.10, zijn het beroep van De Limiten en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen voor het overige en het beroep van VVG gegrond. Het herstelbesluit moet worden vernietigd.
- Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Proceskosten
- De raad moet ten aanzien van Oud Valkeveen, SBGH, VVG en Stichting De Limiten en Valkeveen en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen op de hierna te vermelden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Over de te vergoeden kosten overweegt de Afdeling nog het volgende.
- SBGH heeft verzocht om vergoeding van de kosten van een deskundige. De Afdeling stelt vast dat zij geen factuur of urenspecificatie met betrekking tot de stukken van de Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & 't Gooi van 24 september 2019 en 6 oktober 2019 heeft overgelegd. Daarom stelt de Afdeling het aantal uren voor beide stukken op 8 uur. De Afdeling gaat verder uit van een forfaitair uurtarief van € 121,
- De te vergoeden deskundigenkosten komen daarmee op een bedrag van € 1.951,
- VVG heeft verzocht om vergoeding van de reiskosten voor meerdere personen. Als meerdere personen gezamenlijk één beroepschrift hebben ingediend, dan worden als regel alleen maar voor één van de gezamenlijk procederende appellanten reiskosten vergoed. Er bestaat geen aanleiding om daarop in dit geval een uitzondering te maken.
- Over het verzoek van Stichting De Limiten en Valkveen en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen om vergoeding van de kosten van een deskundige overweegt de Afdeling als volgt. Het bedrag waarvoor zij vergoeding vragen, is respectievelijk € 800,00, € 1.335,84 en € 2.279,00 voor de drie rapporten. Zij vragen verder om vergoeding van de kosten van de aanwezigheid van een deskundige op de zitting. In dit geval acht de Afdeling het redelijk om uit te gaan van 4 uur voor de aanwezigheid op de zitting en van het forfaitair uurtarief van € 121,
- De te vergoeden deskundigenkosten komen daarmee op een bedrag van € 5.878,
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van Speelpark Oud Valkeveen B.V., Stichting Behoud Gooise Heide, Vereniging Vrienden van ’t Gooi en Stichting De Limiten en Valkeveen en anderen voor zover dat ontvankelijk is, tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 9 oktober 2019 tot vaststelling van het plan "Oud Valkeveen e.o. 2019" gegrond; II. vernietigt het onder I bedoelde besluit; III. verklaart de beroepen van Stichting De Limiten en Valkeveen, voor zover dat is ingesteld door de bewoners van het Valkeveense gebied, van Stichting Natuur en Landschap het Gooi en van Stichting St. Michael van het Internationaal Theosofisch Centrum en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 9 maart 2022 tot vaststelling van het plan "Oud Valkeveen e.o. 2019", niet-ontvankelijk; IV. verklaart de beroepen van Speelpark Oud Valkeveen B.V. en van Stichting Behoud Gooise Heide tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 9 maart 2022 tot vaststelling van het plan "Oud Valkeveen e.o. 2019" ongegrond; V. verklaart de beroepen van Vereniging Vrienden van ’t Gooi en van Stichting De Limiten en Valkeveen en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveentegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 9 maart 2022 tot vaststelling van het plan "Oud Valkeveen e.o. 2019" gegrond; VI. vernietigt het onder V bedoelde besluit; VII. draagt de raad van de gemeente Gooise Meren op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen II en VI worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl; VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Gooise Meren tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van: - Speelpark Oud Valkeveen B.V. tot een bedrag van € 2.187,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - Stichting Behoud Gooise Heide tot een bedrag van € 2.027,18; - Vereniging Vrienden van ’t Gooi tot een bedrag van € 39,19; - Stichting De Limiten en Valkeveen en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen tot een bedrag van € 8.979,44, waarvan € 3.062,50 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IX. gelast dat de raad van de gemeente Gooise Meren aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt: - € 345,00 voor Speelpark Oud Valkeveen B.V.; - € 345,00 voor Stichting Behoud Gooise Heide; - € 345,00 voor Vereniging Vrienden van ’t Gooi; - € 345,00 voor Stichting De Limiten en Valkeveen en Stichting Vakantie Kinder Feest/Kindervakantiehuis Valkeveen. Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J. Gundelach, leden, in tegenwoordigheid van mr. F. Dinleyici, griffier. w.g. Venema voorzitter w.g. Dinleyici griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024 909